Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juli 2003, nr. 51665, houdende de instelling van de commissie Participatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen (Instellingsbesluit commissie Pem)

Instellingsbesluit commissie Pem

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Handelende in overeenstemming met de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de commissie: de commissie Participatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen;

  • b.

    de kabinetsreactie: de kabinetsreactie Arbeidsmarktbeleid etnische minderheden 2000 -2003 naar aanleiding van het advies van de commissie Arbeidsdeelname van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen;

  • c.

    de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel

2

Er is een onafhankelijke commissie Participatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen, die tot doel heeft de maatschappelijke participatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen te bevorderen.

Artikel

3

De commissie heeft als taak:

  • a.

    het bieden van ondersteuning op gemeentelijk niveau bij het bevorderen van de participatie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen en bij het vormgeven van de lokale regierol op dit terrein;

  • b.

    het monitoren en actief bevorderen van een optimale uitvoering van de landelijke actiepunten uit de kabinetsreactie;

  • c.

    het (laten) ontwikkelen, bundelen en uitdragen van kennis, ervaring en ideeën ter ondersteuning van de gemeenten, ter bevordering van de participatie;

  • d.

    het initiëren van activiteiten ter bevordering van de participatie.

Artikel

4

De commissie maakt zo veel mogelijk gebruik van en zoekt aansluiting bij bestaande instrumenten, middelen, monitors en structuren bij het uitoefenen van haar taken.

Artikel

5

Artikel

6

De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • a.

    de heer Paul Rosenmöller, tevens voorzitter;

  • b.

    Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima;

  • c.

    de heer Hans de Boer;

  • d.

    mevrouw Lilian Callender;

  • e.

    de heer Hans Dijkstal;

  • f.

    mevrouw Yasemin Tümer.

Artikel

7

De commissie wordt ingesteld voor de duur van twee jaar.

Artikel

8

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. de Geus