Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Van het verbod van artikel 10, eerste lid, van de wet wordt voor het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen die de in de bijlage bij deze regeling vermelde werkzame stof bevatten, vrijstelling verleend aan degenen die gedurende het teeltseizoen 2003:
beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld, of
ten behoeve van een onder a bedoeld persoon ter uitoefening van een beroep of bedrijf werkzaamheden met het betrokken gewasbeschermingsmiddel verrichten.
De in artikel 2 bedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op de gewasbeschermingsmiddelen die voor de betrokken werkzame stof in de bijlage bij deze regeling staan vermeld, en voor zover het afleveren, het voorhanden of in voorraad hebben, het binnen Nederland brengen of het gebruiken van die gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt ten behoeve van de bestrijding van de ziekte of plaag in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld.
De in artikel 2 bedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing, voor zover het middel wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorschriften, zoals die voor de betrokken werkzame stof zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling chloorthalonil teeltseizoen 2003.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 februari 2004.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Merknamen:
– Daconil 500 Vloeibaar
Merknaam: Daconil 500 Vloeibaar
Gehalte werkzame stof: 500 g/l chloorthalonil
Toelatingsnummer: toegelaten onder 7827 N
Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.
Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel:
in de teelt onder glas van komkommers;
in de teelt van spruitkool;
in de teelt van knolselderij en bleekselderij;
in de teelt van bloemisterijgewassen;
in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, waarbij voor de toepassing in de vollegrond geldt dat deze uitsluitend is toegestaan indien het middel in een maximale dosering van 2,2 l/ha (lage boomkwekerijgewassen en vaste planten) resp. 1,7 l/ha (hoge boomkwekerijgewassen) wordt verspoten.
Het maximum aantal toepassingen is gewasgerelateerd, met een maximum van 5 toepassingen per teeltseizoen.
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:
3 dagen voor komkommer;
4 weken voor knolselderij en bleekselderij;
2 weken voor spruitkool.
De toepassing door middel van een met de hand getrokken of geduwde spuitboom (spuitfiets) of door middel van een vliegtuig is verboden.
Voor de bespuiting mag geen gebruik worden gemaakt van een spuitgeweer of een spuitkanon.
Het betreden van een behandelde ruimte is slechts toegestaan na minimaal 4 uur luchten en draag beschermende handschoenen bij werkzaamheden in het gewas.
Dit middel kan onherstelbare effecten veroorzaken, kan ernstig oogletsel veroorzaken en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.
Het volgende moet daarom in acht worden genomen:
Buiten bereik van kinderen bewaren.
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.
Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Spuitnevel niet inademen.
Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.
Komkommers onder glas, ter bestrijding van valse meeldauw
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen; de behandeling indien nodig herhalen met een interval van 7 dagen. Maximaal 3 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,3% (300 ml per 100 liter water)
Spruitkool, ter bestrijding van witte roest (Albugo candida)
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling, afhankelijk van de ziektedruk en de weersomstandigheden, indien nodig om de 14 dagen herhalen. Maximaal 4 toepassingen per teelt.
Dosering: 3 liter per ha
Knolselderij en bleekselderij, ter bestrijding van bladvlekkenziekte (Septoria apiicola)
Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen; de behandeling enkele malen herhalen met tussenpozen van 10–14 dagen. Maximaal 5 toepassingen per teelt.
Dosering: 3,75 liter per ha
Chrysanten, ter bestrijding van Japanse roest
In het vegetatieve stadium van het gewas om de 7–10 dagen voorbehoedend een bespuiting uitvoeren. Maximaal 5 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,3 % (300 ml per 100 liter water)
Chrysanten, ter bestrijding van Ascochyta
Voor en na het opruimen van mogelijke infectiehaarden het gehele gewas regelmatig voorbehoedend spuiten waarbij ook de onderzijde van het blad goed geraakt dient te worden. Maximaal 5 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,3% (300 ml per 100 liter water)
Violen, ter bestrijding van bladvlekkenziekte
Zodra aantasting wordt waargenomen om de 10–14 dagen een behandeling uitvoeren. Maximaal 5 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,35% (350 ml per 100 liter water)
Anjers, ter bestrijding van spat (Mycosphaerella)
Zodra aantasting wordt waargenomen om de 10–14 dagen een behandeling uitvoeren. Maximaal 5 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,3% (300 ml per 100 liter water)
Boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van valse meeldauw en bladvlekkenziekte.
Tegen valse meeldauw een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Bladvlekkenziekte dient preventief te worden bestreden. De behandelingen dienen regelmatig te worden herhaald. Maximaal 3 toepassingen per teelt.
Dosering: 0,3% (300 ml per 100 liter water)
In de vollegrondsteelten maximaal 2,2 l per ha toepassen bij lage boomkwekerijgewassen en vaste planten en max. 1,7 l/ha bij hoge boomkwekerijgewassen (b.v. laanbomen)
Het verdient aanbeveling om door middel van een proefbespuiting na te gaan of het in aanmerking komende gewas het middel verdraagt.