Verordening eiproducten 2003 (PPE)

Verordening eiproducten 2003 (PPE)

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren,
overwegende dat uitvoering dient te worden gegeven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nr. 89/437/EEG van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten, heeft,

op 10 april 2003 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel

1

Deze verordening neemt over de terminologie van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nr. 89/437/EEG (gepubliceerd in het Publikatieblad nr. L 212/87 van 22.7.1989) inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten, zoals deze thans luidt, of in de toekomst zal luiden en verstaat verder onder:

1.

richtlijn

:

de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen nr. 89/437/EEG (gepubliceerd in het Publikatieblad nr. L 212/87 van 22.7.1989) inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten;

2.

ondernemer

:

degene die een onderneming drijft, waarvoor het Productschap Pluimvee en Eieren is ingesteld;

3.

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

4.

voorzitter

:

de voorzitter van het productschap;

5.

vloeibare eiproducten

:

A.

de producten die zijn verkregen uit eieren, uit bestanddelen van eieren of mengsels daarvan, na verwijdering van schaal en vliezen, die bestemd zijn voor menselijke consumptie en die met inachtneming van het in artikel 7 van deze verordening bepaalde, andere levensmiddelen en/of additieven mogen bevatten;

B.

a.

Heelei: bestaande uit de gehele ei-inhoud;

b.

Eidooier: bestaande uit het geel van het ei;

c.

Eiwit: bestaande uit het wit van het ei;

6.

bevroren eiproducten

:

de producten, als bedoeld onder 5, welke op een blijvende temperatuur van niet hoger dan -12° C zijn gebracht;

7.

diepgevroren eiproducten

:

de producten als bedoeld onder 5, welke een vaste vorm hebben verkregen door bevriezing in daartoe geschikte apparatuur op zodanige wijze, dat het temperatuur traject van maximale kristallisatie snel wordt doorlopen en het product, na thermische stabilisatie, in het thermische centrum een temperatuur van -18° C heeft bereikt, waarna het bij -18°C of lager wordt opgeslagen;

8.

geconcentreerde eiproducten

:

de producten als bedoeld onder 5, welke door onttrekking van water minder vloeibaar zijn geworden;

9.

gedroogde eiproducten

:

de producten als bedoeld onder 5, welke door onttrekking van water een poedervorm hebben verkregen;

10.

kristaleiwit

:

de producten als bedoeld onder 5.B.c., welke door onttrekking van water d.m.v. de plaatdroogmethode een vaste vorm hebben verkregen;

11.

Inrichting

:

inrichting die is erkend voor de vervaardiging en/of behandeling van eiproducten;

12.

het in de handel brengen

:

het in voorraad hebben of het uitstallen met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de verkoop, de aflevering, of elke andere wijze van in de handel brengen;

13.

pasteurisatie

:

een door of vanwege het productschap goedgekeurde thermische behandeling, die de vernietiging van pathogene kiemen waarborgt en welke behandeling dient plaats te vinden in een inrichting;

14.

charge

:

een in één ononderbroken arbeidsgang in één pasteur gepasteuriseerde hoeveelheid eiproducten;

15.

chargenummer

:

een volgnummer, aangevende de charge.

Artikel

2

Deze verordening is niet van toepassing op:

  • a.

    eet- of drinkwaren die zijn bereid uit eiproducten en bestemd zijn voor de eindverbruiker;

  • b.

    eiproducten die zijn bereid in ambachtelijke werkplaatsen, winkels of restaurants, en die zonder verdere behandeling worden gebruikt voor de bereiding van eet- of drinkwaren die bestemd zijn voor:

    • 1.

      rechtstreekse aflevering, niet via tussenpersonen, aan de eindverbruiker, of

    • 2.

      gebruik ter plaatse, direct na de bereiding.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Onverminderd het bepaalde in artikel 4 dient iedere ondernemer die een vergunning heeft ontvangen om als eiproductenfabrikant op te treden een fabricageregister bij te houden, waarin de volgende gegevens moeten worden vermeld:

  • a.

    datum van fabricage;

  • b.

    hoeveelheid en aard van het gefabriceerde product;

  • c.

    aard van een eventuele voorbehandeling;

  • d.

    het chargenummer, hetwelk aan een gepasteuriseerde productie-eenheid is toegekend.

Artikel

7

De in deze verordening bedoelde voor menselijke consumptie bestemde eiproducten mogen uitsluitend de in lid 3 bedoelde additieven bevatten, zulks met inachtneming van de daarbij vermelde gehaltes en de daarbij genoemde voorwaarden.

Andere dan de in lid 3 genoemde toevoegingen mogen slechts aanwezig zijn, indien zij een gevolg zijn van de toevoeging van eet- en drinkwaren, als bedoeld in artikel 1 onder 5, voor zover en voor zoveel zij in die eet- en drinkwaren zijn toegelaten.

  • 2.

    in afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de eiproducten, indien daarin door de afnemer(s) andere dan de in lid 3 genoemde toevoegingen worden verlangd, deze toevoegingen bevatten, indien is en wordt voldaan aan de voorwaarde dat op de verpakking van de eiproducten wordt vermeld:

    • a.

      de naam (namen) van de bedoelde toevoeging(en), alsmede de woorden halffabrikaat, bestemd voor", aangevuld met de naam van de waar, waarin de eiproducten zullen worden verwerkt;

    • b.

      de onder a bedoelde toevoegingen moeten krachtens de voorschriften van de Warenwet zijn toegelaten in de waar, waarin de eiproducten zullen worden verwerkt.

  • 3.

    De toevoegingen als bedoeld in lid 1 zijn de volgende technische hulpstoffen:

    • 1.

      suikerverwijdering

      - glucose oxydase

      q.s.

      - katalase

      q.s.

      - waterstof peroxyde

      sporen

    • 2.

      viscositeitsregelaars

      - pepsine

      sporen

      - papaïne

      sporen

      uitsluitend in gepasteuriseerd eiwit

    • 3.

      vetsplitser

      - lipase

      sporen

      uitsluitend in eiwit

    • 4.

      stabilisator

      - aluminiumsulfaat

      max 30mg/kg, uitgedrukt in aluminium

      uitsluitend in gepasteuriseerd eiwit

  • 4.

    De in dit artikel genoemde additieven zijn toegestaan totdat overeenkomstig de procedure van artikel 12 van de richtlijn door de Raad van de Europese Gemeenschappen een besluit is genomen, waarna de middels dat besluit geregelde additieven zullen zijn toegestaan.

Artikel

7a

De ondernemer, die niet gedurende alle werkdagen, uitgezonderd feestdagen, eiproducten bereidt is verplicht, 24 uur voordat hij eiproducten gaat bereiden, dit te melden aan de door het bestuur aangewezen dienst.

Artikel

8

Artikel 9

Vervallen

Artikel

10

Artikel

11

Voor het bestuur,
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 23 oktober 2003.

Bijlage

I

Algemene voorwaarden voor erkenning en exploitatie

Inrichtingen moeten ten minste van het volgende zijn voorzien:

  • 1.

    in lokalen waar eieren worden opgeslagen of eiproducten worden bereid of opgeslagen:

    • a)

      vloeren uit waterdicht, gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal dat niet kan rotten, welke vloeren zo moeten zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar met een rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken;

    • b)

      gladde, duurzame en ondoordringbare wanden die van een heldere, afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste twee meter en in koelruimten of opslagruimten ten minste tot de hoogte tot waarop de desbetreffende producten worden opgeslagen. De overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling moet rond of op soortgelijke wijze zijn afgewerkt, zodat hij gemakkelijk kan worden schoongemaakt;

    • c)

      deuren van bestendig materiaal; houten deuren moeten aan beide zijden voorzien zijn van een gladde ondoordringbare bekleding;

    • d)

      gemakkelijk schoon te maken plafonds die zo zijn geconstrueerd en afgewerkt dat vuilophoping, schimmelvorming, eventueel afbladderen van de verf en condensatie worden voorkomen;

    • e)

      voldoende ventilatie en, zo nodig, een goede afvoer van damp;

    • f)

      voldoende verlichting, door daglicht of door kunstlicht;

    • g)

      zo dicht mogelijk bij de plaatsen waar de arbeid wordt verricht:

      • voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen en voor het reinigen van het materiaal met warm water. De kranen mogen niet met de hand of met de arm kunnen worden bediend. De installaties voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van koud en warm stromend water of van vooraf gemengd water op een passende temperatuur, van reinigings- en ontsmettingsmiddelen, alsmede van handdoeken die slechts eenmaal kunnen worden gebruikt;

      • voorzieningen voor het ontsmetten van het gereedschap;

  • 2.

    een voldoende aantal kleedlokalen met gladde, waterdichte en afwasbare wanden en vloeren, met wasgelegenheden, alsmede met toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten geven. De wasgelegenheden moeten voorzien zijn van koud en warm of vooraf via menging op de juiste temperatuur gebracht stromend water, van was- en ontsmettingsmiddelen voor de handen, alsmede van handdoeken die slechts eenmaal kunnen worden gebruikt; de kranen van de wasgelegenheden mogen niet met de hand kunnen worden bediend. Er moeten voldoende wasgelegenheden zijn in de nabijheid van de toiletten;

  • 3

    een aparte ruimte en passende voorzieningen voor het schoonmaken en ontsmetten van recipiënten en vaste en mobiele tanks; deze ruimte en deze voorzieningen zijn evenwel niet vereist indien er regelingen zijn getroffen om recipiënten en tanks door andere stations te laten schoonmaken en ontsmetten;

  • 4.

    een installatie waardoor uitsluitend drinkwater in de zin van Richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water' wordt geleverd.

    Het is evenwel toegestaan dat voor het opwekken van stoom, het bestrijden van brand of het koelen van de koelinstallaties een installatie aanwezig is die niet-drinkbaar water levert, op voorwaarde dat de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dat water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen gevaar opleveren voor besmetting van de eiproducten De stoom en het water in kwestie mogen niet rechtstreeks in aanraking komen met de eiproducten en mogen niet worden gebruikt voor het schoonmaken en ontsmetten van recipiënten, installaties en materiaal waarmee de eiproducten in aanraking komen. Leidingen voor niet-drinkbaar water moeten goed kunnen worden onderscheiden van drinkwaterleidingen;

  • 5.

    passende voorzieningen tegen ongedierte, zoals insecten en knaagdieren;

  • 6.

    materiaal, leidingen en instrumenten, of oppervlakten daarvan, welke met eiproducten in aanraking komen, moeten zijn vervaardigd van glad, gemakkelijk te wassen, schoon te maken en te ontsmetten, corrosiebestendig materiaal, dat geen stoffen aan de eiproducten afgeeft in zodanige hoeveelheden dat de gezondheid van de mens daardoor in gevaar wordt gebracht, de samenstelling van de eiproducten wordt gewijzigd of de organoleptische eigenschappen ervan worden aangetast.

Bijlage

II

Bijzondere voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen

Afgezien van de in hoofdstuk I vastgestelde algemene voorwaarden, moeten inrichtingen ten minste van het volgende zijn voorzien:

  • 1.

    geschikte lokalen die ruim genoeg zijn voor de gescheiden opslag van eieren en afgewerkte eiproducten, eventueel met een koelinstallatie om de eiproducten op de vereiste temperatuur te houden: koelhuizen moeten voorzien zijn van een zelfregistrerende thermometer of telethermometer;

  • 2.

    bij gebruik van vuile eieren, voorzieningen voor het wassen en ontsmetten van de eieren; volgens de procedure van artikel 14 wordt een lijst opgesteld van de producten die voor het ontsmetten mogen wordt gebruikt;

  • 3.
    • a)

      een speciaal lokaal met passende voorzieningen voor het breken en het opvangen van de inhoud van de eieren en voor het verwijderen van de delen van schalen en vliezen;

    • b)

      een apart lokaal voor de andere dan onder a) bedoelde handelingen.

      In geval van pasteurisatie van eiproducten mag deze geschieden in het onder a) bedoelde lokaal wanneer de inrichting beschikt over een gesloten pasteurisatiesysteem en, zo niet, moet deze geschieden in het onder b) bedoelde lokaal. In dit laatste geval moeten alle voorzieningen worden getroffen om besmetting van de eiproducten na pasteurisatie te voorkomen;

  • 4.

    passende voorzieningen voor het interne transport van de ei-inhoud;

  • 5.

    in de gevallen bepaald in deze richtlijn, door de bevoegde instantie goedgekeurde apparatuur voor de behandeling van eiproducten, die ten minste voorzien is van:

    • a)

      in het geval van pasteurisatie:

      • een automatische temperatuurregelaar,

      • een zelfregistrerende thermometer,

      • een automatische beveiliging tegen onder verhitting;

    • b)

      in geval van een continu pasteurisatiesysteem moet de apparatuur bovendien ten minste voorzien zijn van:

      • een deugdelijke beveiliging tegen vermenging van gepasteuriseerde eiproducten met onvolledig gepasteuriseerde eiproducten en

      • een automatische registratie van de beveiliging tegen bovengenoemde vermenging;

  • 6.

    een lokaal voor het opslaan van andere levensmiddelen en additieven;

  • 7.

    bij verpakking in recipiënten voor eenmalig gebruik, een geschikte en eventueel aparte ruimte voor de opslag van die recipiënten en de voor de vervaardiging ervan bestemde materialen;

  • 8.

    voorzieningen voor onmiddellijke verwijdering en aparte opslag van lege schalen, alsmede van eieren en eiproducten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie;

  • 9.

    de nodige voorzieningen voor het hygiënisch verpakken van de eiproducten;

  • 10.

    om analyses en onderzoeken te verrichten waarbij de eisen van deze richtlijn betreffende de grondstoffen en de eiproducten worden nageleefd, dient de inrichting over een passend laboratorium te beschikken. Zo niet, moet zij gebruik kunnen maken van de diensten van een laboratorium, waardoor aan dezelfde eisen kan worden voldaan. In dit laatste geval stelt zij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis;

  • 11.

    voor zover noodzakelijk, passende voorzieningen voor het ontdooien van bevroren eiproducten die in een erkende inrichting worden behandeld of anderszins verwerkt;

  • 12.

    een apart lokaal voor het opslaan van schoonmaak- en ontsmettingsproducten.