Regeling vissersvaartuigen

Regeling vissersvaartuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en met de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba;

Besluit:

§

1

Aanvullende voorschriften voor de boomkorvisserij

Artikel

1.1

Deze paragraaf is van toepassing op vissersvaartuigen waarmee de boomkorvisserij wordt uitgeoefend.

Artikel

1.2

Artikel

1.3

Tijdens het vissen worden de volgende maatregelen genomen:

  • a.

    de nokken van de gieken worden zo laag mogelijk gehouden, en

  • b.

    een vastgelopen tuig wordt niet losgetrokken aan een over het uiteinde van de giek lopende vislijn.

Artikel

1.4

De inrichting van het vaartuig en de tuigage van de gieken zijn zodanig uitgevoerd dat de gieken in getopte stand zeevast kunnen worden gezet.

Artikel

1.5

§

2

Plaats van de elektrische noodkrachtbron

§

3

Voorschriften voor elektrisch lassen

Artikel

3.1

Ten aanzien van elektrische lastoestellen die deel uitmaken van de uitrusting van een vissersvaartuig, gelden de volgende voorschriften:

  • a.

    de elektrische lastoestellen voldoen aan de voorschriften van de norm NEN-EN-IEC 60974-1 (1998+A1:2000) ‘Uitrusting voor booglassen’, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden op 15 november 2001;

  • b.

    uitsluitend toegestaan zijn elektrische lastoestellen met de in die norm aangeduide gelijkspanning als nullastspanning, die zijn ingericht voor het gebruik in een omgeving met een verhoogd gevaar voor een elektrische schok;

  • c.

    de nullastspanning bedraagt ten hoogste 113 volt ‘piek’;

  • d.

    lastangen, laskabels en aansluitverbindingen zijn zodanig uitgevoerd dat de onder spanning staande delen deugdelijk zijn afgeschermd zodat zij geen gevaar voor personen of voor de omgeving kunnen opleveren;

  • e.

    elektrische lastoestellen, lastangen, laskabels en aansluitverbindingen verkeren in een goede staat van onderhoud;

  • f.

    de schipper laat regelmatig nagaan of de elektrische lastoestellen aan boord nog voldoen aan de voorschriften onder a tot en met e en houdt daarvan aantekening in het scheepsdagboek.

Artikel

3.2

Artikel

3.3

Ten aanzien van het uitvoeren van laswerkzaamheden met elektrische lastoestellen, ongeacht of wisselspanning of gelijkspanning wordt toegepast, gelden de volgende voorschriften:

  • a.

    laswerkzaamheden worden slechts verricht door personen die met de daarbij in acht te nemen veiligheidsvoorschriften voldoende bekend zijn en door de schipper met deze werkzaamheden zijn belast;

  • b.

    de met de laswerkzaamheden belaste persoon maakt gebruik van de bij deze werkzaam-heden behorende beschermende kleding en beschermingsmiddelen;

  • c.

    in geval van lassen met behulp van elektrische lastoestellen die zijn voorzien van apparatuur ter verlaging van de nullast spanning, overtuigt de met de laswerkzaamheden belaste persoon zich bij de aanvang van het werk ervan, met behulp van de in artikel 3.2, vijfde lid, genoemde controle-inrichting, dat die apparatuur naar behoren werkt;

  • d.

    onder ongunstige omstandigheden zijn bij het uitvoeren van laswerkzaamheden steeds ten minste twee personen ter plaatse van het werk aanwezig, de persoon die de laswerkzaam-heden verricht hierbij inbegrepen.

§

4

Voorschriften voor de werkruimten

Artikel

4.1

Een noodstopvoorziening van de vislieren als bedoeld in artikel 6.14, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 voldoet aan de volgende voorschriften:

  • a.

    bij elke bedieningsplaats van de vislieren, alsmede in de ruimte voor de vislieren zelf, is een noodstopvoorziening aangebracht en bovendien op ten minste twee plaatsen op het dek vanwaar de visserij wordt uitgeoefend;

  • b.

    de bediening kan met een enkelvoudige handeling snel geschieden;

  • c.

    bij het in werking stellen stopt de vislier onmiddellijk en treden de remmen van zowel de aandrijfmotor als van de aanwezige liertrommels automatisch in werking;

  • d.

    het gebruik wordt door middel van een rood signaal zichtbaar gemaakt op de bedieningsplaats van de vislier in het stuurhuis;

  • e.

    het wederom in bedrijf stellen van de vislier kan alleen handmatig geschieden en is pas mogelijk nadat de noodstopvoorziening in de oorspronkelijke bedrijfstoestand is teruggebracht en de bedieningsorganen in de ruststand zijn geplaatst.

Artikel

4.2

Artikel

4.3

Vislieren met elektrische of hydraulische aandrijving zijn zodanig ingericht dat:

  • a.

    het inschakelen van de aandrijfmotor alleen vanuit de ruststand van de bedieningsorganen kan geschieden,

  • b.

    bij het wegvallen van de netspanning of hydraulische druk de remmen automatisch in werking treden,

  • c.

    bij toepassing van elektrische hulpstroom het ontstaan van een aardsluiting in de hulpstroomketen niet tot het in gang komen of blijven van de aandrijfmotor of het lichten of gelicht blijven van de remmen kan leiden, en

  • d.

    het in bedrijf komen van de vislier kan worden verhinderd door een in de directe omgeving van de vislier opgestelde werkschakelaar, een noodstopvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 of een andere doelmatige inrichting.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

5.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vissersvaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en WaterstaatK.M.H.Peijs