Besluit burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy

Besluit burgermedegebruik militaire luchtvaartterrein De Kooy

De Staatssecretaris van Defensie en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van Den Helder Airport C.V. van 20 februari 2003, nr. CS 2003/B3644/CN, tot burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy op basis van een ontheffing ex artikel 33 van de Luchtvaartwet;
Gezien het advies van 1 oktober 2003 van de, op grond van artikel 28 van de Luchtvaartwet ingestelde Commissie Overleg en Voorlichting Milieuhygiëne Marinevliegkamp De Kooy;

Besluiten:

Artikel

1

Aan Den Helder Airport C.V. (waaronder medebegrepen haar eventuele rechtsopvolgster onder algemene titel) wordt als burgerexploitant, onder wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik op het militaire luchtvaartterrein De Kooy op commerciële basis plaatsvindt, ten behoeve van de exploitatie van dit burgermedegebruik, ontheffing verleend van het gestelde in artikel 33, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet onder toepassing van de hierna volgende bepalingen.

Artikel

2

Artikel

3

Bij het in artikel 1 bedoelde burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy is het verboden:

  • a.

    te starten en te landen met luchtvaartuigen, waarvoor geen verklaring omtrent de geluidscertificering is afgegeven, gebaseerd op de bepalingen, die gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de minimummaatstaven, die op grond van het Verdrag van Chicago zijn vastgesteld;

  • b.

    te starten en te landen met luchtvaartuigen met een hoofdstuk 2 geluidscertificering.

Artikel

4

Den Helder Airport C.V. ziet er op toe dat het in artikel 1 genoemde burgermedegebruik voldoet aan de navolgende voorwaarden:

  • a.

    de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;

  • b.

    gezagvoerders houden zich aan de door de Joint Aviation Authorities gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);

  • c.

    gezagvoerders houden zich te allen tijde aan zowel de obstakel- als weerminima, die zijn vermeld in:

    • 1.

      JAR-OPS;

    • 2.

      Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

    • 3.

      Burger A.I.P. Nederland;

  • d.

    gezagvoerders houden zich te allen tijde aan de door de Minister vanVerkeer en Waterstaat (de verstrekker van het Air Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de hiervoor genoemde A.I.P.’s.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het bepaalde in artikel 2 is niet van toepassing op luchtvaartuigen die:

  • a.

    in nood verkeren;

  • b.

    ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn ingezet.

Artikel

8

Van dit besluit mag slechts gebruik worden gemaakt:

  • a.

    indien de daarbij vereiste privaatrechtelijke vergunning is verkregen en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

  • b.

    met inachtneming van het gestelde in de beschikking van de Minister van Defensie van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, zoals sedertdien gewijzigd, houdende Algemene en Bijzondere voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden;

  • c.

    indien met de Staat een nadere overeenkomst is gesloten met betrekking tot de gevolgen van de exploitatie van het commerciële burgermedegebruik.

Artikel

9

Het gemeenschappelijk besluit van de Staatssecretaris van Defensie van 26 februari 1996, nr. S. 37231 en van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 februari 1996 met nummer S. 37231 wordt ingetrokken.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van DefensieC. van der Knaap
De Staatssecretaris van Verkeer en WaterstaatM.H.Schultz van Haegen