Instelling begeleidingscommissie onderzoek naar medische beslissingen rondom het levenseinde

Instelling begeleidingscommissie onderzoek naar medische beslissingen rondom het levenseinde

De Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Overwegende:
dat tijdens de schriftelijke en mondelinge behandeling door het Parlement van het wetsvoorstel `Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding' door de regering is aangekondigd dat een nieuw evaluatie-onderzoek zal worden ingesteld naar de actuele stand van zaken met betrekking tot de praktijk van Medische Beslissingen rondom het Levenseinde, naar de ervaringen met de meldingsregeling euthanasie en naar het functioneren van de regionale toetsingcommissies euthanasie;
dat het evaluatie-onderzoek is opgedragen aan en wordt uitgevoerd door het Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek van de Vrije Universiteit te Amsterdam;

Besluiten:

Artikel

1

Er is een commissie die het evaluatie-onderzoek zal begeleiden.

Artikel

2

De commissie heeft tot taak om het onderzoek te begeleiden, de onderzoekers die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het onderzoek te adviseren en voorstellen te doen inzake de opzet, inhoud en voortgang van de uitvoering van het onderzoek.

Artikel

3

In de commissie worden benoemd:

  • Tot voorzitter, tevens lid: prof dr. A. Knottnerus, voorzitter van de Gezondheidsraad en hoogleraar huisartsengeneeskunde aan de Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht.

  • Tot leden:

    mw. mr. W.M. de Jongste, senior projectleider bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het Ministerie van Justitie te Den Haag;

    mr. A. Kors, hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie te Den Haag;

    drs. J.C.M. Lavrijsen, verpleeghuisarts en hoofd vervolgopleiding tot verpleeghuisarts aan het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud te Nijmegen;

    prof dr. J. Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de EUR te Rotterdam, per 1 september vervangen door prof. dr. mr. J.K. M. Gevers, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam;

    mw. L. van Leeuwen, verpleegkundige te Amsterdam;

    prof dr. H.A.M. Manschot, hoogleraar Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht;

    mw. drs. J. Schulkes-van de Pol, huisarts te Amsterdam;

    dr. L. Wigersma, arts, directeur Beleid en Advisering van de KNMG te Utrecht.

    mr. J.L. de Wijkerslooth de Weerdesteyn, voorzitter van het College van Procureurs-Generaal.

  • Tot secretarissen:

    mr. J.J.F. Visser, senior beleidsmedewerker bij de afdeling Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te Den Haag;

    mw. mr. I.S. Keizer, beleidsmedewerker bij de afdeling Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te Den Haag.

Artikel

4

De commissie zal ten behoeve van haar taakuitvoering de rapportages van de onderzoekers met hen bespreken en met hen over de tussentijdse resultaten overleg plegen.

Artikel

5

De commissie bespreekt met de onderzoekers de eindrapportage en de presentatie van de eindresultaten.

Artikel

6

De commissie kan in het belang van haar werkzaamheden externe deskundigen raadplegen.

Artikel

7

De commissie brengt aan de ondergetekenden verslag uit van haar werkzaamheden. De commissie kan daarbij opmerkingen maken ten aanzien van die punten betreffende het onderzoek en de uitkomsten waarvan zij besluit dat deze speciale aandacht behoeven.

Artikel

8

De niet-ambtelijke leden van de commissie ontvangen vacatiegeld alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens bestaande rijksregelen, voorzover niet uit anderen hoofde een vergoeding voor deze kosten wordt verleend uit 's Rijks kas.

Artikel

9

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretariële aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het Centraal oud archief van het Ministerie opgenomen.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant en werkt terug tot 1 april 2002.

Artikel

11

De Minister van Justitie, J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C. Ross-van Dorp