Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 11 december 2003

Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren:

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

Eendagskuikens dienen door de kuikenbroederij bemonsterd te worden volgens de werkvoorschriften als opgenomen in het in bijlage III opgenomen Protocol.

Naast de reguliere door de broederijen uitte voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

5A

Indien uit verificatieonderzoek bij dieren op fok- of vermeerderingsbedrijven blijkt dat deze S.e./S.t. besmet zijn dienen alle broedeieren, die door de betreffende besmette koppels zijn geproduceerd en reeds in de broederij zijn ingelegd, te worden behandeld als categorie 2-materiaal in de zin van EU- verordening 1774/2002. Eieren die door bovengenoemde koppels zijn geproduceerd en nog niet zijn ingelegd mogen worden afgezet naar de eiproductenindustrie of moeten een andere effectieve en behandeling ondergaan. De eigenaar van de S.e. of S.t. besmette broedeieren kan er te allen tijde voor kiezen deze te laten vernietigen.

Artikel

5B

Indien hetzij donsuitslagen, hetzij meconiumuitslagen hetzij uitslagen van onderzoek op liggenblijvers S.e. en/of S.t. positief zijn dienen bij de volgende uitkomst (na bekend worden van de positieve uitslag) van dit betreffende vermeerderingskoppel naast het reguliere onderzoek, 60 liggenblijvers te worden bemonsterd. Deze monsters worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het protocol in Bijlage III. De monsters worden geanalyseerd door een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

Artikel

6

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Bijlage

I

: Hygiëne-onderzoeken in de broederij

Procedure

De broederijen worden ingedeeld naar grootte: klein, middelgroot en groot. Afhankelijk van de grootte van de broederijen wordt het aantal te onderzoeken locaties bepaald. Indeling van de broederijen wordt gebaseerd op het aantal ingelegde broedeieren per week.

kleiner of gelijk aan 500.000

klein

groter dan 500.000 en kleiner of gelijk aan 1.000.000

middelgroot

groter dan 1.000.000

groot

De broederijen dienen gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen gecontroleerd. Dit kortere onderzoek vindt viermaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A : "Onderzoek routine".

De gehele broederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende broederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B : "Onderzoek speciaal".

De beide type onderzoeken worden door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD) uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een broederij het onderzoek van onderdeel A : "Onderzoek routine" zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.

Alle aangegeven onderdelen moeten voor het broederij-gemiddelde worden meegerekend. Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen- en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).

De monstername, afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de broederij, wordt uitgevoerd met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.

De verwerking van de monsters voor het hygiëne-onderzoek bij broederijen dient plaats te vinden volgens het onderzoek zoals beschreven in bijlage III van het 'Besluit Protocollen Hygiënevoorschriften Pluimveehouderij 1999'.

0

0

1 t/m 40

1

41 t/m 120

2

121 t/m 400

3

> 400

4

ontelbaar

5

Kleine broederijen (< 500.000 eieren inleg per week)

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

inventaris

transportkar

2

1

1

2

1

hygiënesluis

vloer

wand

1

1

afraaplokaal

vloer

inventaris

2

2

kantine

vloer

tafel

1

1

2

1

spoelruimte

vloer

inventaris

bak

2

1

2

2

2

kleedlokaal

vloer

2

schouwlokaal

vloer

inventaris

1

1

1

2

gang

vloer

2

Marek depot

vloer

tafel

2

1

afvoergarage

vloer

2

1

voorbroedlokaal

vloer

2

2

wand

1

1

uitkomstlokaal

vloer

wand

2

2

1

2

vloer

2 x 2

2 x 2

voorbroedkasten

wand

2 x 1

eieren

2 x 1

2 x 1

1

uitkomstkast

vloer

wand

plafond

1 x 2

1 x 2

1 x 2

1 x 2

negatieve controle

1

Totaal

24

49

Middelgrote broederijen ( 500.000 - 1.000.000 eieren inleg per week)

aanvoerlokaal +

vloer

2

2

eiersorteer

inventaris

1

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

1

wand

1

afraaplokaal

vloer

2

inventaris

2

kantine

vloer

1

2

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

2

inventaris

2

2

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

2

schouwlokaal

vloer

1

1

inventaris

1

2

gang

vloer

2

Marek depot

vloer

2

tafel

1

afvoergarage

vloer

2

voorbroedlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

wand

2 x 1

2 uitkomstlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

wand

2 x 1

4 voorbroedkasten

vloer

4 x 2

4 x 2

wand

4 x 1

eieren

4 x 1

4 x 1

2 of 3 uitkomstkasten

vloer

2 x 2

3 x 2

wand

3 x 1

plafond

3 x 2

negatieve controle

1

1

Totaal

36

71

Grote broederijen (> 1.000.000 eieren inleg per week)

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

2

2

inventaris

1

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

1

wand

1

afraaplokaal

vloer

2

inventaris

2

kantine

vloer

1

2

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

2

inventaris

1

2

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

2

schouwlokaal

vloer

1

1

inventaris

1

2

gang

vloer

2

Marek depot

vloer

2

tafel

1

afvoergarage

vloer

2

4 voorbroedlokalen

vloer

4 x 2

4 x 2

wand

4 x 1

3 uitkomstlokalen

vloer

3 x 2

3 x 2

wand

3 x 1

5 voorbroedkasten

vloer

5 x 2

6 x 2

wand

6 x 1

eieren

5 x 1

6 x 1

4 of 5 uitkomstkasten

vloer

4 x 2

5 x 2

wand

5 x 1

plafond

5 x 1

negatieve controle

1

1

Totaal

48

96

Salmonella onderzoek

Aan het einde van elke productiedag wordt een monster van broederijafvallen (zoals liggenblijvers) genomen. Er moet een mengmonsters genomen worden met monstername verspreid over de gehele dag. Beide genoemde monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien Salmonella wordt geconstateerd dient de broederij de oorzaak te achterhalen van de besmetting.

In de broederij moet tijdens alle bezoeken voor de hygiënebemonstering tevens een Salmonella onderzoek worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de eieren, ingesleepte Salmonella in de broederij achterblijven en zich in de broederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.

Het Salmonella onderzoek bestaat uit een monstername van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monstername bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.

De volgende locaties dienen te worden bemonsterd:

aanvoertokaal + eiersorteer

vloer

5

1

inventaris

2

containers

2

kleedlokaal

vloer

3

1

inventaris

2

wc

1

kantine

vloer

3

1

inventaris

2

voorbroedlokalen

vloer

6

2

voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten

vloer

14

2

spoelruimte

vloer

3

3

krattenwasser

1

inventaris

2

schouwlokaal

vloer

3

3

inventaris

3

afraaplokaal

vloer

5

3

inventaris

3

Er wordt geen onderverdeling gemaakt op basis van de grootte van de broederij. Op alle broederijen wordt een zelfde onderzoeks(schema) gehanteerd.

Beoordeling en actie

Beoordeling

De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de broederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.

1. Lokaal/kast gemiddelde

Het gemiddelde per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer aangegeven heeft dat tijdens de monstername dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloeden. In dit geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt dient de uitslag bij het volgende onderzoek minimaal voldoende te zijn. Indien, het betreffende lokaal of kast, wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort dient binnen een tijdsperiode van 2 maanden een extra "onderzoek speciaal" te worden uitgevoerd.

Lokaal- of kast gemiddelde (individuele beoordeling)

Lokaal of kasten gemiddelde

Beoordeling

Actie

kleiner of gelijk aan 1

zeer goed

geen

groter dan 1 en kleiner of gelijk aan 2

goed

geen

groter dan 2 en kleiner of gelijk aan 3

voldoende

geen

groter dan 3

onvoldoende

lokaal - of kastgemiddelde van de volgende bemonstering minimaal voldoende, anders een extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden.

2. Broederij gemiddelde (totaal beoordeling)

0

uitstekend

geen

groter dan 0 0 en kleiner of gelijk aan 0.5

zeer goed

geen

groter dan 0.5 en kleiner of gelijk aan 1.0

goed

geen

groter dan 1.0 en kleiner of gelijk aan 1.5

voldoende

geen

groter dan 1.5 en kleiner of gelijk aan 2.0

onvoldoende

broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden

groter dan 2.0 en kleiner of gelijk aan 3.0

slecht

extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden

groter dan 3.0

zeer slecht

extra 'onderzoek speciaal' binnen 1 maand

Bijlage

II

: Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het programma hygiëne-onderzoeken

Het programma voor hygiëne-onderzoeken zoals beschreven in bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat tweemaal per jaar zal plaatsvinden en uit vier kortere onderzoeken. Het routine hygiëne-onderzoek (onderdeel A uit bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, dat wil zeggen, mits:

  • 1.

    het hygiëne-onderzoek wordt uitgevoerd op de wijze zoals in het protocol van bijlage I beschreven; en

  • 2.

    de resultaten van de uitgebreide hygiëne-onderzoeken tenminste voldoende zijn; en

  • 3.

    het hygiëne-onderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de broederij niet in bedrijf is, dat wil zeggen nadat het verplicht reinigen en ontsmetten heeft plaatsgevonden en voordat de werkzaamheden weer worden hervat;

  • 4.

    de analyse van de monsters uitgevoerd wordt bij een door de voorzitter erkende organisatie.

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de systeemtoets van de broederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëne-onderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëne-onderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD).

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende zijn of slecht dan voert de GD opnieuw de korte onderzoeken uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de broederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage

III

: Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij

Doel

Dit werkvoorschrift beschrijft de donsmonstername, meconiummonstername en monstername bij liggenblijvers in kuikenbroederijen, voor de verplichte monitoring, zoals voorgeschreven in het 'Hygiënebesluit Kuikenbroederijen legsector 2003' en anderzijds voor monitoring van vermeerderingskoppels door middel van donsonderzoek, meconiumondertoek of onderzoek bij liggenblijvers uit de broederij. De monsters worden genomen door een medewerker van de broederij.

Toelichting

In het kader van de S.e./S.t.-bestrijding worden vermeerderingskoppels regelmatig door de GD gescreend op de aanwezigheid van S.e. of S.t. antistoffen in het bloed. Deze screening vindt plaats op het vermeerderingsbedrijf. Vanaf ca. 22 weken kan de serologische monitoring onder bepaalde voorwaarden (zie 'Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven legsector 2003') op het vermeerderingsbedrijf worden vervangen door bemonstering van uitkomstmateriaai (dons, meconium of liggenblijvers) op de broederij.

Daarnaast dienen kuikenbroederijen altijd donsmonsters, meconiumrnonsters of monsters van liggenblijvers te nemen.

De frequentie van de monstername wordt weergegeven in de tabel:

type kuikenbroederij

frequentie

broederijen voor de productie van eendagskuikens van moederdieren vleesrassen of legrassen

iedere uitkomstkast en iedere uitkomst

broederijen voor de productie van eendagskuikens voor de productie van consumptie-eieren

iedere vermeerderaar minimaal eenmaal in de twee weken

wanneer donsonderzoek, meconiumonderzoek dan wel onderzoek op liggenblijvers op de broederij, bloedonderzoek van de vermeerderaars vervangt

iedere uitkomstkast en iedere uitkomst

Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD.

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt verder aangestuurd door de GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium dan wel liggenblijvers. Voor uitkomstkasten, waarin slechts broedeieren aanwezig zijn van fok- of vermeerderingsdieren waarop periodiek bloed- of mestonderzoek wordt uitgevoerd, is dit niet verplicht.

A

Voor het nemen van donsmonsters geldt:

Benodigdheden

  • steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten

  • etiketten

  • inzendformulier

Werkwijze

Aantal en locatie te nemen monsters

  • Per uitkomstkast worden tenminste vijf donsmonsters genomen.

Uitvoering monstername

  • Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven - en onderkant van de koelbuizen.

  • De monsters (intotaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.

  • Donsmonsters die (mede) bestemd zijn voor monitoring van reproductiekoppels moeten te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst.

  • De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen. Iedere monsterpot of -zak dient direct te worden voorzien van een etiket met de volgende gegevens:

    • datum van monsterneming

    • gegevens broederij (naam en/of KIP nummer)

    • kastnummer

  • De broederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van

    • herkomst.

Inzendformulier

  • Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:

    • naam en/of KIP nummer herkornstbedrijf

    • bij monitoring koppelnummer(s)/stalnummer(s).

  • Een afschrift van het formulier moet op de broederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.

Verzenden monsters

  • De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek

  • De broederij dient een registratie bij te houden per broederij, per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dienen minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringconderzoeken en systeemcontrole).

  • De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella.

    Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.

  • Wanneer S.e. en/of S.t . wordt geconstateerd, moet: dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst t.b.v. bevestigingsonderzoek.

B

Voor het nemen van meconiummonsters geldt:

Benodigdheden

  • steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten.

  • etiketten.

  • steriele plastic handschoenen.

  • inzendformulier.

Werkwijze

Aantal en locatie te nemen monsters

  • Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.

Uitvoering monstername

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.

  • Monstername dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • De monsters kunnen in één plastic pot ofzak worden verzameld.

  • Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:

    • monsterdatum

    • registratie-nummer van de broederij

    • uitkomstkastnummer(s)

  • De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Inzendformulier

  • Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de rnonsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer en naam pluimveehouder).

  • Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden

Verzenden monsters

  • De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek

  • Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en perstal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella.

    Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.

    Wanneer S.e. en/of S.t. wordt geconstateerd, moet dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst met betrekking tot bevestigingsonderzoek.

Voorbewerking van meconiummonsters

  • Het mengmonster meconium wordt op het lab goed gehomogeniseerd en vervolgens in een verhouding van 1:10 verdund met BPW en geanalyseerd als is voorgeschreven voor mestmonsters in de branchemethode

C

Voor het nemen van monsters van liggenblijvers geldt:

Benodigdheden

  • Steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten

  • Etiketten

  • Steriele plastic handschoenen Inzendformulier

Werkwijze

Aantal en locatie te nemen monsters

  • Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.

Uitvoering monstername

  • De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.

  • Monstername dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

  • Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:

    • monsterdatum

    • registratie-nummer van de broederij

    • uitkomstkastnummer (s)

  • De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) vanherkomst.

Inzendformulier

  • Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer en naam pluimveehouder).

  • Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden

Verzenden monsters

  • De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek

  • Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • De monsters worden door het door de voorzitter van het Productschap erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.

  • Wanneer S.e. en/of S.t. wordt geconstateerd, moet dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst met betrekking tot bevestigingsonderzoek.

Voorbewerking monstermateriaal liggenblijvers

Het monster liggenblijvers van 60 stuks wordt in zijn geheel gehomogeniseerd in een steriele mixer, dan wel worden er enkele deel monsters elk bestaande uit 10 a 15 eieren van gemaakt, die afzonderlijk worden gehomogeniseerd. Uit elk homogenisaat wordt vervolgens een monster genomen van circa 25 g, dat wordt verdund met 1:10 BPW voor Salmonella analyse.

Bijlage

IV

: Indeling status voor informatie-overdracht (leg)

De kuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan de afnemer de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

vrij

geen aanwijzing dat de vermeerderingskoppels S.e./S.t. positief zijn

uitslag hetzij donsonderzoek, hetzij meconiumonderzoek, hetzij onderzoek op liggenblijvers nasturen wanneer koppel toch besmet blijkt

mogelijk besmet

vermeerderingskoppels S.e./S.t. verdacht

- afnemer melden dat koppel de status heeft van mogelijk S.e./S.t.-besmet én

- uitslag hetzij donsonderzoek, hetzij meconiumonderzoek, hetzij onderzoek op liggenblijvers waaruit blijkt dat koppel besmet of vrij is, nasturen

Bij S.e./S.t. positief (leg) dons, respectivelijk meconium of positieve liggenblijvers.

Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere vermeerderaars werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van deze vermeerderaars uit andere kasten (meteen negatieve uitslag) niet ais mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is.

Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welke vermeerderaarde besmetting afkomstig is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle vermeerderaars die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Een isolatie van een Salmonella enteritidis en/of Salmonella typhimurium zal daarnaast ook leiden tot traceringconderzoek in het kader van de Se/St bestrijding.

Bijlage

V

: Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kuikenbroederij

De kuikenbroederij dient broedeieren in de kuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:

  • 1.

    broedeieren van onverdachte koppels moederdieren en broedeieren van koppels moederdieren die behandeld zijn geweest (vanaf de derde dag van de behandeling);

  • 2A.

    broedeieren van verdachte koppels moederdieren:

    • broedeieren van koppels moederdieren die hetzij verdacht worden van een Salmonella-besmetting, zonder dat deze besmetting is bevestigd of

    • broedeieren van koppels, waarvan de behandeling net is ingezet (tot de derde dag);

  • 2B.

    broedeieren van Salmonella-besmette koppels moederdieren.