2
Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente:
a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
b.
bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,14 per afgelegde kilometer.
De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in artikel 22, eerste lid onder b, van het Rechtspositiebesluit wethouders , betreft:
a.
het bedrag van de transportkosten voor het vervoer van inboedel naar de nieuwe woning;
b.
andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten tot een maximum van € 5.445,–;
c.
kosten in verband met dubbele woonlasten tot maximaal € 272,27 per maand en gedurende een periode van maximaal vier maanden.
2
De vergoeding betreft:
a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
b.
bij gebruik van een eigen personenauto een bedrag van € 0,14 per afgelegde kilometer.
De vergoeding voor reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 23 eerste lid, onder b, van het Rechtspositiebesluit wethouders , betreft:
a.
de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;
b.
bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,28 per afgelegde kilometer;
c.
de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten.
Het declareren van de kosten geschiedt onder overlegging van bewijsstukken.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004, met dien verstande dat artikel 1 en 2 van de Regeling rechtspositie wethouders terugwerken tot en met 7 maart 2002.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie wethouders.