Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003

Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003

Het Bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,

op 9 april 2003 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Hoofdstuk

1

Algemeen

§

1

Definities

Artikel

1

§

2

Werkingssfeer

Artikel

2

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening is van toepassing op iedere be- of verwerker die slachtrunderen slacht in een slachtinrichting waar op jaarbasis gemiddeld meer dan 75 slachtingen per week plaatsvinden, alsmede op degenen die bij de slachting, weging en classificatie van slachtrunderen in een dergelijke slachtinrichting op enigerlei wijze betrokken zijn.

Hoofdstuk

2

Identificatie van slachtrunderen

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

3

Tijdstip van aanvoer van runderen A

Artikel

5

De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht op de werkdag voorafgaande aan de dag van slachting een aanvoerschema voor die dag van slachting voorhanden te hebben, hetwelk, per leverancier, dag en geplande tijd van aankomst, alsmede het aantal schlachtrunderen bevat.

Artikel

6

De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de datum en het tijdstip (in uren en minuten) van lossen van de aangevoerde slachtrunderen per leverancier, door middel van een registrerende tijdklok, op door de be- of verwerker van slachtrunderen van zijn naam voorziene formulieren worden afgestempeld.

De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat één exemplaar van die formulieren uiterlijk gelijktijdig met het in artikel 11 bedoelde weegbriefje/weeglijst of de aldaar bedoelde wichtlijst ter beschikking komt van de leverancier.

De in het eerste lid genoemde formulieren dienen tevens de naam van de desbetreffende leverancier, het aantal aangevoerde slachtrunderen en de i en r-merken of koppelmerken van de desbetreffende slachtrunderen te bevatten.

Hoofdstuk

4

Gewichtsvaststelling en slachting van runderen A

Artikel

7

Indien wordt afgerekend op basis van werkelijk levend gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a.

    De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de weging van de desbetreffende op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 1½ uur na het, overeenkomstig het in artikel 6, eerste lid, vermelde wekelijke tijdstip van lossen te doen plaatsvinden.

  • b.

    Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 500 gram en van een automatische elektrisch bediende, afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 500 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren -, de datum der weging en het i en r-merk of volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.

  • c.

    In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.

  • d.

    Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.

  • e.

    Het is de be- of verwerker van slachtrunderen, die slachtrunderen weegt, doet wegen of toestaat, dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen, verboden enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.

Artikel

8

Indien wordt afgerekend op basis van geslacht gewicht, moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • 1.

    De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de weging van alle op zijn bedrijf aangevoerde slachtrunderen in volgorde van aankomst en uiterlijk binnen 4 uur na het tijdstip van lossen, met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde, te doen plaatsvinden.

  • 2.
    • a.

      De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht te verwijderen voorafgaand aan de weging van het geslachte slachtrund, de onderpoten afgesneden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel, de halszwezerik, de huid, de prostaat, de pezerik, de milt, het aarseinde en het uiervet, het zakvet, het stuitvet en het vangvet, het hartzakje, de inhoud van de borst- en buikholte, daaronder niet begrepen het longhaasje, de lever, de nieren en het niervet, het middenrif, het slotvet en de aorta voor zover vergroeid met de ruggenwervels.

    • b.

      De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht ervoor te zorgen, dat bij het verwijderen van onder a., bedoelde delen geen afsnijding van aangrenzend vlees of vet plaatsvindt, met uitzondering van het uiervet, dat mag worden verwijderd tot aan het buikzeen.

    • c.

      Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet bepaalde vóór de weging meer moet worden verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a. en b. is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen behoudens het onder d. bepaalde verplicht het afgesneden gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.

    • d.

      Indien op grond van een afkeuring als bedoeld onder c, levers onderscheidenlijk nieren worden afgekeurd, dan wel levers onderscheidenlijk nieren om andere redenen niet worden meegewogen, moet het op het (de) in artikel 11, bedoelde weegbriefje/weeglijst afgedrukte gewicht worden vermeerderd met de door het bestuur, na advies van de Adviescommissie kalveren, vastgestelde correctiefactoren.

    • e.

      Bij het slachten volgens de Israëlitische ritus of volgens de Islamitische ritus is de be- of verwerker van slachtrunderen verplicht een door de controlerende instantie namen het productschap te bepalen correctiefactor toe te passen op het warm geslacht gewicht van elk ritueel geslacht slachtrund, voorzover de rituele slachting systematisch afwijkingen vertoont van de in deze overeenkomst voorgeschreven slachtwijze.

    • f.

      Indien door de toezichthoudende instantie geconstateerd is dat voor de weging meer wordt verwijderd dan op grond van het bepaalde onder a en b, is toegestaan, is de be- of verwerker van slachtrunderen, onverminderd het bepaalde onder c, d, en e, verplicht op het warm geslacht gewicht een door de classificateur vastgestelde correctiefactor conform de door hem te geven aanwijzingen toe te passen. Indien door het bestuur op grond van het bepaalde onder g, voor bepaalde onderdelen correctiefactoren zijn vastgesteld, worden deze gehanteerd.

    • g.

      Het bestuur kan, na advies van de Adviescommissie kalveren, voor andere onderdelen van het slachtrund dan genoemd onder d, correctiefactoren vaststellen.

  • 3.

    De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht de geslachte slachtrunderen binnen 45 minuten na de eerste handeling die plaatsvindt nadat de slachthaak in het karkas gestoken is te wegen of doen wegen.

  • 4.
    • a.

      Bij de weging moet gebruik worden gemaakt van een krachtens de IJkwet goedgekeurd weegwerktuig, voorzien van een schaalverdeling met een afleeseenheid van ten hoogste 200 gram en van een automatische, elektrisch bediende afdrukinrichting met een afdrukeenheid van ten hoogste 200 gram - waarbij die afdrukinrichting per individuele weging het tijdstip - in minuten en uren - de datum der weging en het individuele merk of het volgnummer moet afdrukken -, terwijl het weegwerktuig met de haak tezamen in ledige toestand de nulstand moet aangeven. De gebruikte haken moeten van hetzelfde gewicht zijn. De afwijking van het weegwerktuig, inclusief die van de afdrukinrichting mag niet meer bedragen dan één afleeseenheid.

    • b.

      De be- of verwerker is verplicht om, ten behoeve van herweging door de toezichthoudende instantie, te beschikken over een voorziening om de slachtrunderen na het tijdstip van weging en voor de koeling uit te railen. Van het voor herweging aangewezen slachtrund mag tot na de herweging niets worden afgesneden.

    • c.

      In een frequentie van ten minste eenmaal per drie jaar dienen het weegwerktuig en de toetsgewichten gecontroleerd te worden door een daartoe erkende instantie.

    • d.

      Indien er tijdens de controle van de toetsgewichten een afwijking geconstateerd wordt, dienen de toetsgewichten gejusteerd te worden.

  • 5.

    Voor de geslachte weging mogen op generlei wijze methoden dan wel technieken worden toegepast, ten gevolge waarvan een meer dan normale verlaging van het karkasgewicht anders dan via het natuurlijke verdampingsproces zou kunnen worden gerealiseerd.

  • 6.

    Het is de be- of verwerker van slachtrunderen, die slachtrunderen geslacht weegt of doet wegen, onverlet het in deze verordening bepaalde, verboden enigerlei handeling te verrichten waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.

  • 7.

    Ter verkrijging van het koud geslacht gewicht geldt voor ieder geslacht slachtrund afzonderlijk, dan wel voor ieder per leverancier geleverd koppel, dat:

    • a.

      bij de afrekening ter zake van het overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde gewicht geen administratieve afronding mag plaatsvinden;

    • b.

      op het gewicht, dat met inachtneming van het onder a, bepaalde is vastgesteld, een korting van 2% wordt toegepast.

  • 8.

    Indien het in het derde lid gestelde voorschrift niet is nageleefd, moet de be- of verwerker van slachtrunderen het, overeenkomstig de bepalingen in dit artikel vastgestelde warm gewicht van het desbetreffende slachtrund, vermeerderen met 1 kg.

Artikel

9

Artikel

10

De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 en 25 kg bij de weegwerktuigen, bedoeld in de artikelen 7, onder b., en 8, vierde lid, beschikbaar te hebben tot een totaalgewicht van tenminste 250 kg.

Artikel

11

De be- of verwerker van slachtrunderen is verplicht binnen één week na de weging aan de leverancier af te geven of te doen afgeven een weegbriefje/weeglijst of wichtlijst, vermeldende naar waarheid zijn naam en adres, de door het weegwerktuig afgedrukte datum en het tijdstip van de weging en per slachtrund het met inachtneming van het in de artikelen 7, en 8, gestelde bepaalde gewicht, alsmede per slachtrund het i en r merk, met dien verstande, dat, indien aan het slachtrund een koppelmerk was aangebracht ter identificatie van deze leverancier, tevens het volgnummer moet worden vermeld.

Hoofdstuk

5

Tijdstip van aanvoer en slachting van runderen B

Artikel

12

Hoofdstuk

6

Gewichtsvaststelling en slachting van runderen B

Artikel

13

Artikel

14

Hoofdstuk

7

Bepalingen ingeval runderen B gekocht worden onder conditie van betaling per kg geslacht gewicht

§

1

Gewichtscorrecties

Artikel

15

§

2

Bepalingen ten aanzien van het wegen

Artikel

16

§

3

Gewichtscorrecties ten behoeve van de afrekening

Artikel

17

§

4

Uitwisseling weeggegevens en bescheiden

Artikel

18

Hoofdstuk

8

Deelnemingsaanduiding voor runderen A en B

Artikel

19

Hoofdstuk

9

Classificatie runderen A en B

§

1

Algemeen

Artikel

20

§

2

Classificatiemerken

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

§

3

Vastlegging en melding classificatiegegevens

Artikel

25

§

4

Communicatie classificatiegegevens met leverancier

Artikel

26

Hoofdstuk

10

Administratie runderen A en B

Artikel

27

Hoofdstuk

11

Toezicht en handhaving

Artikel

28

Artikel

29

De voorzitter sluit met de classificerende instantie een overeenkomst voor de te verrichten werkzaamheden.

Artikel

30

De be- of verwerker is verplicht:

  • 1.

    tot betaling van de kosten van de dienstverlening door de classificatieorganisatie;

  • 2.

    de kosten voor het toezicht op de naleving van het in deze verordening bepaalde, alsmede voor de classificatie, door te berekenen aan zijn leverancier;

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Hoofdstuk

12

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

34

De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor:

  • a.

    de natuurlijke- en rechtspersonen die de ondernemingen drijven waarvoor het productschap is ingesteld en de bij die ondernemingen werkzame personen, en

  • b.

    andere dan de onder a, bedoelde natuurlijke- en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de aldaar bedoelde ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel

35

Artikel

36

Voor het bestuur,
J.J. Rameker voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 26 juni 2003.

Bijlage

I

BEHORENDE BIJ DE VERORDENING SLACHTING, WEGING EN CLASSIFICATIE SLACHTRUNDEREN 2003

A

Indeling bevleesdheid

Vorm van de profielen van het geslachte dier, in het bijzonder van de hoogwaardige delen (romp, rug en schouder).

Technische Beveleesdheidsklasse

Administratieve Bevleesdheidsklasse

Omschrijving

S

S

Superieur

Alle profielen zeer sterk gerond;

Stomp: zeer sterk gerond; dubbele spieren, duidelijk door groeven gescheiden spierbundels. Bovenbil puilt zeer ruim over de schaarnbeensvoeg heen. Dikke lende sterk gerond.

Rug: zeer breed en zeer dik, tot op de schouder

Schouder: zeer sterk gerond.

E

E +

E o

E -

Uitstekend

Alle profielen sterk gerond;

Stomp: Sterk gerond; de bovenbil puilt ruim- schoots over de schaambeensvoeg heen; dikke lende sterk gerond.

Rug: breed en zeer dik, tot op de schouder.

Schouder: sterk gerond.

U

U +

U o

U -

Zeer goed

Profielen over het geheel rond;

Stomp: gerond; de bovenbil puilt over de schaambeensvoeg heen; dikke lende gerond.

Rug: breed en dik, tot op de schouder.

Schouder: gerond.

R

R +

R o

B -

Goed

Over het geheel rechte profielen:

Stomp: goed ontwikkeld, de bovenbil en de dikke lende zijn licht gerond.

Rug: nog dik,maar minder breed op de schouder.

Schouder: vrij goed ontwikkeld.

O

O -

O o

O -

Matig

Profielen recht tot hol;

Stomp: matig ontwikkeld, dikke lende rechtlijnig. Rug: van matige dikte.

Schouder: matig ontwikkeld tot bijna plat.

P

P +

P o

P -

Gering

Alle profielen hol tot zeer hol;

Stomp: weinig ontwikkeld.

Rug: smal met zichtbaar been

Schouder: plat en het been is zichtbaar.

B. Indeling vetheid

Hoeveelheid vet aan de buitenkant van het geslachte dier en aan de binnenzijde van de borstholte.

Technische Vetheids- klasse

Administratieve Vetheidsklasse

Omschrijving

1

1 -

1 o

1 +

Gering

Geen of zeer weinig vetbedekking.

Geen vet aan de binnenzijde van de borstholte.

2

2 -

2 o

2 +

Licht

Lichte vetbedekking; spieren nog bijna overal zichtbaar.

Aan de binnenzijde van de borstholte zijn de spieren tussen de ribben duidelijk zichtbaar.

3

3 -

3 o

3 +

Middelmatig

Behalve op stomp en schouder zijn de spieren bijna overal bedekt met vet.

Lichte vetafzettingen in de borstholte; de spieren tussen de ribben zijn nog zichtbaar.

4

4 -

4 o

4 +

Sterk vervet

Spieren zijn bedekt met vet, echter op stomp en schouder nog gedeeltelijk zichtbaar; de vetstrepen op de stomp zijn opvallend.

Enige duidelijke vetafzettingen in de borstholte; de spieren tussen de ribben mogen met vet doorregen zijn.

5

5 -

5 o

5 +

Zeer sterk vervet

Geslacht dier totaal met vet afgedekt; de stomp is bijna volledig bedekt met een dikke laag vet, zodat de vetbanden niet meer duidelijk zijn te onderkennen.

Sterke vetafzettingen in de borstholte; de spieren tussen de ribben zijn met vet doorregen.

Bijlage

II

BEHORENDE BIJ DE VERORDENING SLACHTING WEGING EN CLASSIFICATIE SLACHTRUNDEREN 2003 (INDELING CATEGORIEEN)

Geslacht niet- gecastreerde jonge mannelijke dieren A

tot 2 jaar

0

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

Geslachte niet ge-gecastreerde andere mannelijke dieren B

2 tot 2½ jaar

0

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

B

2½ jaar en ouder

1

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

Geslachte gecastreerde mannelijke dieren C

0

Geslachte vrouwelijke dieren (reeds gekalfd hebbend) D

1 ½ tot 2½ jaar

0

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel l van Verordening (EG) nr, 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

D

2½ tot 3½ jaar

1

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel l van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

D

3½ tot 5 jaar

2

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel l van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

D

5 tot 7 jaar

3

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de intitel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

D

7 jaar en ouder

4

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

Geslachte andere vrouwelijke dieren

niet (gekalfd) E

tot 1½ jaar

0

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgesteldeIdentificatie en Registratie regeling voor runderen.

E

1½ tot 2½ jaar

1

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr 1760/2000 vastgestelde Identificatie en Registratie regeling voor runderen.

E

2½ jaar en ouder

2

De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van de gegevens die beschikbaar zijn op grond van de in titel I van Verordening (EG) nr. 1760/2000 vastgesteldeIdentificatie en Registratie regeling voor runderen.

Bijlage

III

BEHORENDE BIJ DE VERORDENING SLACHTING, WEGING EN CLASSIFICATIE SLACHTRUNDEREN 2003

Indeling vleeskleur

De vleeskleur wordt beoordeeld aan de hand van een kleurschaal.

Runderen A blank

66-33

1 t/m 10

10

Runderen A rosé

54-27

11 t/m 13

3

Runderen B

42-22

21 t/m 25**De 2 geeft aan dat het gaat om runderen B.

5