Artikel
1
Instelling
Er is een commissie Europese Unie, hierna verder te noemen ‘commissie’.
Besluiten:
Er is een commissie Europese Unie, hierna verder te noemen ‘commissie’.
De commissie:
benoemt de opties die de Nederlandse Antillen en Aruba hebben in hun relatie met de Europese Unie en geeft de gevolgen aan van elke optie voor de drie landen van het Koninkrijk en voor het Koninkrijk als zodanig. Ten aanzien van elke optie wordt in ieder geval:
een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;
onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;
beschrijft per optie de eventueel te volgen procedure om de optie te realiseren. Hierbij wordt tevens ingegaan op het onderhandelingsproces met de overige lidstaten van de Europese Unie, inclusief het tijdspad en op de eventuele onomkeerbaarheid van de procedure.
De commissie heeft de volgende samenstelling:
Voorzitter:
Mr. Ch.R. van Beuge
Antilliaanse leden:
Mr. N.F. Carolus
Drs. C.M.C. Monte
Arubaanse leden:
Mr. H.S. Croes
Drs. H.O. van Trikt
Nederlandse leden:
Drs. H.J. Brouwer
Prof.dr. J.W. de Zwaan
De commissie is bevoegd de werkwijze te kiezen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
De commissie is bevoegd bij alle organen van de regeringen en andere instanties informatie in te winnen, die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.
De commissie kan zich voor haar taakvervulling laten bijstaan door externe deskundigen. De commissie besluit over deelname van deze deskundigen aan bijeenkomsten en eventuele andere activiteiten van de commissie.
De commissie kan zich rechtstreeks met verzoeken en voorstellen wenden tot de Minister-President van de Nederlandse Antillen, de Minister-President van Aruba, de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Europese Zaken.
De commissie stelt binnen zes weken na inwerkingtreding van dit protocol een verslag met een plan van aanpak, inclusief het tijdschema, en een lijst met onderzoeksvragen op en zendt dit ter informatie aan de Minister-President van de Nederlandse Antillen, de Minister-President van Aruba en de Nederlandse Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
De vergoedingen voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfskosten van de leden geschiedt op de voet van het Vergoedingenbesluit adviescolleges zoals vermeld onder 3. en komen ten laste van de landen die hen hebben aangewezen.
De vergoedingen voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfskosten van de door de commissie uitgenodigde deskundigen, alsmede de vergaderkosten van de commissie, worden door Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba gedeeld volgens de verdeelsleutel 70%, respectievelijk 15% en 15%. Deze kosten worden in eerste instantie betaald door Nederland, waarna de door de Nederlandse Antillen en Aruba verschuldigde bedragen bij die landen zullen worden gedeclareerd.
De vergoeding voor de werkzaamheden en de reis- en verblijfkosten van de voorzitter en de door Nederland aangewezen leden geschiedt op de voet van het Vergoedingenbesluit adviescolleges.
Het archief van de commissie berust na de beëindiging van haar werkzaamheden bij het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Schaduwarchieven zullen worden opgemaakt, welke zullen berusten bij respectievelijk het archief van de Regering van de Nederlandse Antillen en het archief van de Regering van Aruba.
Aldus in drievoud opgemaakt.