Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen

Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
In overeenstemming met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Commissie: de Commissie Interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen;

  • Loket Vlootzaken: het Loket Vlootzaken van de directie Noordzee van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat;

  • Beheerder: degene die is belast met het beheer over een civiel zeegaand rijksvaartuig.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Commissie bestaat uit een voorzitter, een secretaris, een plaatsvervangend secretaris en zes leden.

Artikel

6

Artikel

7

Het secretariaat van de Commissie wordt verzorgd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en wordt organisatorisch ondergebracht bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van dat ministerie.

Artikel

8

De Commissie stelt haar advies op overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van haar leden.

Een afwijkende mening van een lid kan op diens verzoek in het advies worden vermeld en in een minderheidsnota bij het advies worden gevoegd.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Het Loket Vlootzaken stelt adviezen op betreffende de ontwerptechnische, bedrijfseconomische en financiële aspecten van de volgens het interdepartementale vlootplan bedoeld in artikel 4, eerste lid, te verwerven civiele zeegaande vaartuigen en de wijze van aanbesteding, aankoop of huur van deze vaartuigen.

Artikel

12

Het Loket Vlootzaken kan op verzoek van een in artikel 3 genoemde minister of een beheerder:

  • a.

    ondersteunend optreden bij de uitvoering van de in artikel 11 bedoelde adviezen met betrekking tot aanbesteding, aankoop of huur van civiele zeegaande vaartuigen;

  • b.

    adviseren met betrekking tot civiele zeegaande vaartuigen, ten aanzien van:

    • doelmatig gebruik;

    • plannen en kostenramingen betreffende het jaarlijks onderhoud en belangrijke tussentijdse herstelwerkzaamheden;

    • verbouwing van bestaande vaartuigen;

    • het rationaliseren van onderhoudsintervallen.

Artikel

13

De Commissie zendt 4 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf H. de Boer