Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op:
  • Artikel 16, tweede en derde lid, 23, eerste, tweede en derde lid, 25, tweede lid en 27, eerste lid van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging

Besluit

Titel

1

Formatie praktijkonderwijs

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • wet:

    Wet op het voortgezet onderwijs;

  • besluit:

    Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging;

  • de minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • school:

    een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 77, derde lid, van de wet;

  • bevoegd gezag:

    het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet, van een school;

  • schooljaar:

    het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;

  • teldatum:

    een van de data, bedoeld in artikel 24 van het besluit;

  • leerling:

    een leerling die op grond van 10g van de wet tot een school is toegelaten;

  • leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond:

    leerling:

    • a.

      die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;

    • b.

      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;

    • c.

      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;

    • d.

      van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000;

    • e.

      van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië;

  • ouders:

    ouders, voogden of verzorgers;

  • inspectie:

    de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

  • accountant:

    een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • vakonderwijs:

    onderwijs dat gegeven wordt door een leraar die uitsluitend is benoemd voor het geven van bepaalde onderwijsactiviteiten of vakken;

  • groepsonderwijs:

    onderwijs dat gegeven wordt door een leraar die niet is benoemd voor het geven van vakonderwijs;

  • formatiebudget:

    het formatiebudget, bedoeld in artikel 25 van het besluit;

  • leerlinggebonden budget:

    het budget dat beschikbaar is op grond van artikel 77a van de wet.

Artikel

2

Opbouw formatiebudget scholen

Artikel

3

Formatie reguliere taken van de school

De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bestaat uit:

  • a.

    de normatieve formatie,

  • b.

    een opslag in verband met formatieve fricties,

  • c.

    een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting, en

  • d.

    een opslag vanwege herbezetting in verband met toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen.

Artikel

4

Normatieve formatie

De normatieve formatie van de school, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, omvat de formatie voor het onderwijzend personeel, de schoolleiding, en het onderwijsondersteunend personeel.

Artikel

5

Wijze van afronding

Indien in deze regeling sprake is van:

  • a.

    afronding van een getal, worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5;

  • b.

    afronding naar boven van een getal, worden de decimalen verwaarloosd en wordt het getal verhoogd met 1;

  • c.

    afronding op een veelvoud van een aantal minuten, vindt afronding naar beneden plaats indien bij het quotiënt van de uitkomst van de formule of formules en dat aantal minuten het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5 en vindt afronding naar boven plaats indien bij dat quotiënt het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.

Hoofdstuk

2

Formatie personeel scholen

Artikel

6

Berekening formatie onderwijzend personeel en school­leiding

Artikel

7

Verhoging formatie bij toename aantal leerlingen

Artikel

8

Herberekening formatie bij aanzienlijke tussentijdse toename aantal leerlingen

Artikel

9

Nieuwe school

Artikel

10

Categorieën onderwijsondersteunend personeel

Voor de toepassing van de artikelen 11 en 13 worden de volgende categorieën onderwijsondersteunend personeel onderscheiden:

  • a.

    administratief medewerker,

  • b.

    conciërge,

  • c.

    logopedist,

  • d.

    maatschappelijk deskundige,

  • e.

    orthopedagoog,

  • f.

    psycholoog,

  • g.

    psychologisch assistent, en

  • h.

    akoepedist.

Artikel

11

Berekening formatie onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 10

Hoofdstuk

3

Tabellen scholen

Artikel

12

Tabel formatie schoolleiding

Artikel

13

Tabel formatie onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 10

Onderwijsondersteunend personeel

P (aantal minuten per week per leerling)

a. administratief medewerker

8,75

b. conciërge

16

c en h. logopedist/akoepedist

12,5

d. maatschappelijk deskundige

3,5

e en f. Orthopedagoog/psycholoog

6,5

g. psychologisch assistent

2,5

Hoofdstuk

4

Opslagen scholen

Artikel

14

Opslag i.v.m. formatieve fricties en ambulante begeleiding

Artikel

15

Opslag vanwege herbezetting i.v.m. arbeidsduurverkorting en i.v.m. toepassing regeling bevordering arbeids­ participatie ouderen

Hoofdstuk

5

Formatie speciale doeleinden scholen

Artikel

16

Opbouw formatie speciale doeleinden

De formatie voor speciale doeleinden omvat de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Artikel

17

Berekening formatie onderwijsachterstandenbestrijding

Voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond een aantal minuten formatie berekend aan de hand van het schema:

nameend="2" namest="1"Aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond

aantal minuten per week

nameend="2" namest="1"1 tot en met 4

0

nameend="2" namest="1"5

84

nameend="2" namest="1"En vervolgens voor elke leerling boven

nameend="2" namest="1"het aantal van 5, 84 minuten per week

Hoofdstuk

6

Omrekening minuten en uren in formatierekeneenheden bij scholen

Artikel

18

Omrekening minuten in formatierekeneenheden

Hoofdstuk

7

Besteding formatiebudget scholen

Artikel

19

Algemene verbruikstabel formatierekeneenheden

Artikel

20

Maandelijks verbruik formatierekeneenheden

Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt van het aantal formatierekeneenheden, dat op grond van het formatiebudget beschikbaar is voor de school, kan een bevoegd gezag het te weinig of te veel verbruikte aantal formatierekeneenheden van die maand besteden onderscheidenlijk minder besteden in een of meer andere maanden van het schooljaar.

Artikel

21

Voorwaarden overdracht formatierekeneenheden

Artikel

22

Voorwaarden verzilvering niet verbruikte formatierekeneenheden

Titel

2

Bekostiging praktijkonderwijs

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

§

1

Administratieve voorschriften met betrekking tot aanvang en einde bekostiging en borgstelling

Artikel

23

Gegevens en bescheiden school in plan van nieuwe scholen

Het bevoegd gezag van een school die in een plan van nieuwe scholen als bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de wet is opgenomen, zendt de Minister uiterlijk drie maanden voor de datum van ingang van de bekostiging de benodigde administratieve gegevens en bescheiden voor de vaststelling van de vergoedingsbedragen, waaronder ten minste wordt begrepen het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging. In de ministeriële regeling Toetsingskader Plan van Scholen worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens en bescheiden.

Artikel

24

Borgstelling

Artikel

25

Opheffing van een school

Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na een beslissing tot opheffing van de school kennis daarvan aan de Minister, gedeputeerde staten, de inspectie en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gelegen.

§

2

Leerlingenadministratie en leerlingentelling

Artikel

26

Inhoud leerlingenadministratie

Artikel

27

Inschrijving

Artikel

28

Uitschrijving

Artikel

29

Bewaren van gegevens

Artikel

30

Leerlingentelling

Artikel

31

Verstrekken gegevens aan Minister

§

3

Boekhoudvoorschriften

Artikel

32

Boekhoudvoorschriften bijzondere scholen

Hoofdstuk

2

Vergoeding voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding

Artikel

33

Maandelijkse vergoeding

Artikel

34

Normatieve vaststelling schoolgrootte

Artikel

35

Verstrekken gegevens vergoeding materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding

Artikel

36

Omschrijving uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding

De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor schoolgebouwen hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 19 van het besluit.

Artikel

37

Omvang vergoeding uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding

De vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding wordt bepaald volgens de programma’s van eisen, bedoeld in artikel 18, derde lid, van het besluit.

Hoofdstuk

3

Vergoeding voor de uitgaven voor het personeel

§

1

Aanvang van de bekostiging

Artikel

38

Aanvang van de bekostiging

§

2

Voorschot

Artikel

39

Overzicht beschikbare formatierekeneenheden en gewijzigd overzicht

Artikel

40

Voorschot

Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de uitgaven voor het personeel aan het bevoegd gezag van een school een voorschot op de vergoeding, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, waarvan de hoogte afhankelijk is van de te verwachten vergoeding voor die maand.

Artikel

41

Onderscheid wijze van uitkering van het voorschot

Voor de wijze van uitkering van de voorschotten op de vergoeding voor de uitgaven voor het personeel, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, wordt onderscheid gemaakt in:

  • a.

    een bevoegd gezag van een school dat deelneemt aan een toegestaan systeem van automatisering van de salarisadministratie;

  • b.

    een bevoegd gezag van een school dat niet deelneemt aan een systeem als bedoeld in onderdeel a.

Artikel

42

Verstrekken gegevens voor bevoorschotting door bevoegd gezag aangesloten bij geautomatiseerd systeem

Artikel

43

Verstrekken gegevens voor bevoorschotting door bevoegd gezag niet aangesloten bij geautomatiseerd systeem

Artikel

44

Opschorting voorschot

Artikel

45

Nadere voorschriften

Nadere voorschriften omtrent de wijze waarop het voorschot, bedoeld in artikel 42, wordt aangevraagd, vastgesteld en verstrekt zijn opgenomen in de ministeriële regeling bevoorschotting personele kosten primair- en voortgezet onderwijs.

§

3

Vergoeding

Artikel

46

Omvang vergoeding

De vergoeding, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, wordt aan de hand van de totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel 23 van het besluit, voor de school afzonderlijk vastgesteld.

Artikel

47

Verrekening met de vergoeding

Artikel

48

Onderscheid wijze van uitkering van de vergoeding

Ten aanzien van de wijze van uitkering van de vergoeding, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, is artikel 41 van overeenkomstige toepassing.

Artikel

49

Verstrekken gegevens ten behoeve van de afrekening vergoeding voor uitgaven voor het personeel

§

4

Overige bepalingen

Artikel

50

Verstrekken gegevens in verband met artikel 23, zesde lid van het besluit

Hoofdstuk

4

Vergoeding voor de uitgaven voor personeels- en arbeidsmarktbeleid

Artikel

51

Aanvang van de bekostiging

De aanspraak op de vergoeding voor de uitgaven voor personeels- en arbeidsmarktbeleid als bedoeld in artikel 27 van het besluit, ontstaat met ingang van de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint.

Artikel

52

Vergoeding voor personeels- en arbeidsmarktbeleid

Artikel

53

Omvang vergoeding

De vergoeding, bedoeld in artikel 27 van het besluit, wordt voor de school afzonderlijk vastgesteld.

Hoofdstuk

5

Vergoeding leerlinggebonden budget

Artikel

54

Vaststelling bedrag leerlinggebonden budget

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

55

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

56

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de derde dag na plaatsing in Uitleg OCenW-Regelingen en werkt terug tot en met 1 augustus 2003.

Artikel

57

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging.

De minister vanonderwijs, cultuur en wetenschappen,M.J.A. van derHoeven