Besluit van de Minister van Justitie van 18 december 2003 nr. 5258020 houdende vaststelling van beleidsregels inzake het verstrekken van projectsubsidies voor de bevordering van effectief gebleken maatregelen op het gebied van criminaliteitspreventie en de vaststelling van subsidieplafonds voor het jaar 2004 (Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004)

Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004

De Minister van Justitie,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de Minister: de Minister van Justitie;

  • b.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het in de praktijk toepassen van werkzaamheden en/of producten die in Nederland bijdragen aan het implementeren van preventieve maatregelen en die hun waarde reeds hebben bewezen bij het in de praktijk aanpakken van een criminaliteitsvraagstuk op een van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden;

  • c.

    samenwerkingsverband: een verband, bestaande uit ten minste een natuurlijk persoon en een rechtspersoon of twee rechtspersonen.

Artikel

2

Deelgebieden als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, van de Wet Justitie-subsidies die in 2003 voor projectsubsidies in aanmerking komen zijn:

  • a.

    Keurmerk Veilig Ondernemen;

  • b.

    Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan;

Een omschrijving van genoemde deelgebieden en de aanvullende inhoudelijke vereisten waaraan een project dient te voldoen, is opgenomen in de toelichting van deze regeling.

Artikel

3

Artikel

4

De subsidie in het kader van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden bedraagt voor:

  • a.

    het Keurmerk Veilig Ondernemen ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van € 30.000;

  • b.

    de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van € 20.000.

Artikel

5

Artikel

6

§

2

Aanvragen

Artikel

7

Artikel

8

§

3

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

9

§

4

Voorschotten

Artikel

10

§

5

Vaststelling subsidie

Artikel

11

§

6

Slotbepalingen

Artikel

12

De stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003 wordt ingetrokken.

Artikel

13

Deze regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Zij treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant. Deze regeling vervalt op 1 april 2005.

Artikel

14

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004.

Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
de Directeur-Generaal Preventie, Jeugd en SanctiesE.J.Mulock Houwer

Bijlage

1

Bijlage

2

Bijlage

3

Het projectplan

In het bij te voegen projectplan gaat u – volgens de hieronder staande indeling – in ieder geval in op de volgende onderwerpen. De vragen die genoemd zijn geven alleen een indicatie van hetgeen u moet vermelden.

  • 1.

    Aanleiding voor het project

    • Wie heeft besloten tot het project en waren er nog speciale redenen om het project te beginnen?

    • Geef een korte omschrijving van het gebied waar het project betrekking op heeft (oppervlakte, hoeveel (horeca)bedrijven, structuur etc)

    • Hoe is er commitment van de samenwerkende partners bereikt?

    • Waaruit blijkt het commitment voor dit project?

  • 2.

    Het doel van het project

    • Wat wilt u concreet bereiken met het project?

    • Wat heeft u bereikt als het project is afgerond?

  • 3.

    De doelgroepen van het project

    • Geef aan op welke doelgroepen uw project is gericht.

  • 4.

    De beschrijving en aanpak van het project

    • Welke middelen zet u in om de doelstelling te behalen?

    • Hoe wordt het bijeenblijven van het samenwerkingsverband gegarandeerd?

    • Wat is de rol en functie van de verschillende betrokken partijen?

  • 5.

    Projectfasering

    • Welke fasen kent het project?

    • Wat gebeurt er in elke fase en wat zijn de eindproducten in elke fase?

    • Wat is het tijdpad? Welke activiteit wordt wanneer ondernomen?

    • Hoe is voorzien in een effect- en procesevaluatie en op welke termijn?

  • 6.

    Toelichting op de beoordelingscriteria

    U draagt per criterium gegevens aan waarop de projectgroep uw aanvraag op grond van artikel 6, vijfde lid van de Stimuleringsregeling Criminaliteitspreventie 2004 kan rangschikken. Het gaat hier om:

    • de grootte van de doelgroep die bereikt wordt;

    • de instanties die participeren en/of ondersteunen;

    • mogelijk vernieuwende elementen naast de bestaande;

    • hoe een proces- en effectevaluatie wordt gehouden en binnen welke termijn.

Bijlage

4

Begroting

Voeg een begroting van het project bij. De kosten uit de begroting moeten onderbouwd worden via het projectplan. Deze begroting omvat:

  • een overzicht van activiteiten en kosten voor het gehele project;

  • een overzicht van activiteiten en kosten per uitvoerende partij.

  • De dekking van de opgevoerde begroting

Begrotingsformulier

Project:

Jaar:

Periode:

1. Kosten Publiek/Private samenwerking

Uren

Bedrag

Ingezette uren per organisatie

* brandweer

* politie

* gemeente

* ondernemers

* Kamer van Koophandel

* derden

Projectbegeleiding

* per dagdeel

* reiskosten

Extern advies

* per dagdeel

* reiskosten

Vergaderruimte

Communicatie- en PR-kosten

* nieuwsbrieven

* drukwerk

* kopieerkosten

* zaalhuur

Secretariaatskosten

Subtotaal

2. Certificering

Auditkosten

Enquêtekosten

Extern advies

Kosten uitreiken certificaat

Subtotaal

Totaal 1 en 2

Totaal generaal

Dekking

Bijdrage ….

Bijdrage …..

Bijdrage ….

Subsidie KVO

Toelichting Begrotingsformulier

  • De kosten voor ingezette uren van publieke partijen zijn in principe niet subsidiabel. Gemeenten, politie en brandweer hebben een verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid. Het is logisch dat er beleidskeuzes gemaakt moeten worden over welk onderwerp of gebied extra aandacht verdient, maar de kosten van de medewerkers zijn hiermee niet subsidiabel. Alleen als aantoonbaar extra capaciteit wordt ingehuurd of anderszins beschikbaar komt, kunnen deze kosten voor subsidie in aanmerking komen.

  • De kosten voor het inhuren van extern advies, nulmeting, projectleider en anderen: een offerte of opdrachtbevestiging moet bij de subsidieaanvraag worden bijgevoegd.

  • Certificeringkosten: er wordt voor deze post maximaal € 6.000,– beschikbaar gesteld. Voor de auditkosten wordt een standaardbedrag van € 3.000,– toegekend, waarbij eventuele kosten voor het uitreiken van het certificaat niet zijn inbegrepen.

  • Voor subsidieaanvragen voor KVO-winkelgebieden geldt dat indien gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid van procesbegeleiding via het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel, deze kosten niet subsidiabel zijn voor de subsidieaanvraag in het kader van deze stimuleringsregeling.