Instellingsbesluit regiegroep nationale en bovenregionale recherche

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie;
Overwegende dat de Tweede Kamer bij brief van 28 november 2002 (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 250, nr. 4) door ons is geïnformeerd over ons voornemen te komen tot nationale en bovenregionale recherche;
dat invoering daarvan met ingang van 1 januari 2004 wordt beoogd;
dat een goede implementatie een nauwe samenwerking en afstemming tussen de betrokken partijen vordert;

Besluiten:

Artikel

1

Er is een regiegroep nationale en bovenregionale recherche, hierna te noemen de regiegroep.

Artikel

2

Artikel

3

De regiegroep is als volgt samengesteld:

  • -

    mevr. drs. L.M.C. Ongering, plv. Directeur-Generaal Openbare Orde en Veiligheid, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voorzitter, tevens lid;

  • -

    mr. drs. C.W.M. Dessens, Directeur-Generaal Rechtshandhaving, ministerie van Justitie, plv. voorzitter, tevens lid;

  • -

    drs. W.J. Deetman, korpsbeheerder regio Haaglanden, lid;

  • -

    mr. J.A. Hulsenbek, Openbaar Ministerie, Procureur-Generaal, lid;

  • -

    mr. M.E.F.H. van Erve, Openbaar Ministerie, hoofd landelijk parket, lid;

  • -

    M.A. Beuving, korpschef Korps Landelijke Politie Diensten, lid;

  • -

    R.G.C. Bik, korpschef regio Zuid-Holland Zuid, lid;

  • -

    J. Wilzing, korpschef regio IJsselland, lid.

Artikel

4

De regiegroep kan niet-leden uitnodigen tot het bijwonen van de vergaderingen.

Artikel

5

De regiegroep wordt ondersteund door een secretariaat vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie. Het secretariaat wordt gevoerd in overleg met de voorzitter van de regiegroep.

Artikel

6

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit regiegroep nationale en bovenregionale recherche.

Artikel

10

Dit besluit zal, met de daarbij behorende toelichting, worden gepubliceerd in de Staatscourant. Mededeling zal daarvan worden gedaan in het Algemeen Politieblad.

Een afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan de Tweede Kamer, het Korpsbeheerdersberaad, het College van procureurs-generaal en de Raad van Hoofdcommissarissen.

's-Gravenhage
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes
De Minister van Justitie, J.P.H. Donner