Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen 2003)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen 2003

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: een organisatieonderdeel van het ministerie dat ressorteert onder de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen;

  • b.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • c.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Algemene Sociaal-Economische Aangelegenheden;

  • b.

    de directie Arbeidsverhoudingen;

  • c.

    de directie Coördinatie Emancipatiebeleid;

  • d.

    de directie Internationale Zaken;

  • e.

    een stafbureau.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Artikel

4

De directie Algemene Sociaal-Economische Aangelegenheden is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van het algemeen sociaal-economisch beleid. Deze taak omvat de zorg voor:

  • a.

    het algemeen economische, inkomens-, budgettair en fiscaalbeleid en de relatie met het werkgelegenheidsbeleid;

  • b.

    het internationale algemeen economische beleid;

  • c.

    de economische analyse van de verzorgingsstaat;

  • d.

    de economische aspecten van premie- en belastingheffing;

  • e.

    het niveau van het minimumloon en de koppeling van uitkeringen daaraan;

  • f.

    het beleid met betrekking tot de ontwikkelingen in de primaire, secundaire en tertiaire inkomenssfeer en de relatie inkomen en werkgelegenheid;

  • g.

    het beleid met betrekking tot de loonkostenontwikkeling;

  • h.

    het beleid ten aanzien van de economische structuur (Centraal Economische Commissie, Interdepartementale Commissie Economische Structuur, milieu, technologie) in relatie met het werkgelegenheids- en inkomensbeleid;

  • i.

    de algemene vraagstukken van het stelsel van de volksgezondheid in relatie met het werkgelegenheids- en inkomensbeleid;

  • j.

    de coördinatie van de advisering rond markt- en ordeningsvraagstukken.

  • k.

    de coördinatie van de voorbereiding van vergaderingen van de Raad voor het Sociaal-Economisch en Inkomensbeleid (adjunct-secretariaat RSEIB);

  • l.

    De coördinatie van extern onderzoek binnen het directoraat-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen.

Artikel

5

De directie Arbeidsverhoudingen is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van de arbeidsverhoudingen. Deze taak omvat de zorg voor de reguliere contacten tussen het ministerie en sociale partners en het beleid met betrekking tot:

  • a.

    arbeidsvoorwaardenvorming, publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en medezeggenschap;

  • b.

    het individueel en collectief arbeidsovereenkomstenrecht, waaronder waaronder het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten;

  • c.

    het ontslagrecht, werktijdverkorting, de gelijkberechting bij de arbeid en het minimumloon;

  • d.

    arbeids- en rusttijden, deeltijdarbeid en aanpassing van arbeidsduur;

  • e.

    het combineren van arbeid en zorgtaken en kinderopvang;

  • f.

    de aanvullende pensioenen, inclusief de fiscale aspecten van pensioenen en de verplichtstelling van aanvullende pensioenregelingen.

Artikel

6

De directie Coördinatie Emancipatiebeleid is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het pro-actief ontwikkelen van de hoofdlijnen en prioriteiten van een samenhangend interdepartementaal emancipatiebeleid ter bevordering van de integratie van het emancipatiebeleid in het rijksbrede regeringsbeleid en het uitvoeren, (doen) monitoren en evalueren van dat beleid;

  • b.

    het uit dien hoofde stimuleren van de integratie van het emancipatiebeleid in het beleid van de afzonderlijke departementen, het zorg dragen voor ondersteuning en advisering, monitoring en evaluatie daarvan;

  • c.

    het zorg dragen voor het (doen) ondersteunen van het emancipatieproces in de samenleving (emancipatie subsidie beleid).

Artikel

7

De Directie Internationale Zaken is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkelingen in de internationale omgeving en is verantwoordelijk voor het internationaal (doen) realiseren van standpunten op het werkterrein van het ministerie onder waarborging van de samenhang van het beleid van het ministerie en waar relevant van Nederland. Daarnaast draagt de directie Internationale Zaken er zorg voor dat informatie uit het internationale veld tijdig en op de juiste plaatsen binnen het ministerie beschikbaar komt. Dit omvat ondermeer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    het departementaal coördineren van de internationale aspecten van het beleid (waaronder een toetsing aan de strategische kaders);

  • b.

    het uitdragen van de standpunten van dat beleid in internationaal verband;

  • c.

    het samenhangend adviseren over de afweging van prioriteiten van de verschillende dossiers en de te behalen onderhandelingsresultaten, en over de inpassing van de beleidsdoelstellingen van het departement binnen de algemene kaders van het Nederlandse internationale beleid;

  • d.

    het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal bilateraal verband;

  • e.

    het coördineren van de internationale expertise-uitwisseling;

  • f.

    het onderhouden van een internationaal netwerk ten behoeve van voornoemde taken;

  • g.

    het toerusten van het ministerie met het oog op internationale activiteiten.

Artikel

8

Het stafbureau is verantwoordelijk voor advisering en ondersteuning van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies, zowel beleidsinhoudelijk als beheersmatig.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

9

§

5

Slotbepalingen

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
namens deze,
De directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen,
T.W. Langejan