Protocol ter instelling van de commissie ter bestudering van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie

Instellingsprotocol commissie ter bestudering mogelijke toekomstige relaties Nederlandse Antillen en Aruba met de EU

De Minister-President van de Nederlandse Antillen, de Minister-President van Aruba en de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
In overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers van het Koninkrijk;
Overwegende:
– dat de internationale verhoudingen sedert 1954, het jaar van de totstandkoming van het Statuut voor het Koninkrijk, sterk zijn gewijzigd;
– dat Nederland steeds verder integreert in de Europese Unie, wat gevolgen heeft voor de verhoudingen binnen het Koninkrijk;
– dat het voor de Nederlandse Antillen en Aruba cruciaal is met betrekking tot een mogelijk andere toekomstige relatie met de Europese Unie standpunten in te nemen, die gebaseerd zijn op betrouwbare informatie en analyses en die in het bijzonder op de langere termijn de belangen van deze landen het beste kunnen waarborgen;
– dat de landen hiervoor een gezamenlijke commissie van deskundigen wensen in te stellen;
– dat de regeringen van de landen aan de hand van het definitieve rapport van de commissie een goede afweging moeten kunnen maken ten aanzien van de relatie van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie;

Besluiten:

Artikel

1

Instelling

Er is een commissie Europese Unie, hierna verder te noemen ‘commissie’.

Artikel

2

Taak

De commissie:

  • a.

    benoemt de opties die de Nederlandse Antillen en Aruba hebben in hun relatie met de Europese Unie en geeft de gevolgen aan van elke optie voor de drie landen van het Koninkrijk en voor het Koninkrijk als zodanig. Ten aanzien van elke optie wordt in ieder geval:

    • een inventarisatie verricht van de politieke, juridische, economische en financiële consequenties en eventuele relevante voor- en nadelen van mogelijke toekomstige relaties van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Europese Unie, met name ook in relatie met de mogelijke bestaande en/of toekomstige perspectieven voor deze landen op grond van de internationale (handels)relaties op het westelijk halfrond;

    • onderzocht de gevolgen voor het Koninkrijksverband en het Statuut in het algemeen en in het bijzonder voor de behartiging van de eigen aangelegenheden door de landen, de behartiging van de koninkrijksaangelegenheden, de werkwijze van de koninkrijksorganen en de goedkeuring van verdragen ten aanzien van zorggebieden die tot de exclusieve competentie van de Europese Gemeenschap (zijn) gaan behoren;

  • b.

    beschrijft per optie de eventueel te volgen procedure om de optie te realiseren. Hierbij wordt tevens ingegaan op het onderhandelingsproces met de overige lidstaten van de Europese Unie, inclusief het tijdspad en op de eventuele onomkeerbaarheid van de procedure.

Artikel

3

Samenstelling en secretariaat

Artikel

4

Werkwijze

Artikel

5

Rapportage

Artikel

6

Vergoeding van kosten

Artikel

7

Archief

Het archief van de commissie berust na de beëindiging van haar werkzaamheden bij het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Schaduwarchieven zullen worden opgemaakt, welke zullen berusten bij respectievelijk het archief van de Regering van de Nederlandse Antillen en het archief van de Regering van Aruba.

Artikel

8

Slotbepaling

Aldus in drievoud opgemaakt.

Den Haag
Namens de Minister-President van de Nederlandse Antillen:
de Gevolmachtigd Minister van de Nederlandse Antillen,M.H.P.P.Adriaens
Namens de Minister-President van Aruba:
de Gevolmachtigd Minister van Aruba,A.A.Tromp-Yarzagaray
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en KoninkrijksrelatiesTh.C. de Graaf