Artikel
1
Deze verordening verstaat onder:
|
productschap |
: |
Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten; |
|
secretaris |
: |
secretaris van het productschap; |
|
onderneming |
: |
natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
meel en/of bloem van granen |
: |
alle producten geheel of gedeeltelijk bereid uit granen ongeacht de naam, welke kunnen worden gebruikt bij het bereiden van bakkerijproducten; |
|
brood |
: |
de eetwaar bedoeld in artikel 1, lid d van het Warenwetbesluit Meel en Brood, al dan niet aangevuld met andere ingrediënten, alsmede deze eetwaar in ongebakken of voorgebakken staat; |
|
banket |
: |
gebak toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof dan wel met vers of gesteriliseerd fruit, alsmede ander gebak, koekjes, ragoutwerk, consumptie-ijs chocolade- of suikerwerkartikelen; |
|
bakkerijproducten |
: |
geheel of gedeeltelijk gebakken dan wel ongebakken producten gedefinieerd onder brood en banket; |
|
commissie |
: |
de in artikel 8a van de Instellingsverordening akkerbouwproductschappen 1997 bedoelde Commissie Brood en Banket; |
|
midden- en kleinbedrijf |
: |
de bakkerijbedrijven waarin bij de productie geen gebruik wordt gemaakt van een of meerdere continu-ovens; |
|
grootbedrijf |
: |
de bakkerijbedrijven waarin bij de productie in ieder geval gebruik wordt gemaakt van een of meer continu-ovens (bijv. gaasmat- of balanceloven). |