Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 februari 2004, directoraat-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand, DGAMB/2004/3431, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand 2004)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand 2004

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;

  • b.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • c.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Arbeidsmarkt;

  • b.

    het Bureau Interbestuurlijke Verhoudingen en Communicatie;

  • c.

    de directie Werk en Bijstand;

  • d.

    de projectdirectie Taskforce Jeugdwerkloosheid;

  • e.

    een stafbureau.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Artikel

4

De directie Arbeidsmarkt is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de ontwikkeling van het (strategische) nationale, sectorale, regionale en internationale arbeidsmarktbeleid;

  • b.

    de beleidsontwikkeling en regulering van arbeidsbemiddeling en de reïntegratie(markt);

  • c.

    de afwikkeling van de opgeheven Arbeidsvoorzieningsorganisatie, genoemd in artikel 2 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 zoals deze voor 1 november 2004 luidde;

  • d.

    het beleid op het terrein van arbeidsmigratie en de arbeidsgerelateerde inburgering van nieuwkomers;

  • e.

    de beleidsontwikkeling op het terrein van sociale werkvoorziening en specifieke arbeidsmarkt-initiatieven voor de doelgroepen ouderen, jongeren en herintreders;

  • f.

    de Subsidieregeling ESF-3 en de Subsidieregeling ESF-EQUAL, welke de directie Arbeidsmarkt laat uitvoeren door het Agentschap SZW, en het hiertoe onderhouden van de contacten met de Europese Commissie.

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Het Bureau Interbestuurlijke Verhoudingen en Communicatie is verantwoordelijk voor een eenduidige regie in de relaties tussen het ministerie en de gemeenten. Het Bureau draagt zorg voor de (verdere) ontwikkeling van het SZW-brede sturingsconcept richting gemeenten.

Artikel

7

De directie Werk en Bijstand is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de voorwaarden waarbinnen gemeenten het beleid van werk en inkomen gestalte kunnen geven. Het gaat hierbij om:

  • a.

    het stimuleren van bijstandsgerechtigden, kunstenaars, zelfstandigen, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een uitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet om een bijdrage te leveren aan de samenleving;

  • b.

    het verstrekken van een volwaardig minimuminkomen aan bijstandsgerechtigden, kunstenaars en zelfstandigen naar de mate waarin deze er niet in slagen die bijdrage door middel van arbeid te leveren.

Artikel

8

De projectdirectie Taskforce Jeugdwerkloosheid is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de Taskforce Jeugdwerkloosheid bij haar vier taken:

  • a.

    het faciliteren van het sluiten van convenanten tussen werkgevers en andere betrokken partijen op lokaal-regionaal en sectoraal niveau om 40.000 extra leerwerkplekken te realiseren;

  • b.

    het ondersteunen van gemeenten bij het tot stand brengen van lokale samenwerking en het versterken van de gemeentelijke regie daarover;

  • c.

    het geven van voorlichting aan jongeren en hun ouders;

  • d.

    het initiëren en stimuleren van die activiteiten die bijdragen aan het bereiken van het doel, inclusief een goede communicatie over de werkzaamheden.

Artikel

9

Het stafbureau is verantwoordelijk voor advisering en ondersteuning van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies, zowel beleidsinhoudelijk als beheersmatig.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

10

§

5

Slotbepalingen

Artikel

11

De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:

  • a.

    het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

  • b.

    het houden van manager-medewerker gesprekken;

  • c.

    verlof van medewerkers;

  • d.

    kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

Artikel

12

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand, J.A. van denBos