Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993

De Minister van Financiën,
Gezien artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht en de schriftelijke instemming van de Stichting Pensioen- & Verzekeringkamer van 28 november 2003, kenmerk 0.851/2002-6960;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

de Minister: De Minister van Financiën;

de PVK: De Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer;

de wet: de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;

verzekeraar: een verzekeraar met zetel in Nederland die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 24 van de wet;

kredietinstelling: een ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 ingeschreven kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van die wet.

Artikel

2

De PVK beslist ingevolge artikel 176, eerste lid, van de wet vanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de wet, behoudens in geval van aanvragen tot het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming door een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars, in een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen.

Artikel

3

Artikel

4

De PVK kan, indien zij vanwege de Minister positief beslist op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar, bij die gelegenheid de aanvrager tevens toestemming verlenen tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming tot ten hoogste het naast hogere belang van:

Artikel

5

De PVK stelt ingevolge artikel 174, zesde en zevende lid, en artikel 175, vierde en zesde lid, van de wet vanwege de Minister de termijnen vast ten aanzien van door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaringen van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit bevoegd zou zijn vanwege de Minister te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel

6

De PVK kan ingevolge artikel 175a, derde lid, van de wet vanwege de Minister aan de verklaring van geen bezwaar de in dat artikellid bedoelde gewijzigde voorschriften verbinden:

  • a.

    in de gevallen waarin de PVK vanwege de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar;

  • b.

    in de gevallen waarin de Minister heeft beslist op het de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel

7

De PVK beslist ingevolge artikel 176, zesde lid, van de wet vanwege de Minister tot het wijzigen of intrekken van een door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaring van geen bezwaar, indien de PVK op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel

8

De PVK oefent in de gevallen, waarin zij op grond van dit besluit bevoegd is vanwege de Minister verklaringen van geen bezwaar te verlenen en daarmee samenhangende bevoegdheden uit te oefenen, de volgende bevoegdheden uit:

Artikel

9

Een document dat is opgesteld door de PVK en waarin is vastgelegd een besluit of handeling genomen respectievelijk verricht op grond van dit besluit, vermeldt aan het slot:

‘De Minister van Financiën,

namens deze:

de Pensioen- & Verzekeringskamer,’

Artikel

10

De PVK treedt in overleg met de Minister, indien in bijzondere gevallen sprake is van handelingen die de structuur van het verzekeringswezen in zijn wezen raken, ook wanneer op die handelingen het gestelde in artikelen 2 en 3 van toepassing zou zijn.

Artikel

11

Het mandaat verleend bij brief van 29 juni 1994, kenmerk BGW94-796 (Stcrt. 1994, 122), wordt ingetrokken.

Artikel

12

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Mandaatbesluit artikelen 176, 188b en 188c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993’.

De Minister van FinanciënG.Zalm