Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs

Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap,

Besluit

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap

  • b.

    bevoegd gezag:

    het bevoegd gezag van een school of instelling waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is.

  • c.

    netwerk:

    een netwerk van culturele instellingen en scholen in de in de bijlage genoemde gemeenten of de provincies.

Artikel

2

Doelomschrijving

De Minister verstrekt aan het bevoegd gezag een subsidie voor vier achtereenvolgende schooljaren: 2004–2005, 2005–2006, 2006–2007 en 2007–2008, waarmee de desbetreffende school gedurende deze vier schooljaren een visie ontwikkelt op de functie van cultuureducatie in haar onderwijsprogramma en deze visie in samenwerking met haar culturele omgeving vertaalt in een samenhangend geheel van cultuureducatieve activiteiten.

Artikel

3

Aanvrager van een subsidie

Artikel

4

Omvang van de subsidie

De subsidie bestaat voor de in artikel 2 genoemde vier schooljaren telkens uit een bedrag van € 10,90 per leerling van de school. Het aantal leerlingen per schooljaar wordt vastgesteld op basis van de teldatum 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.

Artikel

5

Subsidieplafond en verdeling

Hoofdstuk

2

Aanvraag van de subsidie

Artikel

6

Aanvraag van een subsidie en aanvraagprocedure

Artikel

7

Termijnen

Hoofdstuk

3

Verlening van de subsidie en voorwaarden

Artikel

8

Subsidievoorwaarden

Artikel

9

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

Subsidie ten laste van een begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die nog niet is vastge-steld, wordt verleend onder de voorwaarde dat door de wetgever voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk

4

Vaststelling en verantwoording van de subsidie

Artikel

10

Verantwoording van de subsidie

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

11

Bekendmaking

Deze regeling wordt met toelichting in het Gele katern geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van publicatie in het Gele katern waarin het wordt geplaatst.

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven

Bijlage

De evenredige verdeling die in artikel 5 wordt genoemd zal plaatsvinden over de convenantpartners van het Actieplan Cultuurbereik. Dit zijn de twaalf provincies en de volgende gemeenten:

  • 1.

    Alkmaar

  • 2.

    Almere

  • 3.

    Amersfoort

  • 4.

    Amsterdam

  • 5.

    Apeldoorn

  • 6.

    Arnhem

  • 7.

    Breda

  • 8.

    Delft

  • 9.

    Dordrecht

  • 10.

    Drenthe (zonder Emmen)

  • 11.

    Ede

  • 12.

    Eindhoven

  • 13.

    Emmen

  • 14.

    Enschede

  • 15.

    Flevoland (zonder Almere)

  • 16.

    Friesland (zonder Leeuwarden)

  • 17.

    Gelderland (zonder Arnhem, Apeldoorn, Ede en Nijmegen)

  • 18.

    Groningen

  • 19.

    Groningen (zonder de stad Groningen)

  • 20.

    Haarlem

  • 21.

    Haarlemmermeer

  • 22.

    Heerlen

  • 23.

    Hengelo Overijssel

  • 24.

    Leeuwarden

  • 25.

    Leiden

  • 26.

    Limburg (zonder Heerlen en Maastricht)

  • 27.

    Maastricht

  • 28.

    Nijmegen

  • 29.

    Noord-Brabant (zonder Breda, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg)

  • 30.

    Noord-Holland (zonder Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Zaanstad en Haarlemmermeer)

  • 31.

    Overijssel (zonder Enschede, Hengelo en Zwolle)

  • 32.

    Rotterdam

  • 33.

    ’s-Gravenhage

  • 34.

    ’s-Hertogenbosch

  • 35.

    Tilburg

  • 36.

    Utrecht

  • 37.

    Utrecht (zonder Utrecht en Amersfoort)

  • 38.

    Zaanstad

  • 39.

    Zeeland

  • 40.

    Zoetermeer

  • 41.

    Zuid-Holland (zonder Delft, Dordrecht, Leiden, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Zoetermeer)

  • 42.

    Zwolle