Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende vrijstelling onder voorschriften van enige regelen met betrekking tot zeilende passagiersschepen van het type skûtsje (Regeling skûtsjes)
Aan beide zijden is over de volledige lengte van de luikenkap een handrail aangebracht.
2
Op regelmatige afstanden zijn grijplijnen over de luikenkap gespannen.
3
Op de boeiing zijn zetboorden geplaatst.
4
Voor elke zich aan boord bevindende persoon is een reddingsvest aanwezig dat voldoet aan de Europese norm EN 395:1998 of EN 396:1998.
5
Op een voor een ieder duidelijk zichtbare plaats is een bord aangebracht met het opschrift: ‘Tijdens de vaart is het dragen van een zwemvest verplicht’. Artikel 13.01 van Bijlage II van het Binnenschepenbesluit is niet van toepassing.
6
De luikenkap is voorzien van een markering van de grens waar de hoogte van de giek boven het hoogste deel van de luikenkap ten minste 0,80 m bedraagt. In de nabijheid van deze markering is op een voor ieder duidelijk zichtbare wijze een bord aangebracht met het opschrift: ‘Niet toegankelijk voor passagiers’.
Artikel
4
In afwijking van artikel 5.05, eerste lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit zijn, bij gebruik van buitenboordmotoren, brandstoftanks van deze motoren zodanig op of buiten het schip geplaatst, dat ze niet kunnen verschuiven en brandstof zich niet in het schip kan verzamelen.
Artikel
5
1
Bedrijfsmatig vervoer van passagiers is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 mei tot en met 30 september.
2
Een met passagiers ondernomen vaartocht bedraagt maximaal twee en een half uur.
3
Het certificaat vermeldt de in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften.
4
Naast de in artikel 12 van de Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart voorgeschreven minimumbemanning zijn twee extra bemanningsleden aan boord die zijn voorzien van een dienstboekje.
Artikel
6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.