Regeling normbedragen studiefinanciering 2004

Regeling normbedragen studiefinanciering 2004

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder de wet: de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel

2

Vrije voet bij berekeningsgrondslag veronderstelde ouderlijke bijdrage

Met ingang van 1 januari 2004 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, derde lid, van de wet, vastgesteld op € 14.510,48 onderscheidenlijk € 18.656,33.

Artikel

4

Overzicht normbedragen

Met ingang van 1 januari 2004 luiden de bedragen, genoemd in artikel 3.18 van de wet, als volgt:

Overzicht 1. Maandbedragen

Levensonderhoud

a. thuiswonend

€ 336,26

€ 336,26

b. uitwonend

€ 508,35

€ 508,35

Boeken en leermiddelen

€ 50,72

€ 44,37

Normbedrag ziektekostenverzekering

€ 36,70

€ 36,70

Overzicht 2. Financieringsbronnen

Basisbeurs (excl. toeslagen)

a. thuiswonend

€ 74,11

€ 55,85

b. uitwonend

€ 228,20

€ 209,93

Maximale aanvullende beurs / lening (of veronderstelde ouderlijke bijdrage)

a. thuiswonend, particulier verzekerd

€ 216,72

€ 299,29

b. thuiswonend, ziekenfonds verzekerd

€ 180,02

€ 262,59

c. uitwonend, particulier verzekerd

€ 234,72

€ 317,30

d. uitwonend, ziekenfonds verzekerd

€ 198,02

€ 280,60

Basislening

€ 253,27

€ 138,52

Toeslag partner

€ 503,30

€ 503,30

Toeslag één-

oudergezin

€ 402,75

€ 402,75

Artikel

7

Inwerkingtreding en bekendmaking

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel

8

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Regeling normbedragen studiefinanciering 2004’.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, A.D.S.M.Nijs