Artikel
I
Wijzigt de Kostenwet invordering rijksbelastingen.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Kostenwet invordering rijksbelastingen.
De eerste keer dat artikel 8, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen toepassing vindt, wordt voor de vervanging van de bedragen van € 3, € 4, € 6, € 13, € 23, € 34, € 47, € 60 en € 9938 uitgegaan van de niet-afgeronde bedragen van respectievelijk € 2,92, € 4,38, € 5,84, € 13,14, € 23,36, € 33,58, € 46,72, € 59,86 en € 9938,22.
Indien het moment van inwerkingtreding van deze wet niet samenvalt met het begin van een kalenderjaar, vindt direct na de inwerkingtreding artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen overeenkomstige toepassing alsof de inwerkingtreding zou zijn samengevallen met het begin van het kalenderjaar waarin de inwerkingtreding valt.
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.