Artikel
I
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder Evaluatie Driehoek: de Evaluatie Driehoek als genoemd in de tweede appendix op de Bewakings- en beveiligingscirculaire 1999 c.a., juni 2003.
Artikel 2
Er is een tijdelijk projectdirectoraat-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing.
Artikel 3
-
1.
Het projectdirectoraat-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing staat onder leiding van een directeur-generaal tevens Nationaal Coördinator Bewaking en Beveiliging (NCB).
-
2.
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal treedt de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid op als diens plaatsvervanger.
-
3.
Het projectdirectoraat-generaal heeft de volgende taken:
-
a.
het ontwikkelen van een integraal bewakings- en beveiligingsbeleid, de landelijke implementatie en invoering daarvan alsmede het beheer van het integrale beleid
-
b.
het initiëren van de inventarisatie van risicogroepen, het analyseren van risiconiveaus en het begeleiden van de activiteiten van de regio's in dit kader;
-
c.
het inzamelen van bij de diensten aanwezige informatie ten behoeve van het uitvoeren van risico- en dreigingsevaluaties;
-
d.
het vaststellen van adviezen betreffende beveiliging en bewaking alsmede het geven van beveiligings- en bewakingsopdrachten;
-
e.
het aansturen van de betrokken uitvoeringsdiensten ten aanzien van de gegeven bewakings- en beveiligingsopdrachten;
-
f.
het adviseren van lokale autoriteiten en regionale politiekorpsen over de uitvoering van te treffen voorzieningen en te nemen maatregelen;
-
g.
het onderhouden van contacten met de betrokken personen;
-
h.
het begeleiden van implementatie door de lokale autoriteiten en regionale politiekorpsen van de landelijke kaders;
-
i.
de uitvoering van de overige taken van het Nationaal Coördinatiecentrum als Departementaal Coördinatiecentrum van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zoals neergelegd in en voortvloeiend uit het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming;
-
j.
het formuleren van het voorstel voor een permanente organisatiestructuur Beveiliging en Crisisbeheersing waaronder de definitieve positionering van de NCB;
-
k.
het rapporteren over de uitvoering van zijn taken als NCB aan de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door tussenkomst van de betrokken secretarissen-generaal.
-
a.
-
4.
-
a.
De uitoefening van de taak genoemd het derde lid, onder d. vindt plaats in overeenstemming met de directeur-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (DGOOV) en de directeur-generaal Rechtshandhaving van het ministerie van Justitie (DGRH). Deze overeenstemming is tevens vereist van de directeur Juridische Zaken van het ministerie van Defensie indien er defensiebelangen in het geding zijn.
-
b.
In gevallen waarin vanwege tijdsdruk bewakings- en beveiligingsadviezen onderscheidenlijk bewakings- en beveiligingsopdrachten snel moeten worden gegeven, zullen deze door de NCB worden verstrekt, vooruitlopend op besluitvorming in de Evaluatie Driehoek.
-
c.
In geval van routinematige aangelegenheden worden bewakings- en beveiligingsadviezen onderscheidenlijk bewakings- en beveiligings opdrachten door de Nationaal Coördinator Bewaking en Beveiliging verstrekt zonder consultatie van de Evaluatie Driehoek. De Evaluatie Driehoek stelt vast welke aangelegenheden dit betreft.
-
a.
Artikel 4
Het projectdirectoraat-generaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
-
1.
het programmabureau Beveiliging en Crisisbeheersing;
-
2.
het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC).
Artikel 5
-
1.
Het programmabureau Beveiliging en Crisisbeheersing staat onder leiding van een programmamanager.
-
2.
Het programmabureau heeft tot taak het ondersteunen van de projectdirecteur-generaal bij de uitvoering van zijn taken.
Artikel 6
-
1.
Het Nationaal Coördinatiecentrum staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.
-
2.
Het Nationaal Coördinatiecentrum heeft de volgende taken:
-
a.
het bijstaan van de minister in de uitoefening van diens bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot openbare orde en veiligheid;
-
b.
het coördineren van het overheidsoptreden onder crisisomstandigheden of de dreiging daarvan;
-
c.
het mede-ontwikkelen en uitvoeren van een crisisbeheersingsbeleid ter voorbereiding van de Rijksoverheid op crisisomstandigheden en van het algemene openbare orde- en veiligheidsbeleid;
-
d.
het adviseren over en het coördineren van bewakings- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot staatsbezoeken, andere bezoeken van buitenlandse hoge gasten, alsmede in overige gevallen;
-
e.
het inzamelen van bij de diensten aanwezige informatie ten behoeve van het uitvoeren van risico- en dreigingsevaluaties; het aansturen van de betrokken uitvoeringsdiensten ten aanzien van de gegeven bewakings- en beveiligingsopdrachten; het adviseren van de lokale autoriteiten en regionale politiekorpsen over de uitvoering van de te treffen voorzieningen en te nemen maatregelen en het onderhouden van contacten met de betrokken personen.
-
a.