Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 23 februari 2004, houdende regels met het oog op een integere bedrijfsvoering door trustkantoren (Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren)

Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Termen die in de wet zijn gedefinieerd hebben in deze regeling en de daarop berustende bepalingen de betekenis die hieraan in de wet is toegekend.

Artikel

2

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet toezicht trustkantoren;

  • b.

    DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • c.

    integere bedrijfsvoering: een zodanige sturing van de organisatie van het trustkantoor en inrichting van de processen van en met betrekking tot het trustkantoor dat integriteitsrisico's worden beheerst;

  • d.

    integriteitsrisico: het risico van aantasting van de reputatie van het trustkantoor of van de financiële markten in het algemeen als gevolg van een ontoereikende naleving van privaat-, bestuurs-, fiscaal-, of strafrechtelijke verplichtingen;

  • e.

    integriteitsgevoelige functie:

    • een leidinggevende functie die is geplaatst direct onder het echelon bestaande uit de personen genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet; of

    • een functie waaraan overigens een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van het trustkantoor;

  • f.

    incident: een voorval dat een ernstig gevaar vormt voor een integere bedrijfsvoering van het trustkantoor, waaronder wordt begrepen een handelen of nalaten van de personen genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet, van een personeelslid van het trustkantoor, van een derde of van een doelvennootschap;

  • g.

    bestuur: ieder van de bestuurders van het trustkantoor genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet en ieder van degenen genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet;

  • h.

    procedurehandboek: de schriftelijke vastlegging van de uitgangspunten ter beheersing van integriteitsrisico's, uitgewerkt in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen;

  • i.

    organisatieschema: het overzicht dat schematisch de verschillende functies binnen het trustkantoor weergeeft en waarin is aangegeven welke personen deze functies vervullen en welke functies integriteitsgevoelig zijn;

  • j.

    trust: een trust in de zin van het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts, Trb. 1985, 141.

Hoofdstuk

2

Algemene voorschriften met betrekking tot de bedrijfsvoering van trustkantoren

Taken en verantwoordelijkheden van het bestuur

Artikel

3

Het bestuur is belast met de dagelijkse leiding over de activiteiten van het trustkantoor en draagt zorg voor:

  • a.

    een integere bedrijfsvoering;

  • b.

    de naleving van hetgeen in deze regeling is bepaald.

Artikel

4

Het bestuur treft maatregelen ter bewustwording, bevordering en handhaving van integer handelen binnen de organisatie van het trustkantoor.

Artikel

5

Het bestuur draagt zorg voor een deugdelijke administratie.

Vermogensscheiding

Artikel

6

Het trustkantoor treft met betrekking tot gelden of geldswaarden van doelvennootschappen of derden die door het trustkantoor worden beheerd, maatregelen om de rechten van die doelvennootschappen of derden te beschermen.

Hoofdstuk

3

Specifieke voorschriften met betrekking tot de bedrijfsvoering van trustkantoren

Procedurehandboek en organisatieschema

Artikel

7

Procedures inzake personeelsleden

Artikel

8

Beoordeling van externe personeelsleden en het verstrekken van inlichtingen over (voormalige) personeelsleden

Artikel

9

Artikel

10

Procedures inzake incidenten

Artikel

11

Vaststelling van de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende

Artikel

12

Kennis van herkomst van vermogen en van herkomst en bestemming van middelen van de doelvennootschap

Artikel

13

Structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort en doel waarmee deze structuur is opgezet

Artikel

14

Het trustkantoor heeft kennis van de relevante delen van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort en het doel waarmee de structuur is opgezet en beschikt over gegevens waaruit deze relevante delen en het doel van de structuur blijken.

Het verkopen van rechtspersonen

Artikel

15

Het verkopen van of bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen

Politiek prominente personen

Artikel

15a

Een trustkantoor:

  • a)

    beschikt over een op risico gebaseerd beleid om te bepalen of de uiteindelijk belanghebbende een politiek prominent persoon is;

  • b)

    laat de beslissing tot het aangaan van een relatie met een politiek prominent persoon nemen of goedkeuren door personen die daartoe door het trustkantoor gemachtigd zijn;

  • c)

    treft adequate maatregelen om de bron van het vermogen vast te stellen dat bij de zakelijke relatie wordt gebruikt; en

  • d)

    oefent doorlopende controle uit op de zakelijke relatie.

Optreden als trustee

Artikel

16

Artikel

16a

Ten behoeve van de cliënt gebruikmaken van een vennootschap

Gegevens met betrekking tot het trustkantoor

Artikel

17

Het trustkantoor houdt de volgende gegevens met betrekking tot de eigen organisatie op een overzichtelijke wijze voor DNB beschikbaar:

  • a.

    een actueel uittreksel van de inschrijving van het trustkantoor in het handelsregister van de Kamers van Koophandel en Fabrieken en een actueel overzicht van (mede) beleidsbepalers van het trustkantoor met vermelding van volledige naam, adres en woonplaats;

  • b.

    een actueel overzicht van houders van een gekwalificeerde deelneming in het trustkantoor, met vermelding van volledige naam, adres en woonplaats;

  • c.

    een afschrift van de statuten van het trustkantoor;

  • d.

    een actueel overzicht van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur en zeggenschapsverhoudingen van het trustkantoor en van de groep waartoe het trustkantoor behoort;

  • e.

    een structuuroverzicht van de groep waartoe het trustkantoor behoort;

  • f.

    het procedurehandboek en organisatieschema;

  • g.

    de vastlegging ingevolge artikel 11, eerste lid;

  • h.

    de vastgestelde jaarrekeningen over de afgelopen drie boekjaren danwel de voorlopige jaarcijfers indien een jaarrekening nog niet is vastgesteld.

Cliëntacceptatiedossiers

Artikel

18

Cliëntacceptatiedossiers

Hoofdstuk

4

Overgangsbepalingen

Artikel

19

Het trustkantoor als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de wet, voldoet binnen een termijn van zes maanden nadat het trustkantoor een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4 van de wet, aan de verplichtingen ingevolge artikel 12, 13, 14, 16 en 18, voorzover het betreft doelvennootschappen waaraan het trustkantoor op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling diensten verleent of met betrekking tot trusts waarbij het trustkantoor op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling als trustee optreedt.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 maart 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 maart 2004.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.