Artikel
1
1
Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, alsmede op het anderszins voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen danwel van derden worden aan de openbaarheid van de naar het Nationaal Archief over te brengen archiefbescheiden van het Centraal bureau voor het Consumentenkrediet 1946–1953, de Centrale Raad voor het Consumentenkrediet 1945–1953, de Commissie uit de Centrale Raad voor het Consumentenkrediet 1946–1949 de in het volgende lid genoemde beperkingen gesteld voor de volledige duur van de in artikel 15, vierde lid, van de Archiefwet 1995 genoemde termijn.
2
Raadpleging van de bescheiden die geborgen zijn onder inventarisnummers 15, 16, 42–48, 82–83, 96, 97, 100, 101, 103, 106, 107, 116–122, 124,125, 129, 133–139, 148–156, 169, 172, 174–178, 189, 195–197, 198–204, 206, 209, 223, 229, 230, 235, 236, 238, 239, 240, 246–256, 262, 263, 265, 266, 275–277, 278–280, 283, 284–286, 303 is slechts mogelijk na ondertekening door de verzoeker van het door het Nationaal Archief voorgeschreven formulier voor het verkrijgen van toestemming tot het raadplegen van niet-openbare archieven.