Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 25 februari 2004, nr. 03M459949, houdende mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal en aan de diensthoofden van Algemene Zaken

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

  • b.

    ministerie: het Ministerie van Algemene Zaken;

  • c.

    dienst: Kabinet Minister-President, Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst, Bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Centrale Afdeling Facilitaire Zaken, Centrale Afdeling Communicatietechnologie, Informatie- en Documentmanagement, Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken, Centrale Afdeling Personeel en Organisatie;

  • d.

    diensthoofd: degene die is belast met de leiding van een dienst;

  • e.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

  • f.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • g.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Onverminderd artikel 5 hebben het mandaat, de volmacht en de machtiging van de secretaris-generaal, genoemd in artikel 3, in ieder geval betrekking op:

  • a.

    aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van meer dan één dienst;

  • b.

    het rechtstreeks leiding geven aan de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen;

  • c.

    aangelegenheden met betrekking tot de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren personeelsbeleid, waaronder begrepen:

    • 1°.

      het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;

    • 2°.

      het voeren van overleg met de ondernemingsraad;

  • d.

    beslissingen over aanstelling, schorsing en ontslag van individuele functionarissen in schaal 15 en hoger, met dien verstande dat vooraf overleg met de minister plaatsvindt en de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de Algemene Bestuursdienst in acht wordt genomen;

  • e.

    het volledig ter beschikking stellen van individuele functionarissen en secretariële voorzieningen ten behoeve van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de kabinets(in)formatie;

  • f.

    het budgethouderschap als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001;

  • g.

    aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren financiële beleid, waaronder begrepen:

    • 1°.

      het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;

    • 2°.

      aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;

  • h.

    aangelegenheden betreffende de uitvoering van de door de minister vastgestelde topstructuur van het ministerie, waaronder begrepen de daarbij behorende formatie;

  • i.

    aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren beleid inzake informatie, waaronder begrepen de beveiliging van de informatievoorziening;

  • j.

    aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid inzake huisvesting van het ministerie, waaronder begrepen:

    • 1°.

      het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;

    • 2°.

      het beleid inzake post- en archiefzaken;

    • 3°.

      het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;

  • k.

    aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, waaronder begrepen het beslissen op bezwaarschriften;

  • l.

    aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid binnen het ministerie op het terrein van wetgeving en juridische zaken;

  • m.

    het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van of namens de minister met betrekking tot een personele aangelegenheid;

  • n.

    het behandelen van beroepschriften en vertegenwoordigen van de minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;

  • o.

    het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot het klachtrecht.

Artikel

5

Artikel

6

Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat, volmacht en machtiging van de secretaris-generaal uitgeoefend door de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionaris die de secretaris-generaal schriftelijk heeft aangewezen om bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal de functie van secretaris-generaal waar te nemen.

Artikel

7

Onverminderd de artikelen 3, 4 en 5 wordt aan de afzonderlijke diensthoofden algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal alsmede de aangelegenheden die naar aard en inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de secretaris-generaal.

Artikel

8

Het algemeen mandaat, de volmacht en de machtiging, genoemd in artikel 7, van de volgende diensthoofden hebben in ieder geval betrekking op de onderscheiden volgende bevoegdheden:

  • a.

    het hoofd van de Centrale Afdeling Personeel en Organisatie: het nemen van besluiten, verband houdend met de personeels- en salarisadministratie voor het ministerie;

  • b.

    het hoofd van de Centrale Afdeling Facilitaire Zaken:

    • 1°.

      het nemen van besluiten tot de organisatie van de bedrijfszelfbescherming;

    • 2°.

      het nemen van besluiten in aangelegenheden betreffende de brandpreventie bij alle gebouwen en vitale objecten van het ministerie;

  • c.

    de directeur van de Centrale Afdeling Financieel-Economische Zaken: het nemen van besluiten, verband houdend met de coördinatie van de inkoop;

  • d.

    het hoofd van de Centrale Afdeling Communicatietechnologie, Informatie- en Documentmanagement:

    • 1°.

      nemen van besluiten, inhoudende de beveiliging van digitale informatie;

    • 2°.

      het nemen van besluiten tot vaststelling van archiefcodes;

    • 3°.

      de uitvoering van het informatie- en communicatiebeleid;

  • e.

    de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst: het nemen van besluiten betreffende het protocol inzake contacten van de minister en de secretaris-generaal met belangrijke binnen- en buitenlandse gasten en relaties.

Artikel

9

Artikel

10

Het diensthoofd legt zijn besluiten als bedoeld in het eerste lid ter goedkeuring aan de secretaris-generaal voor.

Artikel

11

Artikel

12

Het besluit van 20 september 2000/Nr. 00F391712 en het besluit van 20 september 2000/Nr. 00F391711, worden ingetrokken.

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2004.

Artikel

14

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de in dit besluit genoemde functionarissen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,J. P. Balkenende