Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Wet op de accijns.
Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Wijzigt de Kostenwet invordering rijksbelastingen.
Wijzigt de Mijnbouwwet.
Wijzigt de Goedkeuringswet Verdrag tussen Nederland en België tot het vermijden van dubbele belastingen en voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar inkomen en vermogen.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet inkomstenbelasting 2001, enz. (Belastingplan 2003 Deel I).
Met betrekking tot voor bezwaar vatbare beschikkingen als bedoeld in artikel 28r, vierde lid, en betalingen als bedoeld in artikel 28s, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals opgenomen in artikel IX, onderdelen A en B, van deze wet, gegeven respectievelijk verricht vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, eindigt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, in afwijking van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht zes weken na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Voor het kalenderjaar 2004 blijven voor de willekeurige afschrijving op films en filminvesteringsaftrek de artikelen 3.33, eerste tot en met vierde lid, 3.36, 3.37, 3.40, 3.42b, eerste tot en met het zevende lid, 3.44, 3.47a, 3.52 en 10.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de artikelen 8 en 18 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, alsmede de daarop berustende bepalingen, zoals die artikelen en bepalingen luidden op 31 december 2003, van toepassing met betrekking tot voortbrengingskosten gemaakt voor 1 januari 2005.
Het eerste lid is slechts van toepassing indien een verzoek om een verklaring als bedoeld in artikel 3.37, eerste lid, respectievelijk 3.42b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor 1 januari 2005 is ingediend.
Een verzoek om een verklaring als bedoeld in artikel 3.42b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan nog na 31 december 2003 doch voor 1 januari 2005 worden ingediend zolang het totale bedrag aan afgegeven verklaringen die hebben geleid tot een vaststellingsovereenkomst, als bedoeld in de Regeling aanwijzing filminvesteringen 2002, ten laste van het hiervoor in de rijksbegroting 2003 opgenomen bedrag, kleiner is dan het laatstgenoemde bedrag.
Indien een verzoek om een verklaring als bedoeld in artikel 3.42b, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is ingediend na 31 december 2003 doch voor 1 januari 2005, kan- in afwijking in zoverre van dat artikel – Onze Minister van Economische Zaken de verklaring afgeven indien deze nog past binnen het hiervoor in de rijksbegroting 2003 opgenomen bedrag.
Indien het bij koninklijke boodschap van 23 mei 2003 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (28 917) tot wet wordt verheven, en in werking treedt, wordt bij de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen de correctiefactor bij het begin van het jaar 2005 verlaagd met 0,023 en bij het begin van de jaren 2006, 2007 en 2008 met 0,014.
Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2004, met dien verstande dat:
artikel I, onderdeel O, en artikel VII, onderdeel A, en artikel VIII, onderdeel A, voor het eerst toepassing vinden met ingang van 8 oktober 2004;
artikel IX terugwerkt tot en met de datum waarop het bij koninklijke boodschap van 19 mei 2003 ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de – in beginsel tijdelijke – invoering van een omzetbelastingregeling voor elektronische diensten (e-commerce) (28 887) tot wet is verheven en in werking is getreden indien deze datum is gelegen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet;
artikel X, onderdeel B, voor het eerst toepassing vindt met ingang van 2005;
artikel XII, onderdeel C, eerste lid, terugwerkt tot en met 1 januari 2002;
artikel XII, onderdeel C, tweede lid, en artikel XVIII terugwerken tot en met 1 januari 2003.
In afwijking in zoverre van het eerste lid, treedt artikel I, onderdeel D, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
In afwijking in zoverre van het eerste lid treedt artikel XXa in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat zo nodig terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 2004.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.