Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004

Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004

Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

§

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    VLG: Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen;

  • b.

    huishoudelijk gevaarlijk afval: de volgende stoffen en voorwerpen die als afvalstoffen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van bijlage 1 bij de VLG, en volgens de indeling, bedoeld in randnummer 2.1.1.1 van bijlage 1 van de VLG, vrijkomen uit huishoudens of in kleine hoeveelheden vrijkomen uit bedrijven:

    • 1°.

      spuitbussen vallende onder klasse 2, UN nr. 1950,

    • 2°.

      brandblusapparaten vallende onder klasse 2, UN nr. 1044

    • 3°.

      stoffen vallende onder de klassen 3, 6.1 of 8,

    • 4°.

      verfafval vallende onder klasse 4.1, UN nr. 3175,

    • 5°.

      gebruikte injectienaalden, afgeknipte capillairen, bloedbuizen en soortgelijke scherpe voorwerpen, vallende onder klasse 6.2,

    • 6°.

      accu’s vallende onder klasse 8;

  • c.

    element: een verpakking die volwandig en vloeistofdicht is en voorzien is van een goed sluitend deksel;

  • d.

    begeleider: degene die bij het voertuig aanwezig is om het huishoudelijk gevaarlijk afval in ontvangst te nemen;

  • e.

    etiket: etiket, bedoeld in randnummer 5.2.2.2.2 van bijlage 1 bij de VLG.

§

2

Toepassingsbereik

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op het vervoeren alsmede het ten vervoer aanbieden en aannemen van huishoudelijk gevaarlijk afval.

Artikel

3

De volgende randnummers van bijlage 1 bij de VLG zijn niet van toepassing:

  • a.

    1.1.3.6;

  • b.

    3.3.1;

  • c.

    4.1.4, 4.1.6, 4.1.8, 4.1.10;

  • d.

    5.2.1, 5.2.2, 5.4.0, 5.4.1, 5.4.3;

  • e.

    7.5.4, 7.5.7;

  • f.

    8.1.2.1, onderdeel a) en b), 8.1.5, onderdeel c) en 8.3.6.

§

3

De aanbieder

Artikel

4

De begeleider neemt het huishoudelijk gevaarlijk afval in.

Artikel

5

§

4

Het voertuig bestemd voor het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval en zijn uitrusting

Artikel

6

Het voertuig bestemd voor het vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval:

  • a.

    is ingericht voor het vervoer van goederen; en

  • b.

    beschikt over een laadruimte die van het bestuurdersgedeelte is gescheiden door een vaste dichte wand, of trekt een laadruimte mee die geen deel uitmaakt van het voertuig.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

In het voertuig bevinden zich:

  • a.

    het vakbekwaamheidscertificaat van de begeleider en de aantekening, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b; en

  • b.

    de schriftelijke instructies en informatie opgemaakt overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

Artikel

10

In het voertuig bevindt zich voor elk bemanningslid binnen handbereik een veiligheidsuitrusting die bestaat uit:

  • a.

    een volledig aansluitende veiligheidsbril;

  • b.

    een adembeschermend masker;

  • c.

    een zuurbestendige, zuur–niet–doorlatende, overall of voorschoot;

  • d.

    synthetisch-rubberen handschoenen;

  • e.

    zuurbestendige, zuur–niet–doorlatende, laarzen of veiligheidsschoenen; en

  • f.

    een oogspoelfles met gedestilleerd water.

Artikel

11

In het voertuig is goed werkende telefoonapparatuur aanwezig.

§

5

Het vervoer

Artikel

12

§

6

De elementen

Artikel

13

Artikel

14

§

7

De begeleider

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

§

8

Slotbepalingen

Artikel

18

De Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 1994 wordt ingetrokken.

Artikel

19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en WaterstaatK.M.H.Peijs

Bijlage

als bedoeld in artikel 9, onderdeel b

Instructies en informatie

1. Aanwezige afvalstoffen

Vermelding van de stoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b.

2. Aard van het gevaar

Korte opsomming van de gevaren.

3. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Vermelding van de persoonlijke beschermingsmiddelen, bestemd voor elk bemanningslid in overeenstemming met de voorschriften van randnummer 8.1.5, onderdeel b, van bijlage 1 bij de VLG en artikel 10 van deze regeling.

4. Onmiddellijke actie voor de begeleider

Vermelding van de volgende instructies:

  • Onmiddellijk politie en brandweer waarschuwen.

  • VIC (Vervoerinformatiecentrum) waarschuwen: tel. 070-3052444.

  • Motor afzetten.

  • Algemeen rookverbod blijft van kracht.

  • Geen open vuur.

  • Boven de wind blijven.

  • Weg markeren (afzetten).

  • Weggebruikers waarschuwen en omstanders op afstand houden.

5. Aanvullende noodmaatregelen

Vermelding dat direct contact met de vervoerde stoffen moet worden vermeden.

6. Lekkage

Vermelding van aanvullende maatregelen in geval van geringe lekkage of verspreiding van stoffen om erger te voorkomen, onder de voorwaarde dat dit kan worden gedaan zonder gevaar voor de eigen persoon.

7. Brand

Informatie in geval van brand.

8. Eerste hulp

Informatie in geval van contact met de vervoerde stoffen.

9. Stempel of sticker met telefoonnummer van het bedrijf