Artikel
1
Als landen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 worden aangewezen: Afghanistan, Irak, Iran, Noord-Korea, Pakistan, Turkmenistan en Wit-Rusland.
Besluiten:
Als landen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 worden aangewezen: Afghanistan, Irak, Iran, Noord-Korea, Pakistan, Turkmenistan en Wit-Rusland.
Als landen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 worden voorts aangewezen landen waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst uit hoofde van diens specifieke taak een bijzonder risico voor de nationale veiligheid kan opleveren. Deze landen zijn opgenomen in een bijlage die Stg. Geheim is gerubriceerd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing risicolanden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.