Mandaatbesluit vergunningen, ontheffingen en goedkeuringen Kernenergiewet
Mandaatbesluit vergunningen, ontheffingen en goedkeuringen Kernenergiewet
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, alsmede, voor zover het aan hen toekomende bevoegdheden betreft, de Staatssecretaris van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Besluiten:
Artikel
1
1
Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de Kernenergiewet, voor het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen anders dan bij de opslag in verband met vervoer, dan wel voor het zich daarvan ontdoen
2
In afwijking van het eerste lid wordt aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien deze beslissingen worden genomen met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
3
Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de Kernenergiewet voor het vervoeren, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen en ertsen.
4
Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet voor het wijzigen van een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen.
Artikel
2
1
Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewet voor het bereiden, het voorhanden hebben, het toepassen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen.
2
In afwijking van het eerste lid wordt aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien deze beslissingen worden genomen met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
3
Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewet voor het vervoeren, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen.
4
In afwijking van het tweede lid wordt aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewet voor het voorhanden hebben, het toepassen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen ten behoeve van tracerexperimenten met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
Artikel
3
1
Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 34 van de Kernenergiewet juncto artikel 23 Besluit stralingsbescherming voor het verrichten van handelingen met ioniserende stralen uitzendende toestellen.
2
In afwijking van het eerste lid wordt aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien deze beslissingen worden genomen met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van het collo af te geven zoals bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, onder h, 5, eerste lid, onder b, en 6, tweede lid, onder b, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen Kernenergiewet.
Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om richtlijnen vast te stellen inzake de inhoud van een milieueffectrapport als bedoeld in artikel 7.15 van de Wet milieubeheer, indien een dergelijk rapport ter voorbereiding van een besluit op grond van de Kernenergiewet wordt gemaakt.
Artikel
13
De in de voorgaande artikelen genoemde ministers kunnen de aan hen gemandateerde bevoegdheden mandateren aan onder hen ressorterende ambtenaren.