Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2003, nr. SV/F&W/03/95330 tot vaststelling van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën,

Besluiten:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst

Artikel

3

Bedrijfsmatig handelende koper van op termijn te leveren kleding

De artikelen 35, vijfde lid, van de Invorderingswet en 16b, vijfde lid, van de Coördinatiewet zijn van toepassing ten aanzien van degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding, andere dan schoeisel, koopt en op het tijdstip van de koop van op termijn te leveren kleding, andere dan schoeisel, niet weet of redelijkerwijs niet behoort te weten dat die kleding reeds geheel of gedeeltelijk is vervaardigd.

Artikel

4

Weigering medewerking

De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut weigeren hun medewerking te verlenen aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst, indien:

  • a.

    met de ondernemer reeds een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is; of

  • b.

    gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening zal worden gemaakt.

Artikel

5

Bewaren g-rekeningovereenkomst

Het door partijen getekende exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de kredietinstelling bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De kredietinstelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste zin is artikel 52, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel

6

Vereisten vrijwarende betaling op de g-rekening

Artikel

7

Vereisten betaling ten laste van de g-rekening

Artikel

8

Verdeling tussen ontvanger en Uitvoeringsinstituut bij uitwinning pandrecht en andere acties voor gezamenlijke rekening

Artikel

9

Grenzen aansprakelijkstelling

Artikel

10

Deblokkering

Artikel

11

Opzegging

Artikel

12

Intrekking regelingen en vervallen van artikelen

Artikel

13

Overgangsbepaling

G-rekeningovereenkomsten die voldoen aan de voorschriften van de regelingen en artikelen, die op grond van artikel 12 worden ingetrokken respectievelijk vervallen, worden aangemerkt als g-rekeningovereenkomsten, bedoeld in deze regeling.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en WerkgelegenheidA.J. de Geus
De Staatssecretaris van FinanciënJ.G.Wijn

Bijlage

G-rekeningovereenkomst

De ondergetekenden:

– ... (naam), ... (adres, postcode en woon- of vestigingsplaats), ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te ... onder

nummer ..., verder te noemen de rekeninghouder;

– het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verder te noemen

het Uitvoeringsinstituut;

– de ontvanger der rijksbelastingen, verder te noemen de ontvanger;

– de ... (naam van de kredietinstelling), ... (adres, postcode en vestigingsplaats) verder te noemen de kredietinstelling.

Overwegende:

– dat de rekeninghouder inhoudingsplichtige is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en als zodanig bij de ontvanger bekend staat onder nummer ...

en/of werkgever is in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en als zodanig bij het Uitvoeringsinstituut bekend staat onder nummer ..., dan wel op de rekeninghouder artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid van toepassing is;

– dat de rekeninghouder, die zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel, voor de heffing van omzetbelasting bij de ontvanger bekend staat onder nummer ...;

– dat de rekeninghouder bij de kredietinstelling een rekening wenst te openen, waarvan de saldi, behoudens de in punt 5 van deze overeenkomst voorziene uitzondering, uitsluitend bestemd zijn voor betalingen als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, en 35, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 16a, vierde lid, en 16b, vijfde lid van de CSV;

– dat het, teneinde te bewerkstelligen dat de saldi van die rekening daadwerkelijk zullen dienen tot vorenbedoelde betalingen, noodzakelijk is dat de saldi noch door middel van verrekening, noch door middel van beslag, noch anderszins, zullen kunnen worden gebruikt voor andere betalingen dan vorenbedoeld;

– dat het in verband met het vorenstaande noodzakelijk is dat de saldi van die rekening worden verpand aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk.

Zijn overeengekomen als volgt:

1. De rekeninghouder opent hierbij een geblokkeerde rekening (g-rekening) bij de kredietinstelling onder nummer ... .

2. De rekeninghouder verklaart dat de saldi van de g-rekening hierbij in eerste onderpand worden gegeven aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk voor hetgeen zij nu of te eniger tijd van hem te vorderen hebben of zullen krijgen ter zake van de verschuldigde belasting en premies, bedoeld in de artikelen 34, eerste en derde lid, 35, eerste en vijfde lid, of 35a, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en aan premie en voorschotpremie als bedoeld in de artikelen 16a, eerste lid, 16b, eerste lid, en 16ba, eerste lid, van de CSV, een en ander voorzover verband houdende met door hem aan derden ter beschikking gestelde werknemers waarvoor hij ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 als inhoudingsplichtige en in verband waarmee hij, voorzover toepasselijk, voor de Wet op de omzetbelasting 1968 als ondernemer wordt aangemerkt en/of waarvoor hij als werkgever in de zin van de CSV wordt aangemerkt onderscheidenlijk met door hem aangenomen werk, waarop de g-rekening betrekking heeft, een en ander met dien verstande dat de rente die de kredietinstelling over die saldi vergoedt op een andere rekening van de rekeninghouder zal worden gecrediteerd.

3. De in punt 2 bedoelde verpanding zal geacht worden te zijn geëffectueerd telkens op het moment dat bedragen op de g-rekening worden gecrediteerd.

4. De kredietinstelling verklaart in verband met het vorenstaande afstand te doen van haar recht op verrekening, van pand of enig ander recht dat afbreuk zou kunnen doen aan het ten behoeve van de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gevestigde pandrecht.

5. Betalingen ten laste van de g-rekening, andere dan die, bedoeld in de beweegreden van deze overeenkomst zullen slechts geschieden na daartoe ontvangen schriftelijke toestemming van de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut.

6. De rekeninghouder verleent hierbij aan de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut gezamenlijk volmacht tot inning van de saldi van de g-rekening alsmede tot verrekening van het aldus geïnde met al hetgeen zij nu of te eniger tijd van hem te vorderen hebben of zullen krijgen ter zake van de in punt 2 bedoelde belasting en premie.

7. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger verlenen volmacht aan de rekeninghouder ten laste van de g-rekening bedragen over te maken naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger alsmede naar andere g-rekeningen, mits deze stortingen naar andere g-rekeningen betrekking hebben op het verrichten van werkzaamheden door een ter beschikking gestelde werknemer in de zin van de artikelen 16a, vijfde lid, van de CSV en 34, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 of op aanneming van werk in de zin van de artikelen 16b, vijfde lid, van de CSV en 35, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990.

8. De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut om in geval van faillissement, aanvraag tot surséance van betaling en in het algemeen bij opschorting van zijn betalingen uiterlijk binnen drie dagen mededeling te doen van het saldo van de g-rekening.

9. De rekeninghouder verplicht zich hierbij tegenover de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut om opdrachten tot betaling ten laste van de g-rekening slechts op één aangifte of één belastingaanslag, onderscheidenlijk slechts op één premienota betrekking te doen hebben.

10. In de administratie van de kredietinstelling worden bij betalingen ten gunste van de g-rekening de gegevens vastgelegd zoals deze op de desbetreffende betalingsopdrachten zijn vermeld. Hetzelfde geldt voor de gegevens die bij betalingen ten laste van de g-rekening op de betalingsopdrachten zijn vermeld.

11. De kredietinstelling zal de ontvanger en het Uitvoeringsinstituut op een afzonderlijk tussen hen overeen te komen wijze regelmatig op de hoogte houden van alle gegevens die op de g-rekening betrekking hebben. De rekeninghouder verklaart zich met deze gegevensuitwisseling akkoord.

Aldus overeengekomen en getekend te op

De rekeninghouder,

De ontvanger,

voor deze,

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

voor deze,

De kredietinstelling,