Artikel
1
1
De inspecteur scheepvaart, de scheepvaartmeesters en de overige in dienst van de provincie Overijssel werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover zij werkzaamheden verrichten behorende tot het takenpakket van de provinciale scheepvaartinspectie, worden aangewezen tot:
-
a.
toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet;
-
b.
ambtenaar belast met de opsporing van de bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet strafbaar gestelde feiten.
2
Met betrekking tot hoofdstuk II van de Binnenschepenwet is het toezicht en de opsporing, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot:
-
a.
de aanwezigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
-
b.
de geldigheid van het certificaat van onderzoek aan boord van een schip;
-
c.
de zone of het vaargebied van een schip overeenkomstig het certificaat van onderzoek;
-
d.
de inzinking van een schip in het water ten opzichte van de op dat schip aangebrachte inzinkingskenmerken;
-
e.
bijzondere voorschriften voor het gebruik van een schip als vermeld in het certificaat van onderzoek.