Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
opsporing: de opsporing van misbruik in het kader van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, door ambtenaren in dienst van een gemeente, die op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
-
b.
opsporingssamenwerkingsverband: een organisatorisch verband waarin colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten op het terrein van de opsporing samenwerken op basis van een daartoe strekkende overeenkomst;
-
c.
intentieverklaring: een verklaring waaruit blijkt dat colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten voornemens zijn om een opsporingssamenwerkingsverband tot stand te brengen, dan wel een bestaand opsporingssamenwerkingsverband uit te breiden;
-
d.
overeenkomst: een geschrift waaruit blijkt dat tussen colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten overeenstemming bestaat dat een opsporingssamenwerkingsverband tot stand wordt gebracht, dan wel dat een bestaand opsporingssamenwerkingsverband wordt uitgebreid;
-
e.
kosten opsporingssamenwerkingsverband: de eenmalige kosten die in de periode voorafgaande aan de operationele start van het opsporingssamenwerkingsverband worden gemaakt, alsmede de eenmalige kosten voor uitbreiding van een bestaand opsporingssamenwerkingsverband, welke kosten niet terugkomen in de jaarlijkse exploitatie van het opsporingssamenwerkingsverband;
-
f.
controle: via huisbezoeken of bezoeken aan bedrijven verifiëren van de voor het recht op uitkering op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars van belang zijnde gegevens;
-
g.
fte: arbeidsplaats op basis van een volledige werkweek;
-
h.
aantal uitkeringen: het totaal aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars tezamen, wordt verstrekt in de gemeente van de subsidieaanvrager, dan wel binnen het opsporingssamenwerkingsverband dat de subsidieaanvrager vertegenwoordigt;
-
i.
uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle: de toename van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle met een of meer fte's ten opzichte van de gemeentelijke formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle, zoals die op 31 december 2002 formeel bestond;
-
j.
de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.