Verordening van het Productschap Zuivel van 16 april 2003, houdende regels omtrent de reiniging van verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen (Zuivelverordening 2003, Reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen)

Zuivelverordening 2003, Reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen

Het bestuur van het Productschap Zuivel;

Besluit:

Artikel

1

Deze verordening verstaat onder:

a.

productschap

:

Productschap Zuivel;

b.

bestuur

:

bestuur van het productschap;

c.

voorzitter

:

voorzitter van het productschap;

d.

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

e.

gewasbeschermingsmiddelen

:

gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, op de verpakking waarvan de vermelding voorkomt "Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld zoals wettelijk is voorgeschreven".

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel

6

Artikel

7

De Zuivelverordening 1998, Reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen wordt ingetrokken.

Artikel

8

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

9

Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2003, Reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen.

Zoetermeer
G.A. Koopstra voorzitter
F. Beekman secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 12 juni 2003 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 23 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3737.

Bijlage

A

Voorschriften terzake van apparatuur en methode als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid

1

mobiele apparatuur:

  • a.

    de spuitapparatuur, waarmede de gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, dient te zijn voorzien van een spoeltrechter met spoelkop op of nabij de vloeistoftank, alsmede van een (demontabel) spanframe (openhouder);

  • b.

    De spoeltrechter dient een diameter te hebben van tenminste 400 mm, ingeval deze rond van vorm is, c.q. dient zijden te hebben van tenminste 400 mm, ingeval deze rechthoekig van vorm is.

    De onderuitloop hiervan eindigt in de vloeistoftank of in de aanzuigleiding van de spuitpomp.

    Bij een gecombineerd gebruik van de spoeltrechter als vultrechter moet de doorlaat van de trechteruitloop een opening hebben van tenminste 40 mm, teneinde de afstort van het spuitpoeder probleemloos te kunnen verwerken.

  • c.

    De spoelkop van de spoelinstallatie dient tenminste 35 boringen te bevatten, zodanig verdeeld over de omtrek van de spoelkop, dat een totale spreidingshoek van 240° of meer wordt bereikt.

    Bij een waterdruk op de leiding voor de spoelkop van 5 bar dient ca. 25 liter water per minuut door de boringen gelijkmatig verdeeld over de omtrek van de spoelkop te kunnen worden verspoten.

    De spoelkop is ongeveer centraal geplaatst in de spoeltrechter.

    De diameter van de spoelkop mag niet groter zijn dan 35 mm. De aanvoerleiding naar de spoelkop mag geen grotere buitendiameter hebben dan 16 mm. De aanvoerleiding naar de spoelkop dient te worden voorzien van een hand- of voetbediende afsluiter. De pompdruk ter plaatse van de spoelkop dient minimaal 3 bar en maximaal 5 bar te zijn.

2

centrale vulplaats:

Ingeval voor het vullen van mobiele spuitapparatuur permanent gebruik gemaakt wordt van een centrale vulplaats, behoeft de mobiele spuitapparatuur niet te voldoen aan de in het eerste lid gestelde eisen, mits de centrale vulapparatuur voldoet aan die eisen en mits de mobiele spuitapparatuur uitsluitend met behulp van deze centrale vulapparatuur wordt gevuld.

3

typegoedkeuring:

  • a.

    apparatuur, die afwijkt van de hiervoor in het eerste lid gestelde eisen, dient te voldoen aan de specificaties die tijdens een typegoedkeuring zijn vastgesteld;

  • b.

    de typegoedkeuring zal uitsluitend worden verleend indien is vastgesteld dat de afwijkende apparatuur tenminste dezelfde goede werking heeft als de apparatuur die voldoet aan de hiervoor in het eerste lid gestelde eisen;

  • c.

    typegoedkeuring zal uitsluitend kunnen worden verleend door het IMAG te Wageningen.

4

methode:

  • a.

    verpakkingen, bestaande uit zakken, dienen te worden gespoeld met gebruikmaking van het spanframe dat is geplaatst om de opstekende spoelkop;

  • b.

    andere verpakkingen dienen tijdens het spoelen met de opening naar beneden gericht te worden geplaatst over de opstekende spoelkop;

  • c.

    er dient te worden gespoeld met schoon water, onvermengd met gewasbeschermingsmiddelen. Bij een spoeldruk van 3 tot 5 bar dient tenminste 30 seconden te worden gespoeld. Het spoelwater mag uitsluitend in de vloeistoftank terecht komen.

B

Voorschriften terzake van de methode bedoeld in artikel 2, vierde lid

De verpakking dient enkele malen te worden omgespoeld met schoon leidingwater, waarna het spoelwater in de vloeistoftank van de spuitapparatuur dient te worden gedeponeerd.