Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 november 2003 houdende regelen terzake van de bezoldiging van de voorzitter, de leden en de secretaris van een tuchtgerecht op grond van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 (Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO)

Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO

De Sociaal-Economische Raad;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

§

2

Bezoldiging

Artikel

2

Artikel

3

De bezoldiging van de leden van een tuchtgerecht en hun plaatsvervangers houdt in:

  • a.

    per zitting een bedrag ter hoogte van tweemaal de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding; en

  • b.

    een vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de voor leden van de Raad geldende regeling.

Artikel

5

De bezoldiging van de secretaris van een tuchtgerecht en van zijn plaatsvervanger is gebaseerd op de beloningsparagraaf van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, met dien verstande dat de hoogte van de beloning ten minste overeenkomt met het minimum van salarisschaal 11 en ten hoogste met het maximum van salarisschaal 14.

§

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

6

Voor de periode die aanvangt met de inwerkingtreding van dit besluit en die eindigt op 31 december van het daaropvolgende jaar, stelt de Bestuurskamer het aantal zaken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, bij besluit vast.

Artikel

7

Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

9

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter
N.C.M. van Niekerk algemeen secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Justitie bij besluit van 5 januari 2004, nr. 5263506/04/6 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij besluit van 13 februari 2004, nr. AV/CAM/2003/94343.

Bijlage

bij de Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO

Tabel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a

minder dan 50 zaken

tweemaal

de voor leden van de Raad

50 – 150 zaken

driemaal

vastgestelde forfaitaire

Meer dan 150 zaken

viermaal

vergoeding