Regeling inzake solvabiliteit bij securitisatie

Solvabiliteitsregels securitisatie

De Nederlandsche Bank heeft na overleg met de representatieve organisatie, de Nederlandse Vereniging van Banken, een Regeling inzake solvabiliteit bij securitisatie opgesteld. Deze regeling treedt in de plaats van het Memorandum inzake securitisatie en toezicht uit 1997 en de sindsdien gepubliceerde uitspraken die betrekking hebben op securitisatie. De regeling is gebaseerd op artikel 20 lid 1 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en geldt voor alle kredietinstellingen die betrokken zijn bij een securitisatie. De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De regeling zal, met toelichting, worden opgenomen in het Handboek Wtk als onderdeel 4011b3, Kredietrisico, bijlage 3: Regeling inzake solvabiliteit bij securitisatie. Het Handboek kan onder meer worden geraadpleegd op www.dnb.nl. De regeling, zonder toelichting, luidt als volgt:

Artikel

1

Definities en begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) Securitisatie: Een traditionele of synthetische securitisatie.

b) Asset-Backed Commercial Paper securitisatie: Een securitisatie waarin een vehikel kortlopend schuldpapier uitgeeft en de inkomsten hiervan gebruikt om posities te kopen.

c) Aanvulbare (replenishment) securitisatie: Een securitisatie waarbij de onderliggende posities een vaste looptijd hebben. Wanneer deze posities (vroegtijdig) worden afgelost kan de securitisatie gedurende een vastgestelde periode met nieuwe posities van een vergelijkbare kwaliteit worden aangevuld.

d) Securitisatie van revolverende posities: Een securitisatie waarbij de onderliggende posities bestaan uit faciliteiten waarbij het de kredietnemer is toegestaan om het opgenomen bedrag binnen een overeengekomen limiet te variëren.

e) Synthetische securitisatie: Een securitisatie die resulteert in ten minste twee verschillende risicoposities of tranches met een verschillend kredietrisico, en waarbij het kredietrisico op de onderliggende posities geheel of ten dele wordt overgedragen door het gebruik van volgestorte (funded) of niet-volgestorte (unfunded) kredietderivaten of garanties. Het potentiële risico voor de investeerders is afhankelijk van de prestatie van de pool van gesecuritiseerde posities.

f) Traditionele securitisatie: Een securitisatie waarbij de kasstroom van een pool van onderliggende posities wordt gebruikt voor het betalen van ten minste twee verschillende risicoposities of tranches met een verschillend kredietrisico. De betalingen aan de investeerders zijn afhankelijk van de prestatie van de pool van gesecuritiseerde posities, en worden niet ontleend aan een algemene verplichting van de originator.

g) Investeerder (investor): De instelling die een deel van het economisch risico van de gesecuritiseerde posities, niet zijnde een kredietverbetering of een liquiditeitsfaciliteit, op zich neemt.

h) Originator: De instelling die de posities die worden gesecuritiseerd direct of indirect heeft gegenereerd.

i) Beheerder (servicer): De instelling die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer van de gesecuritiseerde posities voor wat betreft de inning van de hoofdsom en de rente, die vervolgens aan de houders van de securitisatieposities wordt doorgegeven.

j) Bijzonder doel entiteit (special purpose entity): Een met een speciaal doel opgezette entiteit waarvan de activiteiten beperkt zijn tot het kunnen overdragen van de risico's in de pool, en waarvan de structuur is opgezet om de entiteit te isoleren van het kredietrisico van de originator of de verkoper van een positie.

k) Sponsor: De instelling, ongeacht of dit de originator is of niet, die een securitisatie opzet en beheert die posities van derden koopt.

l) Derde: Een derde is een onafhankelijke entiteit die of (a) voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 15, of (b) die niet is opgenomen in de bedrijfseconomische balans van de instelling, opgesteld conform het jaarrekeningrecht voor banken als bedoeld in artikel 415 Boek 2 Burgerlijk Wetboek en nader ingevuld conform de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en de daarop aansluitende Aanbevelingen van DNB.

m) Door activa gedekte effecten (asset-backed securities): Door de risico-overdragende entiteit uitgegeven effecten ten behoeve van de financiering van een deel van de pool van onderliggende posities. De houders van door activa gedekte effecten kunnen aanspraken maken op die pool.

n) Voorschotfaciliteit (cash advances): Een contractuele afspraak om de risico-overdragende entiteit indien nodig een voorschot te verstrekken teneinde een onafgebroken geldstroom van aflossingen en rentebetalingen aan de houders van de securitisatieposities te waarborgen.

o) Opschoon calloptie (clean-up call): Een calloptie die de originator of de risico-overdragende entiteit (bijzonder doel entiteit) het recht geeft de securitisatieposities, veelal de door activa gedekte effecten, af te lossen voordat alle gesecuritiseerde posities (vroegtijdig) zijn afgelost.

p) Kredietverbetering (credit enhancement): Een al dan niet volgestorte contractuele regeling om verliezen op de gesecuritiseerde posities te dekken teneinde aan andere houders van securitisatieposities een zekere mate van extra bescherming te bieden.

q) Vervroegde aflossing bepaling (early amortisation trigger): Een bepaling die, wanneer geactiveerd, ervoor zorgt dat de houders van securitisatieposities vóór het einde van de juridische looptijd deels worden afgelost.

r) Eerste verlies kredietverbetering (first loss credit enhancement): Een eerste verlies kredietverbetering vertegenwoordigt het eerste niveau van financiële steun (kredietprotectie) aan de overige securitisatie posities, en heeft een omvang die gelijk is aan een passende veelvoud van de verwachte verliezen, of de in het slechtste geval optredende verliezen, op de gesecuritiseerde posities.

s) Liquiditeitsfaciliteit (liquidity facility): Een liquiditeitsfaciliteit wordt gebruikt om kasstroomverschillen tussen de gesecuritiseerde posities en de uitgegeven effecten te overbruggen.

t) Tweede verlies kredietverbetering (second loss credit enhancement): Een tweede verlies kredietverbetering is het niveau van financiële steun aan de overige securitisatie posities, nadat de eerste verlies kredietverbetering volledig is benut.

u) Securitisatiepositie (securitisation position): Securitisatieposities betreffen alle risicoposities die uit een securitisatie voortvloeien.

v) DNB: De Nederlandsche Bank N.V.

w) Economische omstandigheden bepaling (economic trigger): Een bepaling die wordt geactiveerd wanneer zich een bepaalde verslechtering van de prestatie van de gesecuritiseerde posities voordoet, of een bepaalde verslechtering van de kredietkwaliteit van de originator of sponsor.

x) Effectieve looptijd (effective maturity): De effectieve looptijd van een gesecuritiseerde positie is de langst mogelijke resterende looptijd voordat de kredietnemer contractueel aan al zijn financiële verplichtingen heeft voldaan. De effectieve looptijd van een traditionele of synthetische securitisatie is de periode die resteert tot aan de waarschijnlijke beëindigingdatum van de securitisatie.

y) Overgebleven rentemarge (excess spread): De overgebleven rentemarge is gelijk aan het verschil tussen de bruto financieringsvergoeding en andere vergoedingen die door de risico-overdragende entiteit van, of met betrekking tot, de gesecuritiseerde posities worden ontvangen minus de afboekingen, betalingen aan de investeerders, beheervergoedingen en andere belangrijke kosten van de risico-overdragende entiteit.

z) Impliciete steun (implicit support): Impliciete steun doet zich voor wanneer een originator of sponsor steun (kredietverbetering) verleent aan een securitisatie die de van tevoren vastgestelde contractuele verplichtingen te boven gaat.

aa) Instelling (of: kredietinstelling): een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, Wtk 1992, die een vergunning als bedoeld in artikel 6 of artikel 38, Wtk 1992 heeft verkregen of een financiële instelling waaraan ingevolge artikel 45, eerste lid, Wtk 1992 een verklaring van ondertoezichtstelling is toegekend en waarop DNB artikel 20, Wtk 1992 overeenkomstig van toepassing heeft verklaard.

bb) Goed gespreid (well diversified): Een pool van gesecuritiseerde posities wordt geacht goed gespreid te zijn als het aandeel van de grootste gesecuritiseerde positie ten opzichte van één schuldenaar in de pool niet meer dan 10% van de totale pool uitmaakt.

cc) Wtk 1992: de Wet toezicht kredietwezen 1992.

dd) Investment grade: Een securitisatiepositie is investment grade wanneer deze een externe kredietbeoordeling heeft van BBB- (of het equivalent daarvan) of hoger.

Artikel

2

Reikwijdte

De Regeling inzake solvabiliteit bij securitisatie is van toepassing op alle instellingen die bij een securitisatie zijn betrokken. De securitisatie van posities in de handelsportefeuille valt buiten de werking van deze regeling.

Artikel

3

Solvabiliteitsverlichting bij een traditionele securitisatie

Artikel

4

Solvabiliteitsverlichting bij een synthetische securitisatie

Artikel

5

Behouden securitisatieposities

Een originator in een securitisatie brengt van al zijn behouden securitisatieposities uit deze securitisatie de grootst mogelijke positieomvang gedurende de resterende looptijd van de securitisatie in mindering op de som van het tier 1 en tier 2 toetsingsvermogen.

Artikel

6

Verwachte geactiveerde inkomsten die als kredietverbetering fungeren

Een originator in een securitisatie brengt verwachte inkomsten uit deze securitisatie die als kredietverbetering dienen en als een actiefpost op de balans zijn opgenomen in mindering op het tier 1 toetsingsvermogen.

Artikel

7

Verwachte rentemarge die als kredietverbetering fungeert

Voor een originator in een securitisatie die toekomstige rentemarge afkomstig uit de gesecuritiseerde posities in deze securitisatie als kredietverbetering ter beschikking heeft gesteld, geldt de volgende behandeling:

  • a)

    indien nettowinst als kredietverbetering ter beschikking wordt gesteld, en de nettowinst slechts verschuldigd is nadat deze is ontvangen, dan betrekt de originator deze buitenbalans verplichting in de berekening van de naar risico gewogen activa met een conversiefactor van 0,0;

  • b)

    indien de originator zich heeft verplicht tot bijstorting wanneer de ontvangen nettowinst in onderdeel a) ontoereikend is, dan wordt de maximaal mogelijke bijstorting in het lopende jaar in mindering gebracht op de som van het tier 1 en tier 2 toetsingsvermogen van de originator;

  • c)

    indien verliezen die de toegezegde verwachte rentemarge te boven gaan naar volgende jaren zullen worden overgedragen, dan wordt een gerealiseerd extra verlies in mindering gebracht op de som van het tier 1 en tier 2 toetsingsvermogen van de originator; en

  • d)

    indien de originator bruto inkomsten in plaats van nettowinst ter beschikking heeft gesteld, of indien er geen maximum is gesteld aan de mogelijke bijstorting, dan wordt de risico-overdracht niet erkend en neemt de originator de gesecuritiseerde posities op de gebruikelijke wijze mee in de berekening van de naar risico gewogen activa.

Artikel

8

Voorschotfaciliteit

Artikel

9

Effectieve looptijd van de securitisatie

Artikel

10

Looptijdverschil

Artikel

11

Securitisatie van revolverende posities

Artikel

12

Posities in de handelsportefeuille

Artikel

13

Traditionele securitisatie

Van een risico-overdracht in een traditionele securitisatie is sprake wanneer aan de volgende vereisten is voldaan:

  • a)

    het risico is overgedragen aan een bijzonder doel entiteit dat voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 15;

  • b)

    de originator heeft geen directe of indirecte feitelijke beschikkingsmacht over de gesecuritiseerde posities;

  • c)

    de gesecuritiseerde posities zijn op zodanige wijze juridisch van de originator afgescheiden, dat de posities buiten het bereik van de originator en zijn schuldeisers zijn, ook in geval van faillissement of surseance van betaling;

  • d)

    de houders van securitisatieposities kunnen de originator niet aansprakelijk stellen voor verliezen op de gesecuritiseerde posities, de originator heeft hen en de risico-overdragende entiteit hierover voldoende geïnformeerd en de risico-overdragende entiteit heeft bevestigd dat aansprakelijkheid niet aanwezig is;

  • e)

    de originator is niet verplicht tot het terugkopen van (het risico op) de gesecuritiseerde posities, hetgeen in het contract met de risico-overdragende entiteit is opgenomen en waarvan de investeerders op de hoogte zijn gesteld;

  • f)

    de uitgegeven effecten en andere securitisatieposities zijn geen verplichtingen van de originator, zodat derden alleen aanspraak kunnen maken op de gesecuritiseerde posities;

  • g)

    de overdracht van de posities is niet in strijd met de voorwaarden van de onderliggende kredietovereenkomsten, en alle eventuele vereiste goedkeuringen voor de risico-overdracht zijn verkregen;

  • h)

    in geval van een herstructurering of heronderhandeling van de kredietovereenkomst veroorzaakt door een verslechterde kredietwaardigheid, zijn de investeerders gehouden aan de nieuwe voorwaarden;

  • i)

    de originator draagt na de risico-overdracht geen (periodieke) kosten die uit de securitisatie voortvloeien;

  • j)

    indien betalingen via de originator lopen, is de originator pas verplicht om gelden naar de risico-overdragende entiteit over te maken wanneer deze gelden zijn ontvangen; en

  • k)

    de securitisatie bevat geen bepalingen waardoor het rendement dat verschuldigd is aan andere partijen dan de originator wordt verhoogd in reactie op een verslechterde kredietwaardigheid van de gesecuritiseerde posities.

Artikel

14

Juridische betrokkenheid

Artikel

15

Risico-overdragende entiteit

De vereisten die worden gesteld aan de risico-overdragende entiteit teneinde een risico-overdracht te bewerkstelligen luiden als volgt:

  • a)

    de risico-overdragende entiteit is een bijzonder doel entiteit;

  • b)

    de originator heeft geen aandelenbelang in de risico-overdragende entiteit, is op geen andere wijze gerechtigd tot een eigendomsbelang in de risico-overdragende entiteit, en oefent geen beleidsbepalende zeggenschap uit over de risico-overdragende entiteit;

  • c)

    de risico-overdragende entiteit is niet gelieerd aan de originator, en de directie van de risico-overdragende entiteit is onafhankelijk van de originator;

  • d)

    de naam van de risico-overdragende entiteit omvat niet de naam van de originator, noch roept hier enige relatie mee op;

  • e)

    de gerechtigden tot het economische belang in de risico-overdragende entiteit mogen dit belang zonder beperkingen verkopen of verpanden; en

  • f)

    de risico-overdragende entiteit is financieel onafhankelijk van de originator.

Artikel

16

Synthetische securitisatie

Van een risico-overdracht in een synthetische securitisatie is sprake wanneer aan de volgende vereisten is voldaan:

  • a)

    de protectie wordt verstrekt middels een (volgestort of niet) credit default product waarbij aan de in artikel 13, 14 en 16 van de Beleidsregel Kredietderivaten opgenomen voorwaarden voor deze type van kredietderivaten is voldaan;

  • b)

    de eventuele via een kredietderivaat verkregen eerste verlies kredietverbetering wordt alleen erkend indien deze is verschaft door:

    • een Zone A overheid, of

    • een onder toezicht staande kredietinstelling of effecteninstelling uit een zone A land, of

    • van een derde die beschikt over een externe kredietbeoordeling van A- (of een vergelijkbare kredietkwaliteit) of beter;

  • c)

    de overdracht van het kredietrisico is niet in strijd met de voorwaarden van de onderliggende kredietovereenkomsten, en alle vereiste goedkeuringen voor de risico-overdracht zijn verkregen;

  • d)

    in geval van een herstructurering of heronderhandeling van de kredietovereenkomst is niet de originator maar zijn de investeerders gehouden aan de nieuwe voorwaarden;

  • e)

    de originator gaat niet opnieuw kredietrisico op de gesecuritiseerde posities aan met dezelfde tegenpartij via de uitgifte van een ander kredietderivaat of op een andere wijze; en

  • f)

    de instrumenten die voor de overdracht van kredietrisico worden gebruikt kennen geen bepalingen of voorwaarden die de protectie ten aanzien van het kredietrisico beperken, waaronder:

    • bepalingen die het mogelijk maken dat de kredietrisicoprotectie wordt beëindigd in verband met een achteruitgang van de kredietkwaliteit van de gesecuritiseerde posities;

    • bepalingen op grond waarvan de originator wijzigingen moet aanbrengen in de pool van gesecuritiseerde posities zodanig dat hierdoor de gewogen gemiddelde kredietkwaliteit van de pool kan verbeteren;

    • bepalingen waardoor de kosten van de kredietrisicoprotectie van de instelling stijgen als de kredietkwaliteit van de gesecuritiseerde posities verslechtert; of

    • bepalingen waardoor het rendement dat verschuldigd is aan andere partijen dan de originator, zoals investeerders en verstrekkers van kredietversterking, wordt verhoogd in reactie op een verslechtering van de kredietkwaliteit van de gesecuritiseerde posities.

Artikel

17

Callopties

Artikel

18

Aflossing van revolverende posities

De vereisten inzake een risico-overdracht die van toepassing zijn op een securitisatie van revolverende posities waarin een originator een belang behoudt, luiden als volgt:

  • a)

    elke aflossing, hetzij vooraf vastgesteld of die het gevolg zijn van een vervroegde aflossing bepaling, leidt tot een evenredige verliesverdeling tussen de originator en de investeerders;

  • b)

    de originator heeft een toereikend financierings- of liquiditeitsplan om met de gevolgen van zowel geplande als vervroegde aflossing om te gaan; en

  • c)

    de securitisatie omvat waarschuwingsindicatoren die een signaal afgeven wanneer een vervroegde aflossing geactiveerd dreigt te worden. De indicatoren maken deel uit van de risicobeheersystemen van de originator.

Artikel

19

Wijzigingen in de pool

De operationele vereisten voor een securitisatie waarbij gesecuritiseerde posities kunnen worden gesubstitueerd, aangevuld of verwijderd, luiden als volgt:

  • a)

    de securitisatie bevat geen bepalingen op grond waarvan een originator de gewogen gemiddelde kredietkwaliteit van de pool van gesecuritiseerde posities systematisch moet verbeteren, tenzij dit via verkoop van posities tegen marktconforme condities wordt bereikt;

  • b)

    de securitisatie bevat de volgende bepalingen omtrent het substitueren, aanvullen of verwijderen van posities door de originator:

    • de voorwaarden zijn in de contracten gedefinieerd teneinde de originator te beschermen tegen een ongewenste verslechtering van zijn balans,

    • substitutie of aanvulling leidt niet tot een systematische verbetering van de kredietkwaliteit van de pool van gesecuritiseerde posities,

    • bij substitutie of verwijdering van een gesecuritiseerde positie is de kredietkwaliteit van een nieuw toegevoegde positie vergelijkbaar met die van de positie die uit de pool van gesecuritiseerde posities wordt verwijderd, en

    • de positie keert tegen marktconforme condities terug op de balans en is van goede kwaliteit, en er is geen aanwijzing voor een achteruitgang van de kredietwaardigheid in de toekomst;

  • c)

    de instelling beperkt de substitutie, verwijdering en vergelijkbare transacties tot een minimum; en

  • d)

    de instelling voert een registratie van de gesecuritiseerde posities die worden gesubstitueerd, aangevuld en verwijderd, en deze registratie omvat ten minste de naam van de kredietnemer, een indicatie van de kredietkwaliteit van de positie en de prijs waartegen de transactie werd uitgevoerd.

Artikel

20

Behouden van deelposities

Artikel

21

Impliciete steun

Artikel

22

Externe kredietbeoordeling

Artikel

23

Posities in de handelsportefeuille

Een sponsor die in effecten die verband houden met de door hem gesponsorde securitisatie handelt, behandelt deze alsof ze deel uitmaken van de niet-handelsportefeuille tenzij er ten minste twee derde partijen zijn die als handelaar in de effecten optreden.

Artikel

24

Impliciete steun

Het bepaalde in artikel 21 is overeenkomstig van toepassing op een sponsor.

Artikel

25

Solvabiliteitsvereisten voor verstrekte kredietverbetering

Artikel

26

Operationele vereisten aan verstrekte kredietverbetering

Een kredietverbetering die door een sponsor wordt verstrekt aan de securitisatie voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a)

    de kredietverbetering is bij aanvang van de securitisatie vastgesteld, en de kredietverbetering kan contractueel alleen toenemen wanneer i) de securitisatie wordt uitgebreid met een andere pool van posities en ii) deze aanvullende kredietverbetering niet aan bestaande gesecuritiseerde posities wordt verschaft;

  • b)

    de kredietverbetering is afzonderlijk gedocumenteerd van andere door de instelling verschafte faciliteiten, en de aan de kredietverbetering verbonden risico's worden duidelijk gedefinieerd;

  • c)

    de instelling heeft de risico-overdragende entiteit en de investeerders voldoende geïnformeerd over het feit dat zij niet verantwoordelijk is voor verliezen die buiten het contract vallen, en dat zij deze niet zal dragen; en

  • d)

    de betaling van de vergoeding voor de kredietverbetering is niet achtergesteld, kan niet worden opgeschort en er kan geen afstand van worden gedaan.

Artikel

27

Solvabiliteitsvereisten voor liquiditeitsfaciliteiten

Artikel

28

Operationele vereisten aan liquiditeitsfaciliteiten

Een liquiditeitsfaciliteit die door een sponsor wordt verstrekt aan de securitisatie voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a)

    de liquiditeitsfaciliteit is een afzonderlijk gedocumenteerde overeenkomst met de risico-overdragende entiteit, tegen marktvoorwaarden afgesloten en onderworpen aan de reguliere kredietbeoordelings- en goedkeuringsprocessen;

  • b)

    de liquiditeitsfaciliteit betreft een vastgesteld bedrag en heeft een vaste looptijd, en de voorwaarden van de liquiditeitsfaciliteit geven duidelijk aan onder welke omstandigheden deze wel en niet mag worden benut;

  • c)

    de faciliteit kan niet worden gebruikt om reeds geleden verliezen te dekken;

  • d)

    de faciliteit is niet zodanig vormgegeven dat regelmatige of voortdurende benutting ervan zeker is;

  • e)

    de liquiditeitsfaciliteit kan niet meer volledig worden aangesproken wanneer alle kredietverbetering waarvan de liquiditeitsfaciliteit profiteert, is benut;

  • f)

    de terugbetaling van een opgenomen liquiditeitsfaciliteit en de vergoeding die voor deze opname in rekening wordt gebracht zijn niet achtergesteld ten opzichte van betalingen aan de houders van andere securitisatieposities, kunnen niet worden opgeschort en er kan evenmin afstand van worden gedaan;

  • g)

    de liquiditeitsfaciliteit omvat een kwaliteitstoets die ervoor zorgt dat gesecuritiseerde posities waarbij sprake is van wanbetaling worden geïdentificeerd en uitgesloten van financiering door de liquiditeitsfaciliteit; en

  • h)

    de gesecuritiseerde posities zijn goed gespreid.

Artikel

29

Solvabiliteitsvereisten voor investeerders

Artikel

30

Doorkijkvoorwaarden

Een investeerder weegt een securitisatiepositie in overeenstemming met artikel 29 lid 6 indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a)

    de investeerder heeft een middellijk of onmiddellijk recht op de gesecuritiseerde posities, ten minste naar evenredigheid van hun aandeel in de posities;

  • b)

    de bijzonder doel entiteit heeft geen andere verplichtingen dan die verband houden met de uitgegeven effecten;

  • c)

    er is geen materieel herbeleggingrisico verbonden aan de middelen die voor de investeerder zijn bestemd maar die niet zijn uitgekeerd;

  • d)

    de investeerder loopt geen risico uit hoofde van een verschil in looptijd, rentetype of valuta tussen de securitisatiepositie en de gesecuritiseerde posities;

  • e)

    de samenstelling van de gesecuritiseerde posities is ten alle tijden bekend; en

  • f)

    de risico-overdragende entiteit is financieel onafhankelijk.

Artikel

31

Beheer van de gesecuritiseerde posities

Een beheerder betrekt de gesecuritiseerde posities bij de berekening van de naar risico gewogen activa, tenzij de securitisatie zowel ten tijde van de risico-overdracht als daarna aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a)

    de beheerder heeft geen verplichtingen jegens de schuldeisers of beleggers, tenzij de beheerder zich schuldig heeft gemaakt aan grove nalatigheid;

  • b)

    de beheerder is in staat aan te tonen dat hij de risico-overdragende entiteit, de schuldeisers en de beleggers voldoende heeft geïnformeerd over het feit dat hij niet aansprakelijk is voor eventuele verliezen;

  • c)

    de beheerder heeft geen aandelenbelang in de risico-overdragende entiteit, is op geen andere wijze gerechtigd tot een eigendomsbelang in de risico-overdragende entiteit en oefent geen beleidsbepalende zeggenschap uit over de risico-overdragende entiteit;

  • d)

    het management van de risico-overdragende entiteit kan onafhankelijk van de beheerder opereren;

  • e)

    de beheerder draagt na de risico-overdracht geen kosten van de securitisatie, met uitzondering van de kosten die in de beheerovereenkomst zijn vermeld;

  • f)

    de beheerder is niet verplicht betalingen aan de risico-overdragende entiteit te doen in situaties waarin de onderliggende posities niet presteren;

  • g)

    het is mogelijk om niet-verplichte betalingen van de beheerder aan de risico-overdragende entiteit terug te eisen, als de oorspronkelijke debiteur in gebreke blijft;

  • h)

    de beheerder draagt geen enkel verlies dat uit rente- of wisselkoersbewegingen voortvloeit.

Artikel

32

Swapovereenkomsten

Artikel

33

Putoptie

Indien een instelling, niet zijnde de originator, op enig moment na aanvang van de securitisatie de plicht heeft tot aankoop van gesecuritiseerde posities, dan wordt deze buitenbalans verplichting voor het nominale bedrag behandeld als een onherroepelijke kredietfaciliteit in overeenstemming met onderdeel 4011-03.2 van het Handboek Wtk. Het resulterende kredietequivalent krijgt de risicoweging gebaseerd op de gesecuritiseerde positie met de hoogste risicoweging in de pool. Indien de aankoopplicht wordt gecombineerd met een step-up rentepremie te betalen door de optiehouder, dan geldt een conversiefactor van 1,0 (hoog risico).

Artikel

34

Grote posten

Artikel

35

Inwerkingtreding

Artikel

36

Aanpassingen van andere voorschriften en beleidsregels