Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
productschap: |
Productschap Pluimvee en Eieren; |
|
bestuur: |
bestuur van het productschap; |
|
pluimveehouder: |
de ondernemer die vleeskalkoenen of ouderdieren houdt; |
|
vleeskalkoenen: |
kalkoenen, bestemd voor de productie van pluimveevlees; |
|
ouderdieren: |
kalkoenen, bestemd voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskalkoenen; |
|
bezettingsgraad: |
de hoeveelheid dieren die, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, op een bepaalde staloppervlakte, die voor de dieren beschikbaar is, gehouden mag worden; |
|
uitval: |
de dieren die, anders dan via normale verkoop, het productieproces verlaten; |
|
uitvalpercentage: |
de uitval uitgedrukt als een percentage van het aantal dieren dat aan het begin van het productieproces is opgezet; |
|
koppel: |
een groep vleeskalkoenen van hetzelfde geslacht die maximaal zeven dagen in leeftijd verschillen; |
|
erkende pluimveedierenarts: |
dierenarts die voldoet aan de criteria voor erkende pluimveedierenarts, zoals die zijn vastgesteld door de Stichting Veterinair Kwaliteitsorgaan; |
|
omgevingsverrijking: |
andere objecten dan objecten die gewoonlijk in een stal aanwezig zijn, die door de dieren kunnen worden aangeraakt en die bedoeld zijn om de dieren afleiding te geven; |
|
stalklimaat: |
de atmosferische omstandigheden in een stal, inclusief de temperatuur, het zuurstofgehalte, de luchtsnelheid, de relatieve vochtigheid en het stofgehalte. |