Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 februari 2004, nr. BSG/04/8524, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2004)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2004

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;

  • b.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de secretaris-generaal ressorteren:

  • a.

    het Agentschap SZW;

  • b.

    de directie Financieel-Economische Zaken;

  • c.

    de directie Uitvoeringsbeleid;

  • d.

    de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het leiding geven aan de eigen directie;

  • b.

    het door tussenkomst van de secretaris-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;

  • c.

    het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de eigen directie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;

  • d.

    het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;

  • e.

    de personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, voor zover dit niet ingevolge artikel 4, vierde lid, onder d tot en met g, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 is voorbehouden aan de secretaris-generaal;

  • f.

    het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de directie Personeel, Organisatie en Informatie, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Organisatie Bedrijfsvoering en de Stichting Pensioenfonds ABP;

  • g.

    het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;

  • h.

    het formuleren en uitvoeren van jaarplannen voor de eigen directie binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde uitgangspunten;

  • i.

    het rapporteren aan de secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de eigen directie;

  • j.

    het, na overeenstemming daarover met de secretaris-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;

  • k.

    het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;

  • l.

    de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen.

  • m.

    het dynamisch archiefbeheer van zijn directie, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie, vernietiging en overdracht aan de directie Algemene Zaken, alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de directie.

Artikel

4

  • a.

    Het Agentschap SZW is belast met de uitvoering van door de minister vastgestelde subsidieregelingen op het terrein van het Europees Sociaal Fonds.

  • b.

    Het Agentschap SZW kan ook belast worden met de uitvoering van overige door de minister vastgestelde regelingen op het terrein van werk en inkomen.

  • c.

    Het Agentschap SZW kan, na instemming van de secretaris-generaal, andere dan in dit artikel bedoelde diensten verrichten.

  • d.

    Het Agentschap SZW is belast met de behandeling van bezwaar- en beroepszaken welke voortvloeien uit de uitvoering van de subsidieregelingen, bedoeld in het eerste lid.

  • e.

    De directeur van het Agentschap SZW is verantwoordelijk voor de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van het Agentschap SZW, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004.

Artikel

5

De directie Financieel-Economische Zaken is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het verrichten van taken ten aanzien van de departementale begroting, het departementale financiële beheer, de financiële administraties en informatiesystemen en de departementale jaarverantwoording als omschreven in de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende regelgeving. De coördinerende taken ten aanzien van het begrotingsproces strekken zich ook uit tot de premiegefinancierde uitgaven in de budgetdisciplinesector sociale zekerheid en arbeidsmarkt;

  • b.

    het vervullen van de concerncontrollersrol van het ministerie en het daarmee samenhangende toezicht op een doelmatige en doeltreffende (financiële) bedrijfsvoering van het departement;

  • c.

    het beoordelen van beleidsvoornemens en de daaruit voortvloeiende advisering van de beleidsdirecties, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de secretaris-generaal en de bewindspersonen vanuit de optiek van doelmatigheid, doeltreffendheid, budgettaire inpasbaarheid, bekostigings- en financieringssystematiek en ordelijk financieel beheer;

  • d.

    het verzorgen van ramingen met betrekking tot de beleidsterreinen van het ministerie en voor het regisseren, verkrijgen en beheren van de beleidsinformatie voor de ramingen en de kabinetsdoelstelling ‘Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording’;

  • e.

    het coördineren van het verkeer met de Algemene Rekenkamer.

Artikel

6

De directie Uitvoeringsbeleid is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het aansturen van de uitvoeringsorganisaties ten einde een doeltreffende, doelmatige, rechtmatige, kwalitatief hoogwaardige en klantgerichte uitvoering van het beleid van het ministerie op het terrein van werk en inkomen te bereiken;

  • b.

    het communiceren van de doelstellingen van beleid richting de uitvoering en zorgen dat de ervaringen van de uitvoering hun geëigende rol spelen bij het beleidsproces, zodat kennis van het uitvoeringsproces ten dienste wordt gesteld van de beleidsontwikkeling;

  • c.

    het scheppen van voorwaarden en creëren van kaders voor een succesvolle inzet van informatie- en communicatietechnologie in de sociale zekerheid;

  • d.

    het coördineren en monitoren van het departementsbrede opsporingsbeleid en het daartoe fungeren als centraal aanspreekpunt voor het Openbaar Ministerie als het gaat om beleidsmatige aangelegenheden.

Artikel

7

De directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het bevorderen van de kwaliteit van wet- en regelgeving en van het bestuurlijk en juridisch handelen van het ministerie;

  • b.

    het behandelen van wetgevende, bestuurlijke en juridische aspecten van departements- en rijksbrede onderwerpen;

  • c.

    het adviseren over het gebruik van het instrument regelgeving en het ontwerpen van de teksten van alle wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het terrein van het ministerie;

  • d.

    het adviseren over en behandelen van bestuurlijke aangelegenheden op het terrein van het ministerie;

  • e.

    het adviseren over en behandelen van juridische vraagstukken op het terrein van het ministerie, waaronder aangelegenheden met betrekking tot de Wet openbaarheid van bestuur, bezwaar- en beroepszaken, voor zover deze niet onder de verantwoordelijkheid van een ander organisatieonderdeel van het ministerie vallen en met uitzondering van het nemen van beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures;

  • f.

    het bijdragen aan de totstandkoming en implementatie van internationale verdragen respectievelijk regelingen, het toetsen van nationale (ontwerp)regelgeving aan het internationale recht en het behandelen van internationale procedures.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

§

5

Slotbepalingen

Artikel

11

Artikel

12

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de secretaris-generaal,M.A. Ruys