Regeling tijdelijke vergunning voor lozing van zwartelijststoffen

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet op richtlijn nr. 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatische milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEG L 129) en op de artikelen 2a, derde lid, en 2d, vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;

Besluiten:

Artikel

1

In een vergunning krachtens artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het in oppervlaktewateren brengen van een of meer stoffen, behorende tot lijst I van richtlijn nr. 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatische milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEG L 129), waarvoor grenswaarden zijn vastgesteld ingevolge artikel 6 van die richtlijn, wordt bepaald dat zij geldt voor een daarbij vast te stellen termijn van ten hoogste tien jaar.

Artikel

2

Vergunningen als bedoeld in artikel 1 die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend worden binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling in overeenstemming gebracht met dat artikel.

Artikel

3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke vergunning voor lozing van zwartelijststoffen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M.H.Schultz van Haegen
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. van Geel