Besluit van 3 juni 2003, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de bereiding van, be- en verwerking van en de handel in vetten en oliën (Instellingsbesluit Productschap Margarine, Vetten en Oliën)

Instellingsbesluit Productschap Margarine, Vetten en Oliën

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 maart 2003, Directie Arbeidsverhoudingen, Nr. AV/CAM/2003/19523, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Economische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 24 april 2003 nr. W12.03.0119/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 mei 2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/35030 uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel

2

§

2

Het productschap

Artikel

3

Artikel

4

Het bestuur van het productschap bestaat uit achttien leden. Hiervan worden benoemd:

  • a.

    voor ondernemingen op het gebied van de oliefabricage, de olieraffinaderij, de spijsolie- en de hardingsindustrie twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • b.

    voor ondernemingen op het gebied van de margarine-industrie een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers;

  • c.

    voor ondernemingen op het gebied van de industrie van dierlijke vetten twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • d.

    voor ondernemingen op het gebied van de be- en verwerking van oliën en vetten, anders dan tot menselijk voedsel twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • e.

    voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in oliën en vetten, oliezaden en margarine een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers; en

  • f.

    voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in margarine, spijsvetten en oliën en de slagerij een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers.

§

3

Bevoegdheden

Artikel

5

Het productschap is bevoegd tot regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan, met uitzondering van:

  • c.

    bevordering van professionele bedrijfsvoering;

  • d.

    lonen en andere arbeidsvoorwaarden;

  • e.

    onderzoek op sociaal, economisch en technisch terrein;

  • f.

    arbeidsmarktvoorzieningen.

Artikel

6

Bij een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke of rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel

7

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

8

Artikel

9

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2004.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Margarine, Vetten en Oliën.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. J. de Geus
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, C. P. Veerman
De Minister van Economische Zaken, L. J. Brinkhorst
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner