Artikel
1
Begripsomschrijving
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
de minister:
de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;
-
b.
bevoegd gezag:
-
1.
bevoegd gezag van een of meer scholen of instellingen waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is;
-
2.
bevoegd gezag van een of meer scholen voor voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging of de rechtspersoon bedoeld in artikel 38, Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, jo. artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157 vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
-
3.
de rechtspersoon bedoeld in artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
-
1.
-
c.
gemeente:
de gemeente die op basis van artikel 173, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 159, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 38 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, een specifieke uitkering uit ’s Rijks kas ontvangt voor onderwijs in allochtone levende talen;
-
d.
oalt-personeelslid:
personeelslid met een vast dienstverband, dat op 1 augustus 2003 in dienst is van een bevoegd gezag en waarvan de salariskosten ten laste komen van de specifieke uitkering uit ’s Rijks kas voor onderwijs in allochtone levende talen.