Verordening heffingen moederdieren 2003

Het bestuur van het Productschap voor Pluimvee en Eieren heeft,

VERORDENING

Titel

I

Definities

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

onderneming:

:

een onderneming waarvoor het productschap is ingesteld;

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft;

moederdieren

:

vrouwelijke ouderdieren bestemd voor de productie van broedeieren ter verkrijging van eindmateriaal;

broedeieren

:

eieren van kippen, onderscheidenlijk kalkoenen, die zich ter verkrijging van kuikens in een broedmachine bevinden, dan wel kennelijk bestemd zijn om tot dit doel in een broedmachine te worden ingelegd;

samengestelde groep

:

een groep hoenders opgebouwd uit meer dan een ras;

legrassen

:

rassen van kippen, dan wel samengestelde groepen van deze rassen, waarvan het eindmateriaal bestemd is voor de productie van consumptie-eieren;

vleesrassen

:

rassen van kippen, dan wel samengestelde groepen van deze rassen, alsmede kalkoenen, waarvan het eindmateriaal bestemd is voor de productie van pluimveevlees;

eindmateriaal

:

kuikens direct bestemd voor de productie van consumptie-eieren of pluimveevlees;

productieperiode

:

aaneengesloten periode waarin door moederdieren broedeieren worden geproduceerd;

KIP

:

koppel informatiesysteem pluimvee.

Titel

II

Heffingen

Artikel

2

Artikel

2a

Artikel

2b

Artikel

3

Artikel

4

Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.

Artikel

5

Titel

III

Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel

6

Het niet nakomen van een verplichting, gesteld in artikel 3, waaronder mede verstaan wordt het verstrekken van geheel of gedeeltelijk onjuiste gegevens, is een strafbaar feit.

Artikel

7

Artikel

8

De voorzitter van het productschap is bevoegd, onder door het bestuur te stellen regelen, van het bepaalde in of krachtens deze verordening ontheffing te verlenen en daaraan voorwaarden te verbinden.

Artikel

9

De voorzitter kan artikel 3, 4, 5 en 6 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

10

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot 1 januari 2003 met uitzondering van het bepaalde in artikel 6.

Artikel

11

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening heffingen moederdieren 2003'.

Voor het bestuur
J.J. Ramekers voorzitter S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 18 december 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 12 februari 2003, nr. TRCJZ/2002/12700.