Wet van 8 mei 2003 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs in verband met afschaffing van de bestedingsverplichting ten aanzien van de formatie ten behoeve van het onderwijs aan leerlingen van 4 tot en met 7 jaar

Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs (afschaffing bestedingsverplichting t.a.v. de formatie t.b.v. het onderwijs aan leerlingen van 4 t/m 7 jaar)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bestedingsverplichting met betrekking tot de formatie voor het onderwijs aan leerlingen van 4 tot en met 7 jaar af te schaffen en aldus de bestedingsvrijheid van basisscholen te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel

II

De in artikel I van deze wet opgenomen wijziging is voor de eerste maal van toepassing op de vaststelling van de formatie voor het schooljaar 2003–2004.

Artikel

III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, M. J. A. van der Hoeven
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner