Artikel
1
1
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzendt namens burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk na de zevende dag na de kandidaatstelling de gegevens van de personen, bedoeld in artikel Y 3, onder b, van de Kieswet, waarvan de kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement is geregistreerd aan de autoriteiten, bedoeld in artikel Y 32, achtste lid, van de Kieswet.
2
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontleent de gegevens, voor zover mogelijk, aan de basisregistratie personen.
3
Burgemeester en wethouders verstrekken aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op diens verzoek uiterlijk de zevende dag na de kandidaatstelling per beveiligde e-mail de gegevens die ter vervulling van de taak, bedoeld in het eerste lid, niet uit de basisregistratie personen kunnen worden verstrekt.