Artikel
1
In geval in een besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een mandaat of volmacht is verleend, waarbij is bepaald dat bij toepassing van dat mandaat of die volmacht de ondertekening luidt:
‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ, voor deze:’, gevolgd door de functiebenaming van de gemandateerde of gemachtigde, wordt deze opdracht gelezen als: ‘DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, voor deze:’, gevolgd door de functiebenaming van de gemandateerde of gemachtigde.