Voorschriften pilot verdekte pepperspray

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie,

Besluiten:

Artikel

1

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

  • a.

    ministers: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie;

  • b.

    ambtenaar: een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993, werkzaam bij de dienst Koninklijke en diplomatieke beveiliging van het Korps landelijke politiediensten;

  • c.

    verdekte pepperspray: het geweldsmiddel van het merk Defence technology, type Mk-6, bestaande uit een straal vloeistof uit een spuitbus, welke spuitbus geschikt is voor het verdekt dragen, waarmee een persoon tijdelijk onder controle kan worden gebracht;

  • d.

    nazorgmiddel: een middel bestemd voor de nazorg, bedoeld in artikel 6, te weten:

    • 1°.

      nazorgspuitbus: de spuitbus van het merk Mace Security International, type Cool it, en

    • 2°.

      oogdouches.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht verdekte pepperspray tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

Artikel

5

Verdekte pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een afstand van ten minste een meter.

Artikel

6

De ambtenaar die verdekte pepperspray heeft gebruikt is in de gevallen bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, verantwoordelijk voor het verlenen van de nazorg zoals voorgeschreven in de bijlage.

Artikel

7

Artikel

8

Na afloop van de pilot draagt de korpsbeheerder er zorg voor dat de ambtenaar de verdekte pepperspray inlevert.

Artikel

9

Deze voorschriften treden in werking met ingang van 15 november 2003 en vervallen na afloop van de periode genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid.

Artikel

10

Deze voorschriften worden aangehaald als: Voorschriften pilot verdekte pepperspray.

Deze voorschriften zullen met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Den Haag
De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesJ.W.Remkes
De Minister van JustitieJ.P.H.Donner

Bijlage, als bedoeld in artikel 6

Evenals bij het gebruik van pepperspray door de politie is ook bij het gebruik van verdekte pepperspray een nazorgprotocol van toepassing.

In deze bijlage zijn de eisen opgenomen welke van toepassing zijn op de te verlenen nazorg na gebruik van het geweldsmiddel verdekte pepperspray, teneinde de effecten van het gebruik van dit middel te verlichten na aanhouding van een verdachte alsmede gedurende het transport naar het politiebureau.

Nazorgprotocol

De nazorgvoorschriften na gebruik van verdekte pepperspray houden het volgende in:

In deze voorschriften wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone nazorg en nazorg bij het optreden van medische noodsituaties. De politieambtenaar die pepperspray heeft gebruikt verricht de gewone nazorg. De nazorg bij het optreden van medische noodsituaties wordt verricht door medisch geschoold personeel. Deze voorschriften zijn toegesneden op een situatie waarbij tegen een verdachte pepperspray wordt gebruikt. Indien van toepassing wordt dezelfde nazorg zo mogelijk eveneens verleend aan collega-ambtenaren en aan omstanders die met het middel in aanraking komen.

De nazorg vindt plaats door middel van toepassing van de nazorgmiddelen, te weten de spuitbus van het merk Mace Security International, type Cool it, alsmede door het gebruik van oogdouches.

a. De normale symptomen optredend na gebruik van pepperspray

De ogen. De effecten op de ogen bestaan uit een hevige tranenstroom gepaard gaande met het reflexmatig sluiten van de ogen. De ogen zijn gedurende enige tijd niet meer te openen.

De huid. Na gebruik van pepperspray treedt bij de betrokken persoon heftige pijn en een sterk branderig gevoel op de getroffen huid op. De pijn verdwijnt meestal na plusminus 60 minuten.

Luchtwegen. Door het middel kan kortdurende kortademigheid worden veroorzaakt. Er kan slijmafscheiding in neus en keelholte ontstaan. Daarnaast kunnen heftige hoestbuien optreden. Soms treedt tijdelijk luchtwegvernauwing op waardoor de diepe ademhaling wordt bemoeilijkt.

Motoriek. Het middel kan tot verlies van controle over de motoriek leiden. Reflexmatig buigt men voorover. Gevoelens van paniek en desoriëntatie zijn daarbij kenmerkend.

b. De gewone nazorg

Door de pijn die het middel veroorzaakt zullen bij de getroffen personen dikwijls gevoelens van paniek optreden. Om die reden dient de betrokkene op zijn gemak gesteld te worden. Uitgelegd wordt dat de pijn binnen een uur grotendeels voorbij is en dat dit bij eventuele benauwdheidsklachten normaal gesproken nog eerder het geval zal zijn.

In iedere surveillanceauto dienen de speciale nazorgmiddelen aanwezig te zijn. Zodra de situatie dit toelaat worden, indien de betrokken persoon dit wenst, ter verlichting van de effecten het gezicht en de ogen van de betrokken persoon behandeld met de nazorgmiddelen.Indien deze middelen onvoldoende verlichting hebben geboden dan dienen de getroffen huid en de ogen te worden behandeld met koel stromend water. Voor de behandeling van de ogen wordt zo mogelijk gebruik gemaakt van de oogdouches die hiervoor in een aantal politiebureaus zijn geïnstalleerd. Er wordt op toegezien dat voor het reinigen in geen geval gebruik wordt gemaakt van zeep of crêmes of andere afsluitende stoffen. Daarmee vindt afsluiting plaats waardoor de pijn langer zal aanhouden. Zodra de situatie dit toelaat wordt degene tegen wie de pepperspray is ingezet er op gewezen dat het ter verlichting van de pijn verstandig is om eventuele contactlenzen zo snel mogelijk te verwijderen.

Ter voorkoming van benauwdheidsklachten zorgt de betrokken politieambtenaar er voor dat degene tegen wie de pepperspray is ingezet voldoende frisse lucht kan inademen. Om dezelfde reden wordt tevens vermeden dat de ademhaling door de houding of de wijze van boeien van de betrokkene wordt belemmerd. Dat betekent dat de borstkas en de buik van de betrokkene volledig vrij moeten blijven. In dat kader is het in ieder geval niet toegestaan de betrokkene op zijn buik te leggen, of door middel van het zogenoemde hogtying te boeien.

c. De nazorg bij medische noodsituaties

Door een samenloop van factoren is het in uitzonderlijke situaties mogelijk dat degene tegen wie de pepperspray is ingezet in een medische noodsituatie komt te verkeren.

Het is niet mogelijk bij voorbaat te bepalen in welke gevallen de gewone nazorg of de nazorg voorgeschreven in noodsituaties moet worden verleend. Om die reden dient de politieambtenaar die het middel heeft toegepast de reacties van degene tegen wie de pepperspray is ingezet nauwlettend gade te slaan. Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de betrokkene reacties vertoont die afwijkend zijn van de hierboven beschreven normale reacties na gebruik van pepperspray – waardoor degene tegen wie de pepperspray is ingezet mogelijk in een medische noodsituatie komt te verkeren of dreigt te komen verkeren – dan wordt onmiddellijk medische hulp ingeschakeld. Dit geschiedt door het via de meldkamer oproepen van een ambulance of doordat de politieambtenaar degene tegen wie de pepperspray is ingezet zelf naar de dichtstbijzijnde medische hulpverlening vervoert. In ieder geval wordt in een dergelijke situatie steeds voor de snelste oplossing gekozen.

d. Informatiemateriaal

Nadat aan degene tegen wie de pepperspray is ingezet de vereiste nazorg is verleend wordt aan hem het vouwblad uitgereikt waarin onder meer de effecten van pepperspray en de geadviseerde nazorg worden beschreven.