De Raad van State gehoord (advies van 11 december 2003, nr. W13.03.0506/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 december 2003, kenmerk POG/GB 2.440.684;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.
horeca-inrichtingen: inrichtingen die worden geëxploiteerd door ondernemingen die zijn ingeschreven bij het Bedrijfschap Horeca en Catering, met uitzondering van bedrijfsrestaurants;
b.
inrichtingen voor podiumkunsten: inrichtingen die voorstellingen van podiumkunsten programmeren en die lid zijn van een bij de Federatie van Podiumverenigingen aangesloten branchevereniging;
in voor publiek bestemde delen van speelautomatenhallen;
d.
in voor publiek bestemde delen van tabaksspeciaalzaken;
e.
in middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlandse vervoerder én die enkel worden ingezet voor landgrensoverschrijdend personenvervoer;
f.
in ruimten ten aanzien waarvan de werkgever geen zeggenschap over de gebruiksregels kan doen gelden;
g.
in als privé aan te merken en als zodanig aangewezen ruimten;
h.
in afgesloten, speciaal voor het roken van tabaksproducten aangewezen ruimten;
i.
in de open lucht.
Artikel
3
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004.
Artikel
4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,J. F.Hoogervorst