Besluit GZP subsidieregeling stillegging MKB brood- en banketbakkerijen 2004

De Commissie Brood en Banket heeft namens het bestuur van het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten,

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Dit besluit neemt over de begripsbepalingen van de Verordening GZP subsidies structuurversterking brood en banket en verstaat onder:

a.

aanvrager

:

de ondernemer die een aanvraag voor een stillegsubsidie indient;

b.

Adviescommissie Structuur- aangelegenheden

:

de op grond van artikel 5 van het Besluit GZP Commissie Brood en Banket 1999 door de commissie op 1 oktober 1999 ingestelde adviescommissie;

c.

bakkerij

:

een onderneming die de productie van bakkerijproducten en, in voorkomend geval, de verkoop van brood en banket als economische hoofdactiviteit heeft en die sedert tenminste vijf jaar vóór de indiening van de aanvraag als zodanig staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Een bedrijf dat slechts brood, banket of beide via de doorverkoop afzet, wordt niet tot de bakkerij gerekend. De onderneming dient te vallen onder de werkingssfeer van de CAO Bakkersbedrijf;

d.

bakkerijproducten

:

geheel of gedeeltelijk gebakken producten als gedefinieerd onder e en f;

e.

banket

:

gebak, toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof dan wel met vers of gesteriliseerd fruit, alsmede ander gebak, koekjes, ragoutwerk, consumptie-ijs of chocolade- of suikerwerkartikelen;

f.

brood

:

de eetwaar, bedoeld in artikel 1, lid d van het Warenwetbesluit Meel en Brood 1998, al dan niet aangevuld met andere ingrediënten, alsmede deze eetwaar in ongebakken of voorgebakken staat;

g.

capaciteitsvergoeding

:

de te verstrekken financiële vergoeding voor de in te leveren productie-apparatuur;

h.

datum beëindiging dienstverband

:

de datum waarop de opzegtermijn met inachtneming van alle geldende wettelijke bepalingen voor de duur ervan is verstreken;

i.

inkomensvoorziening ondernemer

:

de eenmalig aan de ondernemer te verstrekken uitkering in verband met de stillegging van de bakkerij in het kader van onderhavig besluit;

j.

Inkomensvoorziening werknemer

:

de eenmalig aan de werknemer te verstrekken uitkering in verband met de stillegging van de bakkerij van zijn werkgever in het kader van onderhavig besluit;

k.

jaarinkomen

:

als jaarinkomen geldt het bruto loon dat de grondslag vormt voor de berekening van de loonheffing over het jaar 2002, aangepast aan de ontwikkeling van het loonniveau voortvloeiend uit de van toepassing zijnde CAO over de periode na 31 december 2002 tot de datum van beëindiging van het dienstverband met de werknemer;

I.

midden- en kleinbedrijf

:

bakkerijen waarin bij de productie niet gebruik wordt gemaakt van één of meerdere continu-ovens (gaasmat- of balanceloven);

m.

ondernemer

:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als eigenaar een broodbakkerij, een banketbakkerij of een gemengd bakkersbedrijf drijft. Ingeval de bakkerij is ondergebracht in een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma, worden de beherende vennoten als ondernemer aangemerkt. Ingeval de bakkerij is ondergebracht in een besloten vennootschap of naamloze vennootschap, wordt de directeur-grootaandeelhouder gelijkgesteld met de ondernemer. De echtgeno(o)t(e) van de directeur- grootaandeelhouder of de persoon die gelijkgesteld wordt aan deze echtgeno(o)t(e) wordt niet als ondernemer aangemerkt;

n.

pensioenvoorzieningwerknemer

:

de aan de werknemer te verstrekken garantie van de voorzetting van de pensioenopbouw in verband met de stillegging van de bakkerij van zijn werkgever;

o.

productie-apparatuur

:

het geheel van installaties benodigd voor het vervaardigen van brood en banket, waaronder koel- en vriesapparatuur, doch met uitzondering van winkelinventaris;

p.

stakingsdatum

:

de eerste werkdag waarop productie van bakkerijproducten noch verkoopactiviteiten van brood en banket plaatshebben in de bakkerij die voor de stillegsubsidie in aanmerking komt. Een zaterdag wordt als werkdag beschouwd;

q.

stillegsubsidie

:

het bedrag opgebouwd uit de capaciteitsvergoeding, alsmede in voorkomend geval de inkomensvoorziening voor de ondernemer en de inkomens- en pensioenvoorzieningvoor de werknemer;

r.

weekbalen technische capaciteit

:

het kengetal dat voortvloeit uit de berekening van de technische capaciteit van een oven;

s.

werkgever

:

de natuurlijke of rechtspersoon die de bakkerij uitoefent en met wie de werknemer een dienstverband heeft;

t.

werknemer

:

de werknemer, niet zijnde de directeur-grootaandeelhouder en diens echtgeno(o)t(e) of de persoon die gelijkgesteld wordt aan deze echtgeno(o)t(e), die verplicht verzekerd is in de zin van de werknemersverzekeringen, die in een onderneming in dienst van de werkgever werkzaamheden verricht die verband houden met de bereiding en/of verkoop en/of bezorging van brood en/of bakkerijproducten, die verband houden met het onderhoud en/of de instandhouding van de bedrijfsruimten en/of de bedrijfsoutillage van de bakkerij en/of de bakkerswinkel;

u.

Wet IOAZ

:

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

v.

WAZ

:

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

w.

winkelinventaris

:

de uitrusting, waaronder een bake-off oven, die nodig is voor de normale activiteiten die worden uitgeoefend in een bakkerswinkel en die niet wordt aangewend voor de productie van brood en banket.

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

3

Subsidieverlening

Artikel

5

De aanvraag wordt ingediend door middel van de aangetekende verzending van een volledig, naar waarheid ingevuld, aanvraagformulier, met bijlagen, overeenkomstig het model en de daarbij gestelde vereisten, opgenomen in bijlage II bij dit besluit.

Artikel

6

Artikel

7

4

De aan subsidieverlening verbonden verplichtingen

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

5

Subsidievaststelling

Artikel

11

6

Terugvordering

Artikel

12

In geval van terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen, wordt de aanvrager aansprakelijk gesteld voor de met de terugvordering verband houdende kosten. Tevens wordt in dat geval overgegaan tot het berekenen van de wettelijke rente.

7

Slotbepalingen

Artikel

13

Het Besluit GZP subsidieregeling stillegging MKB brood- en banketbakkerijen 2003 wordt ingetrokken.

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking met ingang van 6 januari 2004.

Artikel

15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit GZP subsidieregelingstillegging MKB brood- en banketbakkerijen 2004.

Den Haag
Namens het bestuur,
De commissie,
Th. A.M. MEIJER voorzitter
N.H.G. KIKKE secretaris

Bijlage

I

Samenstelling van het bedrag van de stillegsubsidie en berekeningswijze van de vergoeding en de voorzieningen uit hoofde van Besluit GZP subsidieregeling stillegging MKB brood- en banketbakkerijen 2004

Het bedrag van de stillegsubsidie bestaat uit de volgende vergoeding en voorzieningen:

  • A.

    capaciteitsvergoeding

  • B.

    inkomensvoorziening ondernemer

  • C.

    Inkomensvoorziening werknemer

  • D.

    pensioenvoorziening werknemer

De wijze van berekening van de vergoeding en de voorzieningen is onderstaand beschreven.

A

CAPACITEITSVERGOEDING

De capaciteitsvergoeding bedraagt € 180,-- exclusief BTW per weekbaal technische capaciteit voor de productie van grootbrood. Voor de berekening van de technische capaciteit voor aanvragen uit het midden- en kleinbedrijf wordt de volgende berekeningsformule gehanteerd.

De grootbroodbakoppervlakte van de oven (in m2 )*1ten behoeve van de bepaling van de technische capaciteit van specifieke kleinbrood- en banketovens wordt door de technische deskundige een correctiefactor toegepast, zodanig dat een representatief gegeven ontstaat als ware het een grootbroodover > x <omrekeningsgetaI TNO-Voeding>

= <uurcapaciteit (in balen) *2waar in dit besluit wordt gesproken over balen (per week), is steeds uitgegaan van balen van 50 kg meel of bloem>

<uurcapaciteit> x <40 ovenuren per week> = <technische capaciteit (in weekbalen)>

Voor de berekening van de capaciteit per uur wordt gebruik gemaakt van de technische omrekeningsgetallen die zijn ontwikkeld door TNO-Voeding. Deze zijn afhankelijk van de soort oven, namelijk voor een

- inschietoven

:

0,16

- wagen- en rotatieoven

:

0,23.

Voor alle tot het midden- en kleinbedrijf behorende bedrijven wordt uitgegaan van 40 theoretische ovenuren per week.

De uitkomst van de berekening van de technische capaciteit wordt op hele balen naar boven afgerond.

B

INKOMENSVOORZIENING ONDERNEMER

De inkomensvoorziening ondernemer betreft een uitkering ineens die wordt berekend op basis van een jaarlijks recht ter grootte van € 6.808,- bruto per jaar. De uitkering ineens wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijks recht met het aantal jaren gelegen tussen enerzijds de stakingsdatum en anderzijds de datum waarop de ondernemer de leeftijd van 65 jaar bereikt. Deze termijn wordt afgerond op een week. Het totaalbedrag wordt ineens en in alle gevallen aan de ondernemer uitgekeerd. Deze inkomensvoorziening staat geheel tot de vrije beschikking van de ondernemer.

De inkomensvoorziening ondernemer wordt toegekend aan alle ondernemers van een bedrijf dat voor stillegging in het kader van dit besluit in aanmerking komt en die op het moment van indienen 55 jaar of ouder zijn, doch nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt.

C

INKOMENSVOORZIENING WERKNEMER

Voor de inkomensvoorziening werknemer geldt de volgende berekeningsbasis. Op de datum van beëindiging dienstverband wordt berekend gedurende welke periode de werknemer bij voordurende werkloosheid aanspraak zou kunnen maken op een kortdurende of loongerelateerde uitkering uit hoofde van de Werkloosheidswet (WW). Deze termijn wordt, afhankelijk van de leeftijd van de werknemer, verlengd met de volgende periode:

Tot 50 jaar

½

50 tot en met 52 jaar

¾

53 tot en met 54 jaar

1

55 tot en met 57 jaar

58 tot en met 59 jaar

Het bedrag van de inkomensvoorziening wordt berekend door 5% van de uitkeringsgrondslag te vermenigvuldigen met de op bovenstaande wijze berekende duur van de berekeningsbasis (= periode van de kortdurende of loongerelateerde WW-uitkering + de verlenging) uitgedrukt in jaren. De eenmalige uitkering bedraagt tenminste € 160,-- bruto.

Werknemers die op de datum van beëindiging van het dienstverband de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt, komen niet in aanmerking voor de inkomensvoorziening.

Deze werknemers hebben namelijk de toetredingsleeftijd van de Pensioenregelingvoor het Bakkersbedrijf bereikt.

De uitkeringsgrondslag is het bedrag dat de grondslag vormt voor de berekening van de inkomensvoorzieningen, indien van toepassing, wordt gehanteerd als pensioengrondslag voor de berekening van de onder onderstaand punt D. bedoelde pensioenvoorziening werknemer. Dit bedrag wordt gevormd door het jaarinkomen van de werknemer over het jaar 2002. Voor een werknemer die na 1 januari 2002 in dienst is getreden en op grond van de toepassing van artikel 3, lid 4 van onderhavig besluit in aanmerking komt voor de inkomensvoorziening werknemer en/of de pensioenvoorziening werknemer wordt de uitkeringsgrondslag vastgesteld op een door de commissie te bepalen wijze. De maximale uitkeringsgrondslag bedraagt € 43.800,-- (part time naar rato), te weten het op jaarbasis gebrachte maximum dagloon volgens de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen.

D

PENSIOENVOORZIENINGWERKNEMER

Op grond van deze voorziening wordt gedurende de periode tussen de datum beëindiging dienstverband en de eerste dag van de maand waarin de werknemer de leeftijd van 60 jaar bereikt de pensioenopbouw gegarandeerd. De voorziening houdt de voortzetting in van de bestaande verzekering van de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf. Als pensioengrondslag geldt de onder C. beschreven uitkeringsgrondslag, met een maximum van € 43.400,-- zijnde de maximumgrondslag in het kader van de verzekering van de Stichting Bedrijfspensioenfondsvoor het Bakkersbedrijf.

De voor de pensioenvoorziening af te dragen premiebedragen bedragen nooit meer dan de premiebedragen die op grond van de verplichte Pensioenregelingvoor het Bakkersbedrijf verschuldigd zouden zijn, onder aftrek van de bijdragen van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP)

Bijlage

1

Toelichting bij de opgave van het personeelsbestand 2004

Onder het jaarinkomen wordt verstaan het bruto loon dat de grondslag vormt voor de berekening van de loonheffing over het referentiejaar (zie onderstaande tabel). Dit loon staat vermeld op de jaaropgave die de werkgever verplicht is te verstrekken aan werknemers.

Voor 2002 – (of uiterlijk 1 januari 2002)

2002

1 januari t/m 31 december 2002

2002

2002 (na 1 januari)

2003

1 januari t/m 31 december 2003

2003

2003

2003

datum indiensttreding t/m 31 december 2003

2003

2004

2004

brutoloon (dat grondslag vormt voor de loonheffing) per periode S.v.p. tevens de duur van de periode vermelden (bijvoorbeeld maand, 4 weken).

2004