Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003

Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003

Het Bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren heeft,

op 13 februari 2003 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

productschap:

Productschap Pluimvee en Eieren;

bestuur:

bestuur van het productschap;

pluimveehouder:

de ondernemer die vleeskalkoenen of ouderdieren houdt;

vleeskalkoenen:

kalkoenen, bestemd voor de productie van pluimveevlees;

ouderdieren:

kalkoenen, bestemd voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskalkoenen;

bezettingsgraad:

de hoeveelheid dieren die, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, op een bepaalde staloppervlakte, die voor de dieren beschikbaar is, gehouden mag worden;

uitval:

de dieren die, anders dan via normale verkoop, het productieproces verlaten;

uitvalpercentage:

de uitval uitgedrukt als een percentage van het aantal dieren dat aan het begin van het productieproces is opgezet;

koppel:

een groep vleeskalkoenen van hetzelfde geslacht die maximaal zeven dagen in leeftijd verschillen;

erkende pluimveedierenarts:

dierenarts die voldoet aan de criteria voor erkende pluimveedierenarts, zoals die zijn vastgesteld door de Stichting Veterinair Kwaliteitsorgaan;

omgevingsverrijking:

andere objecten dan objecten die gewoonlijk in een stal aanwezig zijn, die door de dieren kunnen worden aangeraakt en die bedoeld zijn om de dieren afleiding te geven;

stalklimaat:

de atmosferische omstandigheden in een stal, inclusief de temperatuur, het zuurstofgehalte, de luchtsnelheid, de relatieve vochtigheid en het stofgehalte.

Administratie

Artikel

2

Controle door de pluimveehouder

Artikel

3

Maximale bezettingsgraad

Artikel

4

Uitvalpercentage

Artikel

5

Verrijking van de leefomgeving

Artikel

6

Het is toegestaan omgevingsverrijking in een stal aan te brengen. Indien het aantal verrijkingsobjecten zodanig groot is dat tenminste 10% van het aantal dieren in de stal zich tegelijk met die objecten kan bezighouden, wordt, voor zover het vleeskalkoenen betreft, de maximale bezettingsgraad met 1 kg/m2 verhoogd.

Strooisel

Artikel

7

Stalklimaat

Artikel

8

Licht

Artikel

9

Voer en water

Artikel

10

Vangen en laden

Artikel

11

Nadere regels

Artikel

12

Het bestuur van het productschap is bevoegd ter nadere uitvoering van deze verordening bij besluit nadere regelen te stellen.

Toezicht

Artikel

13

Handhaving

Artikel

14

Gegevensverstrekking

Artikel

15

Slotbepaling

Artikel

16

Voor het bestuur
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 2 mei 2003.