Artikel
1
Aan de directeur van het Waarborgfonds voor de Zorgsector en bij diens afwezigheid of verhindering voor de duur van die afwezigheid of verhindering, aan de plaatsvervangend directeur wordt de bevoegdheid verleend om namens de minister de taken en bevoegdheden genoemd in de ‘Garantieregeling Inrichtingen voor Gezondheidszorg 1958’, de ‘Rijksregeling Dagverblijven voor Gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring verlening van garanties en toezicht’ Hoofdstuk IV, artikel 33 t/m 45 en de ‘Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor Gehandicapten’ Hoofdstuk III, artikel 25 t/m 34 uit te oefenen.